Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Belangrijkste wijzigingen aanvullende pensioenen 2020

De twee belangrijkste aandachtspunten op pensioengebied in 2019, die ook doorwerken naar 2020, waren wel het bereiken van het principeakkoord tussen sociale partners en de regering; en het (tijdelijk) voorkomen van massale pensioenkortingen door een tijdelijk versoepeling van de regels ten aanzien van de dekkingsgraden van pensioenfondsen. Maar er zijn meer zaken waarmee rekening gehouden moet worden, zoals de gebruikelijke aanpassing van de franchises, het maximum pensioengevendloon het (afkoop)bedrag kleine pensioenen, een nieuw Staffelbesluit pensioenen en de aanpassing van de rekenrente voor waardeoverdracht bij wisseling van dienstbetrekking.

Principeakkoord

De belangrijkste punten van het principeakkoord zijn:

 

  1. Vertraging van de stijging van de AOW-leeftijd
  2. Faciliteiten om eerder te kunnen stoppen met werken
  3. Minder kans op korting en meer kans op indexering door verlaging van de dekkingsgraad van 104,3% nu naar 100%
  4. Afschaffen de doorsneepremiesystematiek en introductie van een leeftijdsonafhankelijke premie
  5. Eenmalige opname van maximaal 10% van de waarde van het opgebouwde pensioen bij pensionering
  6. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers

 AOW- en pensioenrichtleeftijd

Als eerste wapenfeit van het principeakkoord werd de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd ingevoerd. Op grond van deze wet blijft de AOW-leeftijd voor 2020 (en 2021) gelijk aan die van 2019 op 66 jaar en 4 maanden staan. Daarna stijgt de AOW-leeftijd stapsgewijs:

 

2022:     66 jaar en 7 maanden

2023:     66 jaar en 10 maanden

2024:     67 jaar

 

Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Wordt geen rekening gehouden met het principeakkoord, waarin is afgesproken dat een verhoging van de levensverwachting met 1 jaar wordt vertaald in 2/3 jaar langer doorwerken en 1/3 jaar langer AOW, dan zou de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden bedragen. Minister Koolmees van SZW heeft echter al aangegeven dat, anticiperend op de wet- en regelgeving van het principeakkoord de AOW-leeftijd ook voor 2025 op 67 jaar wordt vastgesteld.

 

Voor 2020 is, gezien de ontwikkeling van de levensverwachting, geen verdere verhoging van de pensioenrichtleeftijd voorzien. Uit de formule: V = (L-18,26) – (P-65) van artikel 18a Wet LB blijkt dat de uitkomst, bij een geprognosticeerd macro gemiddelde resterende levensverwachting (L) van 20,75 jaar voor 2025, kleiner is

dan 1.  De pensioenrichtleeftijd blijft voor 2020 gehandhaafd op 68 jaar. Ook in 2021 blijft de pensioenrichtleeftijd bij geprognosticeerd macro gemiddelde resterende levensverwachting (L) van 21,43 jaar in 2031 op 68 jaar gehandhaafd.

 Vervolg principeakkoord

De internetconsultatie van een tweede wetsvoorstel (Wet uitkering ineens, RVU en verlofsparen) sloot op 9 december 2019 en zal verder worden uitgewerkt. Daarnaast is een roadmap voor de planning van de uitwerking van het principeakkoord gepubliceerd (zie externe link).

 

Op voorhand kan worden gesteld dat een kapitaalgedekt pensioenstelsel met ongewijzigd ambitieniveau bij een langdurige lage rentestand duur zal zijn.

Opbouw- en premiepercentages 2020

Aangezien de pensioenrichtleeftijd en het ambitieniveau (66,28% eindloon en 75% middelloon) voor 2020 ongewijzigd blijven, veranderen de opbouwpercentages niet. De premiepercentages voor beschikbare premieregelingen veranderen wel. Hiervoor is een nieuw Staffelbesluit pensioenen gepubliceerd (zie hierna).

