AOW voor gehuwden of alleenstaandennorm

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de AOW-uitkering terecht naar de norm voor gehuwden is toegekend, ook als er alleen voor het leveren van zorg een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.

Een Aow-uitkeringsgerechtigde voert een gezamenlijke huishouding wat in strijd met de inlichtingenplicht niet bij de Svb is gemeld. De uitkeringsgerechtigde vindt dat er toch een dringende reden is om toch een AOV voor een alleenstaande te verstrekken. Hij is invalide en aangewezen op zorg. De huisgenoot is uit het buitenland gekomen, heeft geen eigen inkomen en verleent deze zorg. Door het samenwonen zijn de maandelijkse kosten verhoogd en niet alleen de AOW, maar ook zijn APB-pensioen is kennelijk verlaagd. De Centrale Raad van Beroep wijst erop dat de omstandigheden die tot de gezamenlijke huishouding hebben geleid, de motieven daarvoor en de aard van de onderlinge relatie niet relevant zijn voor de beoordeling daarvan. Bovendien kan een beroep gedaan worden op de AIO-uitkering zodat een inkomen tot het sociaal minimum gegarandeerd is.