Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Belangrijkste wijzigingen Consumptief Krediet 2020

In dit bericht geven we een beknopt overzicht van de belangrijkste wijzigingen in 2020 met betrekking tot de module Consumptief krediet. Zie voor enkele algemene wijzigingen per 1 januari 2020 het WftNU-bericht ‘Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2020’.

Op het gebied van Consumptieve Kredieten is het nieuws bescheiden.

In dit artikel benoemen we enkele concrete wijzigingen en blikken we daarnaast vooruit op verwachte relevante wijzigingen in de loop van het nieuwe jaar.

Aanpassing leennormen vanaf 1 januari 2020

De VFN heeft in mei 2019 de nieuwe Gedragscode consumptieve kredieten gepubliceerd. Daarin zijn al enkele maatregelen genomen om overkreditering (verder) te voorkomen. Ook is de lock-up-problematiek sindsdien verkleind.

 

Toch was de Autoriteit Financiële Markten (AFM) nog erg kritisch op het ‘gemak’ waarmee consumptieve kredieten in zijn algemeen worden afgesloten. De AFM heeft kredietverstrekkers dan ook onder de loep genomen en in 2019 twee boetes en zeven waarschuwingen opgelegd. De boetes waren beiden € 1.125.000, onder meer vanwege onvoldoende inventarisatie van de klantsituatie, en/of vanwege het verstrekken van een krediet dat op basis van de geïnventariseerde gegevens onverantwoord hoog was.

 

Mede daarom is op 1 januari 2020 de Gedragscode van VFN opnieuw aangepast.

Allereerst zijn de Leennormen zelf aangepast.

 

 

Daarnaast vallen twee belangrijke wijzigingen op:

 

  • Andere vaststelling van de ‘exclusief leennorm’
    Er wordt een extra buffer ingebouwd. Voor de verschillende gezinscategorieën dient de exclusief leennorm vanaf 1 januari 2020 als volgt te worden bepaald:
    • Alleenstaand: Leennorm = basisnorm + (15%*(Netto inkomen - norm woonlast – basisnorm)) + €40
    • Alleenstaand met kinderen: Leennorm= basisnorm + (15%*(Netto inkomen - norm woonlast – basisnorm)) + €226
    • Gehuwden/Samenwonenden: Leennorm= basisnorm + (15%*(Netto inkomen - norm woonlast – basisnorm)) + €119
    • Gehuwden/Samenwonenden met kinderen: Leennorm= basisnorm + (15%*(Netto inkomen - norm woonlast – basisnorm)) + €244
Voorbeeld

Bij samenwonenden zonder kinderen met een netto inkomen exclusief vakantiegeld en toeslagen van € 2.067 bedraagt (per 1 januari 2020) de basisnorm € 1.261. Voor levensonderhoud dient vanwege de inkomensafhankelijke norm na kredietverlening

(€ 2.067 -/- € 229 -/- € 1.261) x 15% plus € 1.261 plus € 119 is € 1.466,55 beschikbaar te blijven. Dit is de leennorm voor deze consumenten. Stel dat de huur € 400 bedraagt, dan resteert als maximale maandlast voor kredietverlening € 2.067 -/- € 1.466,55 -/-

€ 400 = € 200,45.

 

Dat correspondeert met een doorlopend krediet van 50 x € 200,45 = € 10.022,50. Dit is slechts een cijfermatig voorbeeld omdat de kredietgever nog allerlei andere omstandigheden in zijn beoordeling kan betrekken, zoals alimentatie of al bestaande financieringslasten, waardoor het maximaal te verstrekken krediet kan afwijken van dit voorbeeld.

 

Let wel! Volgens de leennorm die gold tot 2020, was de leencapaciteit van deze samenwoners nog € 16.112,50! Ze kunnen dus op basis van deze nieuwe leennormen ruim € 6.000 (of 38%) minder lenen dan vorig jaar.

 

  • Andere vaststelling woonlasten koopwoning

    • Voor iemand met een hypothecair krediet geldt vanaf 2020 dat de fictieve woonlasten op een andere manier vastgesteld moet worden. Bij (gezamenlijke) inkomens vanaf anderhalf keer modaal (2019: 2x modaal) mag gerekend worden met een belastingvoordeel van 15% (2019: 30%) op de bruto woonlast. Bij de lagere inkomens mag worden uitgegaan van een belastingvoordeel van 10% (2019: 25%) op de bruto woonlast.
      Kortom: de belastingvoordelen worden lager ingeschat, waardoor de fictieve woonlasten van de koopwoning hoger worden en de leencapaciteit lager
    • Als de forfaitaire aftrek leidt tot een vastgestelde maandlast van minder dan €350, wordt een maandlast van €350 gehanteerd in het kader van de kredietbeoordeling
    • Als de bruto hypotheeklast minder bedraagt dan €350 wordt geen forfaitaire aftrek gehanteerd (dan is de te hanteren maandlast in het kader van de kredietbeoordeling de bruto maandlast van de hypotheek)
    • De kredietaanbieder mag in het kader van de kredietwaardigheidstoetsing ook uitgaan van de werkelijke netto maandlasten van de hypotheek voor de consument. Als hiervoor wordt gekozen dient op adequate wijze rekening te worden gehouden met (mogelijk) stijgende netto hypotheeklasten gedurende de looptijd van het krediet

Aanpak flitskredieten

Flitskredieten zijn kortlopende leningen van geringe omvang die aan consumenten worden verstrekt tegen zeer hoge kosten. Die kosten kunnen bijvoorbeeld rente en ‘leenkosten’ omvatten. Afnemers van flitskredieten zijn doorgaans financieel kwetsbare consumenten, die op andere manieren niet meer aan krediet kunnen komen. Veel mensen raakten door dergelijke flitskredieten in de problemen. Al sinds 2011 vallen flitskredieten onder de reikwijdte van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Doordat de maximum kredietvergoeding in Nederland van toepassing werd en dit actief werd gehandhaafd, kwam het verdienmodel onder druk. De meeste aanbieders van flitskrediet hebben sindsdien hun activiteiten gestaakt. Toch blijft aanpak van flitskredieten noodzakelijk. Er zijn aanbieders van flitskrediet bijgekomen die vanuit het buitenland opereren, zodat ze niet onder de Nederlandse regels vallen. Er is immers geen AFM-vergunning nodig voor kredietverstrekkers uit een andere EU-lidstaat dan Nederland.

 

Daarom is op 1 januari 2020 de wet aangepast, waardoor ook voor flitskredieten uit andere EU-lidstaten een maximale kredietvergoeding geldt die 12% boven de wettelijke rente (van 2%) ligt.

 

Voor kredieten die worden aangeboden uit niet-EU-landen, geldt de Wft in zijn geheel. Dat wil zeggen dat een kredietverstrekker dan een aparte AFM-vergunning moet hebben. De AFM is streng in het oordelen of een dergelijke vergunning verstrekt wordt.

Algemene ontwikkelingen CK

Minder Doorlopende Kredieten

Het Doorlopende Krediet (DK) kent in beginsel geen aflossingsverplichting; dat wil zeggen dat elke aflossing weer kan worden opgenomen. De schuld kan dus even hoog blijven. De politiek en toezichthouders achten deze wijze van kredietverstrekking niet meer van deze tijd. Elke schuld moet op enig moment afgelost worden. Daarom is ook in de VFN Gedragscode opgenomen dat een DK maximaal 180 maanden mag lopen (indien afgesloten op of na 1 mei 2019). Ook moeten bestaande DK’s telkens geactualiseerd worden. Dat wil onder meer zeggen dat ten minste elke 60 maanden op individueel niveau moet worden bezien of het DK nog passend is. Voor DK’s vanaf 1 mei 2019 geldt een actualisatieplicht per 36 maanden.

 

Hoewel deze maatregelen al van kracht zijn, is de verwachting dat DK’s in de huidige vorm nog verder beperkt zullen worden. Ze worden al steeds minder aangeboden. Enkele kredietverstrekker (zoals ABN AMRO) bieden deze leningvorm al helemaal niet meer aan sinds 10 december 2019.

 

Andere aanbieders beperken de heropnamemogelijkheden, zodat het DK langzaam maar zeker wordt omgezet in een leningvorm waarop wordt afgelost.

Strenger toezicht Verzendhuiskredieten

Minister Hoekstra van Financiën maakt zich nog steeds zorgen over het ‘kopen op afbetaling’ via een verzendhuiskrediet. Uit onderzoek vorig jaar, bleek dat er 34% van de verzendhuiskredieten een achterstand had. Inmiddels is dat teruggelopen tot 26%, maar dat percentage is nog veel te hoog. De Minister geeft de branche zelf nog een jaar de tijd om hier iets aan te doen. Nu de branche ook aangesloten is bij VFN (sinds 2019) wil de Minister deze groep nog een jaar de kans geven. Een belangrijk punt is dat klanten niet standaard de keus aangevinkt krijgen om op afbetaling te kopen, maar direct te betalen voor het goed.

Invulling brede aanpak schuldproblematiek

De overheid probeert al jaren om schuldproblematiek aan de voorkant aan te pakken. Schuldproblematiek ontstaat vaak vooral doordat er te laat wordt ingegrepen. De schuldenaar heeft de neiging om een tijd het ene gat met het andere te vullen, tot het misgaat. En dan is het vaak ook goed mis en zijn er zodanig grote schulden ontstaan, dat ze niet of nauwelijks meer op te lossen zijn. Zo kan een relatief kleine betalingsachterstand uitgroeien tot een problematische schuld.

 

Om dat te voorkomen, is er een wetsvoorstel ingediend om de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening te wijzigen. Gemeenten worden immers geacht inwoners met problematische schulden te helpen. Het probleem is echter dat deze personen vaak pas aan de bel trekken als het te laat is. Daarom voorziet het wetsvoorstel in het delen van informatie, waardoor de gemeente zelf in een vroeg stadium signaleert of iemand potentieel in de problematische schulden raakt.

Vroegsignalering schulden

Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld energiebedrijven of woningcorporaties direct aan de gemeente doorgeven wanneer een klant betalingsproblemen heeft. De gemeente kan deze personen dan actief benaderen om schuldhulpverlening te bieden.

Toch stuit deze wet nog op bezwaren. Vooral de privacy staat op het spel. Het is volgens de huidige wetgeving nog niet mogelijk dat een verhuurder bijvoorbeeld ongevraagd een huurachterstand van een huurder doorgeeft aan de gemeente. Daarvoor moet eerst aangetoond worden dat het doorgeven van dergelijke privacygevoelige informatie opweegt tegen de privacy van die huurder.

De overheid probeert in de loop van 2020 het wetsvoorstel sluitend te krijgen, zodat het op 1 januari 2021 moet ingaan.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships