Achteruit rijdende auto

Gerechtshof Amsterdam oordeelt over de schadevergoedingsplicht van een achteruitrijdende automobilist en beperkt die.

Er vindt een aanrijding plaats tussen een auto en een bestelbus met aanhanger. De auto stond geparkeerd aan de linkerzijde van de rijbaan gezien vanuit de toegestane rijrichting en die wilde wegrijden. Er geldt eenrichtingsverkeer in de straat. De bestelbus met aanhanger reed in de verboden rijrichting. De voorzijde van de aanhanger botst met de rechterachterzijde van de auto. De automobilist stelt dat ze nog stilstond in het parkeervak en dat de aanhanger de auto raakte, omdat die te hard over de verkeersdrempel reed. De automobilist claimt letselschade. De bestelbuschauffeur stelt dat het slachtoffer achteruit het parkeervak uitreed en daarbij geen voorrang heeft verleend.

De rechtbank wijst de claim af. De voorrangsregel dat voorrang verleend moet worden bij achteruit rijden en uitparkeren is naar aard en strekking absoluut richting iedereen  die op normale wijze aan het verkeer deelneemt volgens de rechtbank. Dat geldt volgens de rechtbank ook als iemand tegen het verkeer inrijdt. Het gerechtshof neemt op basis van het dossier aan dat de auto inderdaad achteruit reed. Toch beperkt het gerechtshof wel de schadevergoedingsplicht.

De bestuurder van de bestelauto heeft namelijk onrechtmatig gehandeld door tegen het eenrichtingsverkeer in te rijden. Het geen voorrang verlenen door de achteruit rijdende auto levert een geslaagd beroep op eigen schuld op voor de bestelbus. Alles afwegend vindt het gerechtshof dat een causaliteitsverdeling van 50-50 gerechtvaardigd is en verwijst naar een schadestaatprocedure om de helft van de schade van de achteruitrijdende automobilist te laten vaststellen.