Artikel Het Financieele Dagblad: Doorwerken om het gat te dichten

image_pdf

Directeuren-grootaandeelhouders mogen binnen hun bedrijf hun eigen pensioen opbouwen. Dat heeft voordelen, maar als het minder gaat ook een stevige prijs. Door Vincent Strik

‘Het is een reëel probleem. Ik zie behoorlijk veel directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die met hun in eigen beheer opgebouwde pensioen in moeilijkheden komen. Dat is niet zo vreemd. Juist op een moment dat veel babyboomers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken heeft de economische crisis toegeslagen. De beleggingsportefeuille heeft een klap gehad, vastgoed is fors in prijs gedaald en de onderneming is veel moeilijker tegen een aantrekkelijke prijs te verkopen. De pensioenpot blijkt veel minder gevuld dan was verondersteld.’
Theo Gommer, partner bij Akkermans & Partners Legal & Advice in Tilburg, zit midden in het web en heeft dus een goed zicht op de knelpunten in de pensioenwereld. Zijn constatering over het dga-pensioen stemt overeen met die van Hans Kraaij, die als senior adviseur Pensioen en Leven bij de private bank MeesPierson veel ondernemers als klant heeft. Beide benadrukken dat de directeur-grootaandeelhouder niet de oplossing voor zijn probleem kan zoeken in het versoberen van zijn eigen regeling. Dat staat de fiscus niet toe.
Veel directeuren-grootaandeelhouders maken gebruik van de fiscaal aantrekkelijke mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer op te bouwen. Dat hoeft overigens helemaal niet. De dga kan zijn pensioen ook extern verzekeren — verstandig als hij niet van onnodige risico’s houdt — in privé opbouwen of helemaal niets doen in de verwachting dat de verkoop van zijn bedrijf voldoende op zal leveren voor een prettige oude dag. Dat laatste tekent een ondernemer, maar kan natuurlijk ongelukkig uitpakken.
Het grote voordeel van het opbouwen van een pensioen in eigen beheer is dat het geld in de onderneming blijft en naar eigen inzicht kan worden aangewend. Kraaij: ‘Vaak wordt uit liquiditeitsoverwegingen gekozen voor een pensioen in eigen beheer. Het geld blijft onbelast beschikbaar en de fiscus heeft in principe niets te maken met het beleggingsbeleid. Wat nog wel eens wordt vergeten, is dat de afspraken die worden gemaakt over het dga-pensioen ook werkelijk keiharde afspraken zijn. Er is sprake van een arbeidsrechtelijke verhouding tussen de dga en zijn bv. Nu het moeilijker wordt de toezeggingen na te komen, kan dat vervelende consequenties hebben.’ Waar werknemerspensioenfondsen nog de mogelijkheid hebben tot afstempelen, geldt dat bij een pensioen in eigen beheer niet.
Kunstgrepen
Voor oudere dga’s die tegen een tekort aankijken ziet Gommer drie oplossingen. Wie nog een aantal jaren heeft te gaan kan de pensioenopbouw (tijdelijk) stopzetten, zodat het tekort niet verder oploopt. Wie tegen zijn pensioen aanzit, heeft de keuze tussen langer doorwerken of een kortere pensioenperiode accepteren. Afzien van het toegezegde pensioen of genoegen nemen met een lagere uitkering is uitgesloten. Dan belast de fiscus de contante waarde van de toezeggingen in box 1, eventueel verhoogd met een revisieboete. Wat natuurlijk wel kan is het hogere pensioen accepteren en van het bedrag na belasting een deel opzij zetten voor latere jaren.
Het stopzetten van de pensioenopbouw kan volgens Gommer op ieder moment worden teruggedraaid. Zelfs tot één dag voor de pensioendatum kan nog ten laste van de winst een reparatie worden doorgevoerd. Langer doorwerken hoeft vaak geen probleem te zijn. Veel ondernemers hebben hun pensioenleeftijd op 60 jaar gesteld. Niet omdat zij dan zo nodig met pensioen willen, maar omdat dat fiscaal gunstig is. ‘Daar zit ruimte om door te gaan — al dan niet in een rustiger tempo — totdat de aandelen- en vastgoedmarkten weer zijn aangetrokken. Dat kan tot maximaal 70 jaar, dan moet het pensioen ingaan en tegen het afgesproken bedrag. Bij uitstel van de pensioendatum moet de hoogte van de uitkering wel actuarieel worden herberekend. Gebeurt dit niet, dan is er sprake van een pensioenverlaging en die accepteert de fiscus niet.’
Te weinig geld
Of er nu voldoende geld in de pot zit of niet, de bijna ex-dga heeft voor de uitkeringsfase twee mogelijkheden: de bv in stand houden die de uitkering verzorgt of naar een verzekeraar stappen. Als er te weinig geld is, komt de bv op termijn geld tekort. De fiscus eist dat de bv doorgaat het toegezegde pensioen uit te betalen totdat de pot leeg is. Niet alleen de pensioenpot, maar alle andere reserves en bezittingen van de bv moeten voor het nakomen van de toezegging worden aangesproken. Dat kan betekenen dat bezittingen tegen een ongunstige prijs moeten worden geliquideerd. En het betekent in ieder geval dat de opbrengst verhuist van box 2 naar box 1. Is de bv werkelijk leeg, dan houdt het voor de fiscus op. Helaas ook voor de gepensioneerde. Als die geen eigen middelen heeft of een eerder opgebouwd pensioen, resteert voor hem slechts de AOW.
Valt de keuze op een verzekeraar en is er te weinig geld gereserveerd, dan zullen eveneens de overige middelen moeten worden ingezet. Mocht er dan nog te weinig geld zijn, dan kan er slechts een tijdelijk pensioen worden gekocht in plaats van een levenslange stelt Gommer. Dat betekent eveneens dat men na een aantal jaren tot de AOW is veroordeeld.
Een belangrijk argument om het pensioen in de uitkeringsfase ook in eigen beheer te houden is de notie dat bij een vroegtijdig overlijden van de laatste rechthebbende het resterende vermogen naar de verzekeraar vloeit. Blijft het geld in de eigen onderneming, dan valt de sterftewinst vrij. Dit betekent volgens Kraaij overigens niet dat dat geld zomaar in privé komt. Daar gaat vennootschapsbelasting vanaf, de aanmerkelijk-belangheffing en de successierechten. Bovendien is het pensioen alleen toereikend als de gepensioneerde keurig ‘op tijd’ sterft. Bij een verzekeraar ontvangt men normaliter een levenslange uitkering. Een oplossing is een zogenaamde contraverzekering. Die verzekert het kortlevenrisico en is relatief goedkoop. Voor een initieel bedrag van ¤5000.000 zal de éénmalige premie volgens Kraaij circa ¤6000 bedragen. De verzekering moet worden afgesloten door de kinderen. Die kunnen dan bij voortijdig overlijden het bedrag netto in handen krijgen.
Lessen trekken
Kraaij pleit er voor dat jongere dga’s lessen trekken uit de problemen waar een aantal van hun oudere collega’s nu mee kampt. ‘Het pensioen wordt wel op de agenda gezet door de accountant of de fiscalist, maar dat garandeert nog geen werkelijke aandacht. Is een pensioen in eigen beheer een prettig fiscaal speeltje of een serieuze voorziening? Welke keuze wordt gemaakt is niet eens zo belangrijk, als er maar behoorlijk over is nagedacht.’ Dat nadenken is overigens niet alleen noodzakelijk vanwege economische tegenwind — uiteraard altijd op een verkeerd moment — maar ook om ‘gewone’ zaken als een echtscheiding, het nabestaandenpensioen en het structurele gat tussen de fiscale en commerciële waarde van de pensioentoezegging. Gommer vult aan: eigen beheer een prima optie is, mits de risico’s worden geaccepteerd. Maar, zo zegt hij ook, een ondernemer mag best zijn pensioengeld ‘risicovol’ investeren in zijn bedrijf. Daarvoor is hij immers ondernemer!
Het nabestaandenpensioen kan — zeker in de aanvangfase — volgens Kraaij beter extern worden ondergebracht. In de juiste vorm hoeft er bovendien geen successierecht te worden betaald. Scheiden is een probleem apart. Kraaij: ‘Als er geen specifieke afspraken zijn gemaakt moet de helft van het in de huwelijkse periode opgebouwde pensioen in principe de onderneming uit en 100% van het opgebouwde nabestaandenpensioen. Toch iets om tijdig bij stil te staan.’ Kraaij pleit er verder voor om niet klakkeloos voor de pensioenregeling gebruik te maken van standaardmodellen. Die hoeven niet altijd te passen. Bovendien kan er door maatwerk belasting bespaard worden: ‘Een te hoog pensioen valt voor een groot deel in de 52%-schijf. Het kan slimmer zijn om een deel via box 2 tijdig over te hevelen naar privé. Banksparen met gebruikmaking van de privé-ruimte is dan een optie. ’
Een belangrijk knelpunt is het verschil tussen de fiscale en commerciële waardering. De reservering op de balans is puur fiscaal en dekt niet alle kosten. Er wordt uitgegaan van een vaste rekenrente, er mag geen rekening worden gehouden met een langere levensverwachting en ook niet met indexering. Daarnaast kunnen natuurlijk de beleggingsinkomsten tegenvallen. Het is volgens Kraaij daarom verstandig van tijd tot tijd de commerciële waarde van de toezeggingen te berekenen. Die kan 30% tot 40% hoger liggen dan de fiscale reserve. ‘De huidige crisis leert dat het verstandig is niet te wachten tot het te laat is.’ Gommer: pensioen is lange termijn, door er juist kort bovenop te zitten kun je altijd bijsturen.

— woordkader —-

Eigen beheer
De economische crisis haalt de pensioenvooruitzichten van menig directeur-grootaandeelhouder onderuit. Een paar tips.
1 De pensioenbrief is heilig. Als er van de toezeggingen wordt afgeweken, belast de fiscus de contante waarde van het pensioen in één keer in box 1 tegen het progressieve tarief plus een boete.
2 Dit betekent dat de directeur-grootaandeelhouder praktisch gesproken niet kan opteren voor een lager pensioen.
3 Als er door tegenvallers een tekort dreigt in de pensioenpot moet hij dus andere wegen zoeken.
4 Als hij nog enkele jaren heeft te gaan, kan hij de pensioenopbouw stopzetten, zodat het tekort niet groter wordt. De schade kan later weer worden gerepareerd.
5 Mocht de pensioenleeftijd naderen, dan kan hij besluiten langer door te werken om zijn beleggingen en de verkoopwaarde van zijn bedrijf de tijd te geven om te herstellen.
6 Als langer werken geen optie is, dan resteert alleen de mogelijkheid om de uitkeringsduur te beperken tot zolang er geld is. Als er geen andere externe bronnen zijn, blijft alleen de AOW over.

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel