Afkoopbedrag ineens bij pensionering goed ontvangen bij Pensioenfederatie

Op 2 september jl. heeft de minister Koolmees van SZW het wetsvoorstel tot Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof, kortweg de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen, bij de Tweede Kamer ingediend.

De Pensioenfederatie is positief over de introductie van de mogelijkheid tot gedeeltelijke afkoop bij pensionering.

De Pensioenfederatie, die al sinds 2015 pleit voor meer keuzevrijheid van de deelnemer en de introductie uitkering van een bedrag ineens bij pensioennering in het bijzonder, ziet de volgende voordelen:

  • De uitkering van een bedrag ineens is een verantwoorde en nuttige uitbreiding van het reeds bestaande keuzemogelijkheden (uitruil, hoog/laag)
  • Bij pensionering hebben mensen een totaalbeeld hebben van hun inkomsten en uitgaven voor bijvoorbeeld wonen en zorg, zodat ze op dat moment goed inschatten of het opnemen van een bedrag ineens wenselijk en verstandig is
  • Het opnemen van een bedrag ineens in combinatie met de hoog/laag-constructie maakt dat een adequate oudedagsvoorziening gewaarborgd blijft en heeft beperkte gevolgen voor de risicodeling in het systeem
  • De éénmalige uitkering bij pensionering levert geen uitvoeringsproblemen op en is slechts beperkt kostenverhogend

Er zijn echter ook aandachtspunten, zo blijkt uit het Position paper van de Pensioenfederatie dat is bijgevoegd.