Franchises en maximum pensioengevend loon 2020

Zoals bekend, wijzigen jaarlijks de franchisebedragen omdat deze gekoppeld zijn aan de AOW-uitkering. Ook het maximum pensioengevend loon is geïndexeerd.

 

Het maximum pensioengevend loon is voor 2020 vastgesteld op € 110.111 (artikel 18ga Wet LB).

 

De minimale franchises voor 2020 luiden als volgt:

Middelloon

Eindloon

1,875%

€ 14.167

1,657%

€ 16.030

-

1,701%

€ 11.312

-

1,483%

€ 12.860

1,701%

1,788%

€ 12.770

1,483%

1,570%

€ 14.449

 

Bovenstaande franchises zijn gebaseerd op de AOW voor een gehuwde zonder toeslag inclusief vakantiegeld (€ 10.625), waarbij voor middelloonregelingen de factor 100/75 en voor eindloon 100/66,28 is toegepast.

 

De franchises op basis van de alleenstaande-AOW (€ 15.627) zijn: € 20.837 voor middelloon en € 23.578 voor eindloon. Deze franchises zijn nog steeds relevant voor DGA’s met gedeeltelijk eigen beheer.

Lagere opbouwpercentages behorende bij een lagere pensioenrichtleeftijd

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft op 4 januari 2019 ook de opbouwpercentages gepubliceerd die behoren bij een lagere pensioenrichtleeftijd dan 68 jaar. Deze percentages hebben als uitgangspunt 1,875% of 1,657% en zijn vervolgens actuarieel herrekend. Naast deze verlaagde opbouwpercentages zijn ook verlaagde opbouwpercentages gepubliceerd voor de andere fiscale regimes: VPL, VAP en Witteveen 2015. De verlaagde opbouwpercentages wijken hier en daar een fractie af van de vorig jaar gepubliceerde opbouwpercentages.

 

Aangezien de pensioenrichtleeftijd en het ambitieniveau voor 2020 niet zijn gewijzigd, zijn de verlaagde opbouwpercentages vooralsnog niet aangepast. Dat zou echter nog kunnen veranderen als de actuariële herrekening zou plaatsvinden op basis van een meer recente overlevingstafel.

Verhoogde franchise of verlaagde pensioengrondslag bij lagere pensioenrichtleeftijd

Een andere manier, zonder ook het opbouwpercentage te verlagen, is te werken met een verhoogde franchise of een verlaagde pensioengrondslag. In het Verzamelbesluit pensioenen (zie hierna) van 11 december 2018 zijn hiervan in onderdeel 8.9 twee voorbeelden opgenomen.

 

In zijn algemeenheid geldt dat de verhoogde franchise gelijk is aan:

 

                                                   

 Voorbeeld
Opbouw% middelloon 68 jaar  1,875%
Verlaagd opbouw% middelloon 67 jaar1,738%
Salaris   € 30.000
Franchise middelloon 2020€ 14.167

                                       

De verhoogde franchise bedraagt:

 

1,875 – 1,738 x € 30.000 + 1,738   x € 14.167 = € 15.324

        1,875                                   1,875

 

De jaarlijkse opbouw op basis van de verhoogde franchise, zonder aanpassing van de pensioenleeftijd en zonder aanpassing van het opbouwpercentage bedraagt dan in 2020:

 

1,875% x (€ 30.000 - € 15.324) = € 275,18

 

De jaarlijkse opbouw op basis van pensioenleeftijd 67 jaar met een verlaagd opbouwpercentage bedraagt dan in 2020:

 

1,738% x (€ 30.000 - € 14.167) = € 275,18

 

Anders dan bij reguliere opbouw, waarbij de franchise constant blijft, impliceert het toepassen van een verhoogde franchise dat die franchise per salaris verschilt.

Nieuw Staffelbesluit pensioenen

Op 27 december 2019 is een nieuw Staffelbesluit pensioenen gepubliceerd. Aangezien de nettofactor gelijk aan 1 minus het hoogste belastingtarief in box 1 en dit tarief sinds 1 januari 2020 is gewijzigd van 51,75% (2019) naar 49,50% (2020), moesten de premiepercentages voor het nettopensioen dienovereenkomstig worden aangepast. Immers, de premies voor het nettopensioen zijn gelijk aan het product van de nettofactor en de premiepercentages van staffel 4 van bijlage II van het staffelbesluit. Bijlage VII van het (nieuwe) Staffelbesluit pensioenen geeft een overzicht van de nieuwe premiepercentages voor nettopensioenen in 2020. 

 

Niet alleen de staffels voor nettopensioenen zijn gewijzigd, ook de premiepercentages van de staffels 1 t/m 4 voor reguliere premieovereenkomsten zowel op basis van 3% als op basis van 4% rekenrente zijn gewijzigd omdat de berekeningsgrondslagen van de premiestaffels zijn aangepast. De nieuwe premiepercentages zijn gebaseerd op de overlevingstafels GBM/GBV 2012/2017 (was 2011/2016) met leeftijdsverlagingen van 5 jaar voor mannen en 6 jaar voor vrouwen. Partijen mogen deze staffels hanteren als de pensioenverzekeraar een levensverzekeringsmaatschappij is die binnen de pensioenverzekering uitgaat van individuele tarieven. Met individueel tarief wordt hier bedoeld: het tarief dat de verzekeraar in individuele gevallen hanteert (het standaardtarief). Als de pensioenverzekeraar en de werkgever na onderhandelingen een van het standaardtarief afwijkend collectief tarief zijn overeengekomen waarbij men uitgaat van lichtere sterftegrondslagen, moet de werkgever de beschikbare-premiepercentages dienovereenkomstig verlagen.

Reparatieregeling VUT, prepensioen en (nabestaanden) overbruggingspensioen

Voor op 31 december 2004 bestaande VUT-regelingen, overbruggings- en prepensioenen is via overgangsrecht bepaald dat deze regelingen onder bepaalde voorwaarden in stand konden blijven. Een belangrijk kenmerk van deze regelingen was dat de uitkeringen moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, die toen nog gelijk was aan de AOW-leeftijd. Aangezien de AOW-leeftijd sinds 2013 stapsgewijs is verhoogd, is in het besluit van 17 december 2013 goedgekeurd dat de uitkeringen mogen plaatsvinden tot uiterlijk de AOW-leeftijd van de betrokken gerechtigde.

 

In het kader van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd bestaat de mogelijkheid dat de AOW-leeftijd minder sterk stijgt dan aanvankelijk was voorzien, zodat de uitkeringsperiode strikt genomen weer verkort zou moeten worden, anders zou de regeling onzuiver worden met alle gevolgen van dien. 

 

In het besluit van 13 december 2019 is goedgekeurd dat als de AOW-leeftijd na ingang van de uitkeringen wordt verlaagd, mag ook worden uitgegaan van de AOW-leeftijd die van toepassing was vóór deze verlaging. Er zijn dan 2 opties:

 

  • Uitkeren tot de oorspronkelijk geldende AOW-leeftijd vóór de temporisering van de verhoging
  • Uitkeren tot de nieuwe verlaagde AOW-leeftijd

Een soortgelijke regeling is voor het nabestaandenoverbruggingspensioen (NOP) voorzien. Het NOP moet immers uiterlijk eindigen bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (artikel 18f Wet LB).

 

Door invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd kan zich voor een ingegaan NOP de situatie voordoen dat de oorspronkelijk AOW-leeftijd is verlaagd, terwijl contractueel is vastgelegd dat de uitkeringen doorlopen tot de oorspronkelijke AOW-leeftijd vóór de verlaging. Alsdan zou het NOP onzuiver worden, zodat hiervoor bovengenoemde goedkeuring ook van toepassing is. 

Klein pensioen 2020

Het grensbedrag voor ‘kleine’ pensioenen is voor 2020 vastgesteld op € 497,27. Heel kleine pensioenen (€ 2 of minder) vervallen. Kleine pensioenen (hoger dan € 2 maar lager dan € 484,09 in 2019 en € 497,27 in 2020) die vanaf 1 januari 2018 zijn ontstaan, worden sinds 1 januari 2019 bij wisseling van werkgever automatisch overgedragen aan de nieuwe pensioenuitvoerder. Vanaf 1 januari 2020 geldt dit ook voor de gevallen waarin de deelneming vóór 1 januari 2018 is geëindigd en sprake is van wisseling van werkgever.

 

De automatische waardeoverdracht geldt alleen voor kleine pensioenen die als gevolg van wisseling van dienstverband zijn ontstaan, maar niet voor kleine pensioenen die hun oorsprong vinden in een beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst. 

Rekenrente en grondslagen standaardtarief waardeoverdracht

Het wettelijk standaardtarief is met ingang van 1 januari 2020 gebaseerd op periodetafel GBM/V 2010–2015 (was 2005-2010) met de volgende leeftijdsterugstellingen:

 

  1. 5 jaar voor mannelijke deelnemers
  2. 3 jaar voor vrouwelijke deelnemers
  3. 1 jaar voor de vrouwelijke partner van mannelijke deelnemers en
  4. 3 jaar voor de mannelijke partner van vrouwelijke deelnemers

De berekening van het standaardtarief vindt plaats op basis van algemeen gebruikelijke actuariële formules (bijlage 2 bij artikel 18 Regeling uitvoering Pensioenwet), waarbij wordt uitgegaan van netto tarieven en een marktconforme rentevoet. Deze rentevoet is gelijk aan de op 1 oktober (2019) geldende rente uit de door De Nederlandsche Bank gepubliceerde rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar en bedraagt 0,290% (was 1,577% in 2019). Hiermee zal de overdrachtswaarde in 2020 hoger uitvallen dan op basis van de grondslagen uit 2019, enerzijds door de hogere levensverwachting en anderzijds door de lagere rekenrente.

Overzicht te bereiken pensioen

Vanaf 2020 moet ook in het Uniform Pensioen Overzicht (UPO 2020) het te bereiken pensioen in drie scenario’s worden weergegeven, waarbij rekening gehouden wordt met inflatie. In mijnpensioenoverzicht.nl gebeurde dat al sinds het najaar van 2019. Een ander verschil tussen beide is dat mijnpensioenoverzicht.nl een totaal overzicht geeft van de AOW-uitkering en het aanvullende pensioen in de tweede pijler, terwijl het UPO zich beperkt tot uitsluitend aanvullende pensioenen.

Directeur-grootaandeelhouder

Het jaar 2019 was het laatste jaar om het in eigen beheer opgebouwde pensioen fiscaal gefaciliteerd af te kopen of om te zetten in een Oudedagsverplichting (ODV). Pensioenen die zijn omgezet in een ODV, moeten vervolgens worden opgerent volgens een bepaalde oprentingsmethode en op basis van de in artikel 12.3a Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2011 (URLB 2011) vermelde marktrente, die gebaseerd is op het gemiddelde u-rendement. Deze rentevoeten luiden als volgt:

 

Gemiddelde u-rendement 2016 0,059% (oprenting in 2017)
Gemiddelde u-rendement 2017     0,060% (oprenting in 2018)
Gemiddelde u-rendement 2018   0,269% (oprenting in 2019)
Gemiddelde u-rendement 2019- 0,107% (oprenting in 2020)

 

Voor zover sprake is van een negatieve rentevoet leidt de ‘oprenting’ tot een afname van de ODV en dus tot lagere toekomstige ODV-uitkeringen (V&A 19-007).

 

Daarnaast heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) aangegeven dat, hoewel de ODV-uitkeringsperiode feitelijk tot op de dag nauwkeurig moet worden vastgesteld, de verkorte of verlengde ODV-uitkeringsperiode afgerond mag worden op hele maanden of zelfs hele jaren naar boven of naar beneden (V&A 17-029).  Dit geldt ook voor reeds lopende ODV-uitkeringen. Uiterlijk bij aanvang van het eerstvolgende uitkeringsjaar kan de resterende ODV-uitkeringsperiode worden afgerond op hele maanden of jaren.                                            

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships