Bank ontneemt klant voortzettingsoptie SEW bij overlijden partner

Dit bericht betreft een samenvatting van de behandeling van een klacht door het KiFiD

Op 30 april 2018 diende een consument een klacht in tegen een bank omdat zij volgens de klager de op haar rustende zorgplicht jegens de consument heeft geschonden doordat zij ertoe is overgegaan de helft van de opgebouwde waarde in de spaarrekening eigen woning (SEW) af te lossen op de hypothecaire geldlening.

 

In de zaak speelde de volgende feiten. In april 2012 heeft de consument samen met zijn echtgenote een hypothecaire geldlening overgesloten bij de bank. Dit betreft een Rabo OpbouwHypotheek. De aan die hypotheek verbonden geldlening kent een hoofdsom van € 303.000,- in totaal. In de offerte wordt een Rabo OpbouwSpaarrekening aangeboden, waarbij een rentepercentage van 4,7% door de Bank vergoed wordt. Fiscaal gezien betreft dit een SEW met een looptijd van 154 maanden. Aan het eind van die looptijd wordt een bedrag bereikt van € 74.816,74. Na 154 maanden zou datzelfde bedrag op de hypothecaire geldlening moeten worden afgelost. Op 20 oktober 2012 is de echtgenote van de consument overleden. De bank heeft vervolgens de helft van het in de Rabo OpbouwSpaarrekening opgebouwde kapitaal afgelost op de hypothecaire geldlening.

 

Fiscaal bestaat er ook de mogelijkheid van voortzetting in geval van overlijden van één van de partners. De SEW had in casu mogen worden voortgezet op alleen de naam van de consument, zodat hij fiscaal gunstig kapitaal zou hebben kunnen blijven opbouwen. De consument heeft erover geklaagd dat de bank hem die mogelijkheid ten onrechte niet aangeboden heeft. De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening heeft geoordeeld dat de bank geen overtuigende argumenten heeft gegeven voor haar beleid om die fiscale mogelijkheden niet te bieden. Volgens de commissie moet de weigering de SEW op alleen de naam van de consument voort te zetten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht. Om die reden heeft de consument recht op schadevergoeding. Die schadevergoeding dient door de bank aan de consument te worden vergoed.

 

De uitspraak (nr. 2019-212) is op 26 maart 2019 gedaan.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel