Artikel Rendement: Flexibilisering

image_pdf

Een werkgever kan een pensioentoezegging doen aan een werknemer. In de Pensioenwet is vastgelegd wat voor soort pensioenregelingen mogelijk zijn en welke soorten pensioen opgebouwd kunnen worden. Zo kunnen aanspraken op ouderdoms-, partner-, wezen- en/of arbeidsongeschiktheidspensioen worden opgebouwd. In de fiscale wetgeving zijn de kaders geschetst waarbinnen de pensioenregeling dient te blijven.

Dit maakt echter nog niet dat een werkgever verplicht is om een fiscaal optimale pensioentoezegging te doen. Een werkgever is dus vrij in het inrichten van de pensioentoezegging, mits de regeling binnen de fiscale kaders blijft. Minder dan het maximum is fiscaal nooit een probleem. Bij overschrijding van het fiscale kader wordt de regeling niet langer aangemerkt als pensioenregeling en wordt de regeling niet langer fiscaal gefascilieerd. De (contante) waarde van de hele regeling wordt dan als loon aangemerkt, waarover de werknemer dan loonbelasting verschuldigd is en dat terwijl de uitkeringen pas vanaf pensioendatum aan de werknemer toekomen.

Het is echter denkbaar dat de ene werknemer meer behoefte heeft aan ouderdomspensioen, terwijl de andere werknemer meer behoefte heeft aan een goede nabestaandenvoorziening.
Teneinde aan de wens van de deelnemers tegemoet te komen is het mogelijk om in een pensioenregeling flexibiliseringsmogelijkheden op te nemen, waardoor een deelnemer uiteindelijk een pensioen krijgt dat is toegespitst op zijn individuele (unieke) situatie.
Het is goed om te realiseren dat sommige flexibiliseringsmogelijkheden uitsluitend kunnen worden uitgevoerd indien dit ook daadwerkelijk in de pensioenovereenkomst/ pensioenreglement is opgenomen.

Uitruil partnerpensioen
Vanaf 2002 heeft een deelnemer, wanneer de pensioenregeling een partnerpensioen kent, het wettelijk recht om het partnerpensioen (geheel of gedeeltelijk) uit te ruilen tegen een hoger ouderdomspensioen, een eerder ingaand ouderdomspensioen of een hoger en eerder ingaand ouderdomspensioen. Uitruilen vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid, waarbij voor mannen en vrouwen dezelfde uitruilfactoren gelden. Wel belangrijk is dat de partner schriftelijk instemt met deze vorm van uitruil. Immers, bij overlijden van de deelnemer zal de aanspraak op partnerpensioen geheel of gedeeltelijk zijn vervallen omdat deze is gebruikt ter financiering van het eerder ingaand of hoger ouderdomspensioen. De mogelijkheid tot uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen dient uiterlijk te worden geboden op pensioeningangsdatum.

Voor aanspraken opgebouwd vóór 2002 kan een bepaling in het reglement worden opgenomen dat ook deze uitgeruild kunnen worden. Dit is een uitbreiding ten opzichte van het wettelijk recht.

Uitruil ouderdomspensioen
Bij ontslag of op pensioeningangsdatum heeft een deelnemer het wettelijk recht om (een deel van het) ouderdomspensioen uit te ruilen voor partnerpensioen. Het partnerpensioen na de uitruil mag maximaal 70% bedragen van het resterende ouderdomspensioen. Ook hiervoor geldt dat dit plaats vindt op basis van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.

Overige vormen van uitruil
Een werkgever kan in de pensioenovereenkomst naast bovenstaande vormen van uitruilen nog andere flexibiliseringsmogelijkheden vastleggen. Denk hierbij aan de mogelijkheid om andere soorten pensioen te kunnen uitruilen, zoals het omzetten van tijdelijk overbruggingspensioen in levenslang ouderdomspensioen. Het is ook mogelijk dat in de pensioenovereenkomst meerdere keuzemomenten worden aangeboden.

Vervroegen of uitstellen
Het uitstellen of vervroegen van de pensioeningangsdatum is echter geen wettelijk recht en kan dan ook alleen wanneer deze flexibiliseringsmogelijkheid in de pensioenovereenkomst/pensioenreglement is vastgelegd. Hierin staat vermeld onder welke voorwaarden en wanneer het ouderdomspensioen op zijn vroegst kan ingaan. Gebruikelijk is dat dit verzoek uiterlijk 3 maanden voor de gewenste ingangsdatum door de deelnemer wordt gedaan. Meestal is er eveneens bepaald dat het ouderdomspensioen niet eerder kan ingaan dan op de 55-jarige leeftijd. Op de (nieuwe) ingangsdatum wordt de tijdsevenredige aanspraak bepaald als ware er sprake van ontslag, immers de deelnemer stopt met werken. Vervolgens wordt de hoogte van de uitkering herrekend. De uitkering zal verlaagd worden, immers er is minder opgebouwd, er wordt minder lang rendement gemaakt én er moet langer worden uitgekeerd.

In geval van uitstellen dient rekening te worden gehouden met de fiscale regelgeving. Het ouderdomspensioen moet uiterlijk ingaan op 70-jarige leeftijd én de dienstbetrekking moet worden voortgezet. Het is niet verplicht dat de opbouw na het verstrijken van de oorspronkelijke pensioeningangsdatum wordt voortgezet (het mag wel, wanneer de werkgever dit aan de werknemer heeft toegezegd, met inachtneming van de fiscale bovengrens). Ook in geval van het uitstellen van de pensioeningangsleeftijd wordt de uitkering herrekend. De uitkering zal worden verhoogd, er wordt langer rendement gemaakt én de uitkeringsduur is korter.

Deeltijdpensioen
Met deeltijdpensioen wordt de werknemer de mogelijkheid geboden om een deel van het pensioen eerder in te laten gaan. Stel, helemaal stoppen is geen optie, maar een of twee dagen in de week minder werken kan wel. Met andere woorden, de werknemer gaat parttime werken en zal dan ook een parttime salaris ontvangen (én over dit gedeelte nog verder pensioen opbouwen). Dit kan deels worden aangevuld met het deel van het ouderdomspensioen dat alsdan vervroegd zal worden uitgekeerd.

Hoog-laag
Afhankelijk van de financiële behoefte is het mogelijk om variatie aan te brengen in de hoogte van de pensioenuitkering. U kunt zich voorstellen dat in de eerste jaren na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd de meeste onder ons nog fit genoeg en het liefst van alles willen ondernemen. Naarmate men ouder wordt zal de behoefte wellicht afnemen. Het is mogelijk om de eerste jaren een hogere uitkering te ontvangen. Hierbij geldt dat de laagste uitkering niet minder mag bedragen dan 75 procent van de hoogste.

Voorwaarden
Het is heel gebruikelijk dat een werkgever voorwaarden verbindt aan de hiervoor genoemde flexibliseringsmogelijkheden. De meest voor de hand liggende voorwaarde is dat een en ander dient te geschieden in overleg met de werkgever. Immers, het vervroegen van de pensioeningangsdatum kan tot gevolg hebben dat de dienstbetrekking wordt beëindigd. Dit kan dan alleen wanneer de werkgever van mening is dat de (personele) continuïteit van zijn onderneming niet in gevaar komt. Hetzelfde geldt voor deeltijdpensionering. Ook dan zal de werknemer minder kunnen bijdragen tot het arbeidsproces.

Verder zal het daadwerkelijk gebruik kunnen maken van geboden flexibliseringsmogelijkheden kunnen afhangen van de instemming van de pensioenuitvoerder. Het is denkbaar dat deze bij het wijzigen van een eerder gemaakte keuze een medische keuring zal eisen, teneinde te bepalen of er een normale levensverwachting is of niet. Stel, de pensioenregeling kent de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan en de deelnemer heeft aangegeven dat hij op 62 jaar met pensioen wil gaan in plaats van de reguliere pensioenleeftijd op 65 jaar. Echter, bij het bereiken van zijn 60-ste verjaardag geeft hij aan dat hij toch liever direct al met pensioen wil gaan omdat hij verwacht dat hij niet lang zal leven. In dat geval kan de pensioenuitvoerder aangeven hieraan geen medewerking te verlenen. Immers, wanneer de deelnemer dan komt te overlijden dan is dit ‘winst’ voor de pensioenuitvoerder. Er is dan nog niets aan het ‘pensioenkapitaal’ onttrokken.

Fiscale consequenties
Zolang het resultaat van de flexibiliseringsmogelijkheden binnen de fiscale grenzen blijft, zullen er geen fiscale sancties zijn. Uiteraard zal een verhoogde uitkering als gevolg van bijvoorbeeld uitstellen mogelijk leiden tot progressieve belastingheffing. Ook voor de werkgever zijn er geen fiscale consequenties.

Met het voorgaande wordt al duidelijk dat er veel mogelijkheden zijn binnen een pensioenregeling, waarbij zonder meerkosten voor de werkgever, de werknemer een op maat gesneden pensioen kan creëren. Laat u dan ook goed adviseren!

Mr. Mirjam Koenes MPLA, Gommer & Partners Pensioen Advocaten te Tilburg (geaffilieerd

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel