Aansprakelijkheid werkgever en tussenpersoon na eenzijdig verkeersongeval

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt over de werkgeversaansprakelijkheid,  polisdekking en rol tussenpersoon nadat een meewerkende zoon een eenzijdig verkeersongeval krijgt.

Een in de onderneming van zijn vader meewerkende zoon krijgt een eenzijdig verkeersongeval terwijl hij onderweg was om een onderdeel, nodig voor de werkzaamheden in het bedrijf, op te halen. Het ongeval heeft ernstig hersenletsel tot gevolg en de zoon raakt volledig arbeidsongeschikt.

Via een tussenpersoon is een garageverzekering afgesloten. De verzekeraar daarvan keert echter niet uit. Het slachtoffer dagvaart de werkgever, verzekeraar en tussenpersoon. Dit gebeurt voor de werkgever op grond van werkgeversaansprakelijkheid en het goed werkgeverschap en voor de tussenpersoon en verzekeraar vanwege schending van hun zorgplicht.

Het gerechtshof neemt aan dat sprake is van een arbeidsovereenkomst ondanks dat er nog geen schriftelijk ondertekend stuk hiervan was. Het gerechtshof neemt aan dat geen sprake was van onveilige werkomstandigheden, maar dat werkgever wel aansprakelijk is nu er een verzekering ontbreekt die een dekking biedt voor de voorgevallen schade.

De verzekeraar is niet aansprakelijk op grond van de garageverzekering, omdat er geen dekking is voor eenzijdige ongevallen. Er is geen dekkingsrubriek gekozen op grond waarvan de schade voor vergoeding in aanmerking zou komen. Het gerechtshof volgt verzekerde niet in zijn stelling dat gewaarschuwd had moeten worden voor een dekkingshiaat. Verzekerde had het risico wel kunnen verzekeren, maar heeft dit zelf al dan niet bewust niet gedaan. Het aanvraagformulier was duidelijk genoeg.

Ook de assurantietussenpersoon heeft de zorgplicht niet geschonden. Verzekerde wilde alleen het hoognodige verzekeren en er is juist aangegeven dat er geen personeelsleden waren. De tussenpersoon hoefde niet al te wijzen op de uitsluiting op voorhand. Van een tussenpersoon kan in zijn algemeenheid niet gevergd worden dat hij zijn cliënt op alle mogelijke, ook niet concreet voorzienbare of niet relevante, risico’s moet wijzen. Er is geen specifieke instructieplicht van de tussenpersoon aan de verzekerde naast de algemene mededeling om wijzigingen van belang voor de verzekering door te geven. Zelfs dat de tussenpersoon bij een servicebedrijfsbezoek,  in de kerstvakantie, de zoon aan het werk heeft gezien leidt daar niet toe. Daar hoefde nog geen dienstverband uit afgeleid te worden, zeker niet nu er al het voornemen was om de zoon drie dagen later als vennoot tot de onderneming toe te laten treden. Het bezoek ging ook over een nieuwe machine die verzekerd was.