Auto is voor overlijden geschonken, geen schenking des doods

Hof Den Haag heeft op 23 juli 2019 uitspraak gedaan of erflater een auto voor overlijden aan zijn partner heeft geschonken dan wel dat sprake is van een schenking des doods (artikel 7:177 BW).

Erflater heeft in januari 2016 een overeenkomst voor levering van een auto getekend, waarin tevens is overeengekomen dat de auto van erflater alsmede de auto van zijn partner worden ingeruild. Erflater blijkt in februari 2016 ongeneeslijk ziek te zijn. Op 18 maart 2016 is erflater na het maken van huwelijkse voorwaarden met zijn partner in het huwelijk getreden. In april 2016 is erflater overleden. De dochters van erflater zijn de enige erfgenamen.

 

In geschil is of de auto deel uitmaakt van de nalatenschap van erflater of dat deze in eigendom aan de partner toebehoort. Volgens de dochters is er sprake van een schenking des doods.

 

Hof Den Haag komt gezien de feiten - onder andere een e-mailbericht van erflater naar het garagebedrijf met het verzoek de auto op naam van zijn partner te stellen - tot de conclusie dat sprake is van een gift. Aan deze gift is feitelijk uitvoering gegeven vóór het overlijden van erflater met de levering van de auto aan de partner door het garagebedrijf op 25 maart 2016. Derhalve is sprake van een bij leven gedane gift. Al hetgeen de dochters omtrent een schenking ter zake des doods naar voren hebben gebracht, treft derhalve geen doel.