Artikel Geld en Werk: De positie van gepensioneerden

image_pdf

De rol en positie van gepensioneerden worden anders de komende jaren. Dat is logisch, want er komen steeds méér gepensioneerden, die jaarlijks een grotere hap uit het pensioenvermogen nemen. Nu genieten de circa 2 miljoen 65-plussers iedere jaar 20 miljard euro pensioen (los van de AOW, ook ruim 20 miljard), op een pensioenvermogen van circa 600 miljard. In 2020 is dat 100 miljard op een vermogen van waarschijnlijk meer dan 1000 miljard. Er zijn dan ruim 4 miljoen 65-plussers.

Dat gepensioneerden zich dus meer willen bemoeien met het reilen en zeilen van ‘hun’ pensioen is logisch. Een initiatiefwetsvoorstel voor meer zeggenschap in pensioenfondsbesturen is dan ook onlangs besproken en krijgt veel steun in de 2e kamer. Nu is het zo dat gepensioneerden wel zeggenschap in de vorm van een deelnemersraad en daarmee dus een adviesrecht kunnen afdwingen, maar ze kunnen geen bestuursrol afdwingen. Normaal zitten er in een pensioenfonds evenveel werkgever- als werknemersvertegenwoordigers. Gepensioneerden kunnen al wel een officiële bestuursfunctie krijgen, maar kunnen dat zonder ‘medewerking’ van de actieve werknemers en werkgever niet afdwingen. Als ze een bestuursfunctie krijgen dan maken ze dus voor de ‘telling’ deel uit van de werknemersvertegenwoordigers. Werkgeversvertegenwoordigers behouden dus altijd de helft van het aantal zetels. Omdat er tot op heden dus maar relatief weinig gepensioneerden zijn die ‘maar’ 3% van het pensioenvermogen krijgen uitgekeerd konden gepensioneerden geen ‘macht’ ontwikkelen. Dat gaat de komende 10 jaar fors toenemen verwacht ik. En mijns inziens terecht!
Ik hoor vaak 2 argumenten tegen meer (formele) zeggenschap voor gepensioneerden. Allereerst hoor ik vakbondsvertegenwoordigers vaak zeggen: wij vertegenwoordigen toch ook de belangen van gepensioneerden, net zo goed als die van de actieve werknemers. Ja, ja, denk ik dan. Het andere argument is dat gepensioneerden alleen maar gaan discussiëren in het pensioenfonds over ‘hun’ indexatie ieder jaar. Dat klopt. Dat is namelijk ook het enige immers waarover ze kúnnen discussiëren. De hoogte van het pensioen zelf staat vast, alleen de inflatiecorrectie speelt dan nog.
Natuurlijk moet een gepensioneerde/bestuurslid zich realiseren dat het belang van de actieve deelnemer ook vertegenwoordigd moet worden. Een generatiediscussie mag niet uitmonden in een generatiekloof. Zou een gepensioneerde/bestuurslid dit niet naar behoren doen dan kan hij wel hoofdelijk (dus persoonlijk) aansprakelijk worden gesteld. Van een gepensioneerde/bestuurslid mag dus dezelfde objectieve, onafhankelijk opstelling als van andere bestuursleden verwacht worden, inclusief de noodzakelijke deskundigheid én bijscholing. Als, zoals ik vaak aangeef, de pensioenwereld de komende jaren aanzienlijk gaat veranderen, dan geldt dat ook voor de gepensioneerde. Hij zal dus mee moeten ontwikkelen.

Tot slot is mijn stelling altijd: de gepensioneerde van de toekomst is mondig, heeft voldoende kennis, hij heeft voldoende geld, en……alle tijd! Kortom, ‘anderen’ dan gepensioneerden: wen maar (snel) aan de ‘macht van de gepensioneerde’! En voor gepensioneerden: grijp (mede) de macht, maar misbruik hem niet!

mr Theo Gommer MPLA is partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice te Tilburg, waar hij tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau is. Daarnaast is hij advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen.

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel