Bank hoeft rentevoorstel na rentedaling niet aan te passen

Het Kifid heeft op 4 november 2019 uitspraak gedaan of een bank een rentevoorstel moet aanpassen indien de rente na het uitbrengen van het rentevoorstel daalt.

In verband met het aflopen van de rentevastperiode op 1 april 2019 voor de hypothecaire geldlening van belanghebbende, heeft de bank ruim drie maanden daarvoor een rentevoorstel uitgebracht. In de periode na ontvangst van het rentevoorstel, maar voordat de rentevastperiode daadwerkelijk afloopt, daalt de rente. Belanghebbende heeft de bank verzocht om de rentedaling in het rentevoorstel te verwerken, maar de bank heeft dat verzoek afgewezen.

 

Belanghebbende vordert een schadevergoeding in verband met het verschil tussen de tienjaarsrente conform het rentevoorstel en de tienjaarsrente die volgens de website van de bank op 23 maart 2019 gehanteerd wordt.

 

Het Kifid overweegt dat artikel 68b BGfo niet uitsluit dat de bank een rentedaling verwerkt in een uitgebracht rentevoorstel, maar dat dit artikel dat ook niet voorschrijft. Het is bovendien niet gebleken dat de bank een contractuele verplichting heeft om belanghebbende te laten profiteren van de gedaalde rente na het uitbrengen van het rentevoorstel. Het behoort volgens het Kifid in beginsel tot de beleidsvrijheid van de bank om te bepalen of zij eenmalig een rentevoorstel uitbrengt of dat hier wijzigingen in aangebracht kunnen worden als de rente voor het aflopen van de rentevastperiode wijzigt.

Het Kifid wijst de vordering van belanghebbende daarom af.