Artikel FD Selections: De consultaties FTK vliegen ons om de oren, onder andere die van het AG

image_pdf

De consultaties over het nieuwe Financiële ToetsingsKader druppelen binnen. De hoeveelheid is enorm. Dat zegt wat over de interesse in het nieuwe FTK of over de ‘kwaliteit’ van de beoogde reële ambitieovereenkomst. De meeste consultaties gaan overigens voorbij aan de intentie hiervan en presenteren gewoon hun eigen plannen, maar dat terzijde.

Nieuwsgierig naar de fiscale paragraaf in de reactie van het Actuarieel Genootschap stuitte ik op het volgende. Hier wordt gesteld: “In het reële contract heeft de deelnemer kans op een lager pensioen”. Dat klopt uiteraard. Maar is het reële contact niet juist bedoeld voor meer pensioen? Er mag/moet immers een hoger beleggingsrisico worden genomen. Dat de deelnemer dan het risico loopt van een lager pensioen is juist, maar het uitgangspunt moet juist zijn de kans op een hoger pensioen, toch?

Verder: ”Hierbij speelt naar de opvatting van het AG de vergelijkbaarheid met de fiscale begrenzing in een individuele DC-regeling een rol”. Feitelijk zeggen ze dus: de premie moet/mag voldoende hoog zijn, als er dan als gevolg van een goed rendement een goed pensioen uitrolt, dan moet dat geen fiscale belemmeringen met zich meebrengen. Als bij een individueel DC (dat eigenlijk niet bestaat, het is een DC of niet, hoe het geld belegd wordt is niet relevant. Een CDC bestaat dan ook niet volgens de PW. Dat is dus of een uitkerings- of een premieovereenkomst) de rendementen en/of de marktrente hoog zijn, dan mag zelfs meer dan 100% pensioen aangekocht, waarbij over het meerdere wél belasting – direct – betaald mag worden, maar geen revisierente, en daarom ook afgekocht mag worden (onder terhandstelling van de koopsom van het deel boven de 100%).

Dat klopt ook, maar is wel van ‘twee walletjes’ eten. Of ‘iets’ is een DC-regeling met het risico van minder en de kans op meer. Of ‘iets’ is een uitkeringsovereenkomst met voldoende zekerheid en een fiscale begrenzing.

Omdat er toch alom wordt gepleit voor een combi-contract doe ik ook een duit in dat zakje. Kunnen we namelijk niet beter overgaan naar de (nominale) uitkeringsovereenkomst (die hebben we al, we houden die dus zoals het is. De enige discussie is de hanteren UFR en de mogelijkheid van het spreiden van de ‘afstempeling’ in 10 jaar) en de premieovereenkomst met individuele staffelinput (dus stijgend naarmate je ouder wordt), en al dan niet collectief belegd, met de ‘smart’ mogelijkheid om ook in de uitkeringsfase te blijven beleggen en daardoor de noodzaak om de uitkeringen naar beneden of boven bij te stellen, met een maximum van 100%?

Tot slot stelt het AG dat: “De precieze regels voor de fiscale begrenzing nog niet zijn ingevuld.” Waarmee nog maar eens het ‘hap-snap’wetgevingsbeleid van de wetgever wordt benadrukt. Snapt men in Den Haag nou echt niet dat er geïntegreerd naar het pensioendossier moet worden gekeken? Daar heb je echt geen visie voor nodig.

En ja, mw. Klijnsma, deze column mag u als mijn consultatie meenemen!

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel