Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Belangrijkste wijzigingen Vermogen 2020

Op 1 januari 2020 zijn diverse wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we daarvan een beknopt overzicht met betrekking tot de module Vermogen.

 

Zie voor enkele algemene wijzigingen per 1 januari 2020 het bericht 'Wijzigingen Wft Basis per 1 januari 2020’ (zie Externe bronnen).

Algemene relevante belastingwijzigingen

In het januaribericht van Basis zijn de belangrijkste fiscale wijzigingen opgenomen. Voor de adviseur Vermogen voegen we daar wat extra informatie aan toe.

Tarief box 2

Het IB-tarief in box 2 (aanmerkelijk belang) gaat stapsgewijs omhoog. Daar staat tegenover dat het tarief voor de Vennootschapsbelasting (Vpb) verlaagd wordt.

Die ontwikkeling ziet er als volgt uit:

 

Belastingjaar

Vpb

(winst < € 200.000)

Vpb

(winst >

€ 200.000)

IB-tarief box 2

2019

19%

25%

25%

2020

16,5%

25%

26,25%

2021

15%

21,7%

26,9%

Afbouw zelfstandigenaftrek en tariefmaatregel

De zelfstandigenaftrek is al enkele jaren gelijk gebleven en bedroeg in 2019 nog
€ 7.280. Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek echter afgebouwd tot € 5.000 in 2028. In 2020 is de zelfstandigenaftrek nog € 7.030.

Omdat de tariefmaatregel (aftrekbeperkende maatregel) tegelijkertijd ingaat en geldt voor zowel de zelfstandigenaftrek als de MKB-winstvrijstelling, merken IB-ondernemers met een relatief hoge winst uit onderneming dat ze de komende jaren meer inkomstenbelasting moeten betalen.

Een uitgebreid rekenvoorbeeld hiervan is opgenomen in ons Prinsjesdagbericht Vermogen (zie externe links). Nu het Belastingplan 2020 is gepubliceerd in het Staatsblad op 27 december 2019, zijn deze maatregelen definitief.

Sociale zekerheid

Per 1 januari 2020 zijn de AOW, Anw, WW, WIA, TW, Bijstandsuitkering, IOW, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2020 omdat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon dan wel het wettelijk maximum dagloon. Voor iedereen van 21 jaar en ouder is het wettelijk minimumloon in 2020 € 1.653,60 bruto per maand (januari 2019: € 1.615,80 per maand), uitgaand van een voltijds dienstverband. Overigens wordt het wettelijk minimumloon halfjaarlijks aangepast.

 

Voor bijstandsgerechtigden gelden vanaf 2020 de volgende vermogensvrijstellingen:

 

  • € 6.225 (2019: € 6.120) voor een alleenstaande
  • € 12.450 (2019: € 12.240) voor een alleenstaande ouder of voor een gezamenlijke huishouding
  • € 52.500 (2019: € 51.600) voor de overwaarde van een eigen woning

Het maximum dagloon bedraagt per 1 januari 2020 € 219,28 per dag (1 januari 2019:
€ 214,28 per dag). Dat is op jaarbasis € 57.232,08 (2019: € 55.927,08). 


De maxima voor een WW-uitkering stijgen daardoor tot € 3.577,01 (75%) voor de eerste twee maanden en daarna € 3.338,54 per maand (70%). Deze bedragen zijn inclusief vakantiegeld. Ook de maxima van de IVA en WGA zijn hierdoor veranderd.

Verlenging IOW

De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) wordt verlengd. Deze wet zou op 1 januari 2020 vervallen, maar wordt nu verlengd tot 1 januari 2024. De IOW voorziet in een inkomensvoorziening voor werknemers die op de leeftijd van 60 jaar en vier maanden of later werkloos of gedeeltelijk arbeidsgeschikt worden. Deze oud-werknemers krijgen allereerst WW of een WGA-loongerelateerde uitkering. De eerste WW-dag (of WGA-dag) is leidend voor de vaststelling of iemand na afloop van die tijdelijke uitkering recht heeft op een IOW-uitkering.

 

De IOW is niet meer dan een sociaal vangnet op het wettelijk minimumniveau (vergelijkbaar met de bijstand). Het verschil met een bijstandsuitkering uit hoofde van de Participatiewet is echter dat de IOW geen vermogenstoets kent.

AOW

De AOW-leeftijd verloopt als volgt:

Jaar

AOW-leeftijd

2019

66 + 4 maanden

2020

66 + 4 maanden

2021

66 + 4 maanden

2022

66 + 7 maanden

2023

66 + 10 maanden

2024

67

2025

67

2026 en later

Nog niet bekend

 

Omdat de AOW-bedragen zijn aangepast, wordt de minimale AOW-franchise voor pensioenregelingen van werknemers aangepast. In 2020 zijn de minimale AOW-franchises:

 

  • Voor een eindloonregeling € 16.030 (2019: € 15.599)
  • Voor een middelloonregeling/beschikbare premieregeling € 14.167 (2019:
    € 13.785)

Bij lagere opbouw gelden lagere bedragen. Ook gelden voor Eigen Beheer nog aparte franchises.

Pensioen

Pensioenopbouw

De opbouwpercentages voor middel- en eindloonregelingen zijn per 1 januari 2020 niet verder aangepast en blijven:

 

  • Voor middelloonregelingen maximaal 1,875%.
  • Voor eindloonregelingen maximaal 1,657%.

De pensioenrichtleeftijd is op 1 januari 2020 ongewijzigd gebleven op 68 jaar. Dat betekent dat voor pensioenregelingen waarbij de pensioenleeftijd lager ligt dan 68 jaar, de opbouwpercentages lager zijn.

 

Pensioenopbouw met gebruik van de omkeerregeling is bovendien gemaximeerd op

€ 110.111 (2019: € 107.593). Daarboven is alleen nettopensioen mogelijk (met een vrijstelling in box 3).

Premiestaffels

De premiepercentages voor beschikbare premieregelingen zijn gewijzigd in een nieuw Staffelbesluit pensioenen, enerzijds omdat de overlevingstafel is gewijzigd en anderzijds voor nettopensioenen de nettofactor is veranderd.

Kleine pensioenen

Kleine pensioenen zijn (ouderdoms)pensioenen die lager zijn dan € 497,27 (2019: € 484,09) per jaar. Sinds 1 januari 2019 kunnen pensioenuitvoerders deze pensioenen automatisch overdragen bij wisseling van werkgevers.

 

Het is bovendien mogelijk deze kleine pensioenen af te kopen. De afkoop is wel belast, maar er is geen revisierente verschuldigd.

Pensioencommunicatie uitgebreider (1)

In mijnpensioenoverzicht.nl is sinds het najaar van 2019 de ‘navigatiemetafoor’ opgenomen. Dat is een plaatje waarin de effecten van tegenvallers of meevallers in het op te bouwen ouderdomspensioen tot uitdrukking komt. Ook wordt in dat figuur rekening gehouden met de effecten van inflatie.

 

Deze navigatiemetafoor komt ook terug in de nieuwe UPO-modellen. Toch is er een verschil: in mijnpensioenoverzicht.nl wordt ook de AOW-uitkering verwerkt in de gegevens. Op het UPO is dat niet het geval.

 

Een voorbeeld van een navigatiemetafoor (ex AOW) staat hieronder:

 

 

Naast de navigatiemetafoor, moeten de nieuwe UPO-modellen bovendien informatie bevatten over:

  • Te betalen premie en
  • Kosten

Pensioencommunicatie uitgebreider (2)

Op het gebied van pensioencommunicatie verandert er nog iets. Dat wil zeggen: er is al iets veranderd sinds 1 januari 2019, maar wordt vanaf 2020 bekend verondersteld bij de adviseur Vermogen. Het gaat om de informatieplicht voor gewezen deelnemers (ex-werknemers). Tot 1 januari 2019 moesten zij elke vijf jaar een UPO ontvangen. Sinds 1 januari 2019 moet de gewezen deelnemer elk jaar een overzicht verstrekt worden van zijn opgebouwde pensioenrechten. Het jaarlijkse UPO hoeft overigens niet op papier verstuurd te worden. Het is voldoende om het UPO jaarlijks digitaal beschikbaar te stellen. Dan moet nog wel eens in de vijf jaar nadrukkelijker een UPO verstrekt worden. Dat wil zeggen dat de gewezen deelnemer hetzij per post een UPO krijgt elke vijf jaar, hetzij er via de post op gewezen wordt dat hij naar de digitale site moet gaan van de pensioenuitvoerder om daar in te loggen waar hij zijn persoonlijke overzicht kan raadplegen.

Vrijwel alle pensioenuitvoerders hebben inmiddels een eigen portal “Mijn-omgeving”, waar de (gewezen) deelnemer op kan inloggen.

Als een pensioenuitvoerder deze digitale omgeving niet heeft, moet hij niet alleen aan de actieve maar ook aan de gewezen deelnemers jaarlijks per post een UPO opsturen.

Lijfrenten

De jaarruimte met betrekking tot uitgaven voor inkomensvoorzieningen bedraagt in 2020 maximaal € 12.986 (2019: € 12.678). Er geldt een maximale premiegrondslag van € 110.111 (2019: € 107.593). De minimale AOW-franchise in de derde pijler is € 12.472 (2019: € 12.275).

 

De formule voor de jaarruimte is ongewijzigd ten opzichte van 2019, behoudens de franchise dus:

 

13,3% x (gemaximeerd inkomen -/- € 12.472) -/- 6,27 x Pensioenaangroei -/- toevoeging OR.

De maximale jaarruimte kan ook als volgt berekend worden:

13,3% x (€ 110.111 -/- € 12.472) = € 12.986. Er wordt in het voordeel van de belastingplichtige afgerond op hele euro’s.

 

De reserveringsruimte bedraagt maximaal € 7.371 (2019: € 7.254) maar ten hoogste 17% van de geldende premiegrondslag (maximaal € 14.552 voor belastingplichtigen die aan het begin van het kalenderjaar een leeftijd hebben bereikt van 56 jaar en vier maanden (2019: € 14.322 vanaf 56 jaar en vier maanden)).

De maximale jaaruitkering voor de tijdelijke oudedagslijfrente is € 22.089 (2019:
€ 21.741).

 

De fiscaalverzachtende afkoopregeling voor zogenaamde kleine lijfrenteverzekeringen met een waarde in het economisch verkeer wordt maximaal € 4.475 (2019: €4.404).

 

De dotatie aan de oudedagsreserve (OR) wordt 9,44% van de winst (gelijk aan 2019). De absolute jaarlijkse maximumdotatie is in 2020 € 9.218 (2019: € 8.999).

 

De lijfrentepremieaftrek voor stakende ondernemers wordt respectievelijk € 467.044,
€ 233.530 of € 116.771 (2019: € 459.688, € 229.852 of € 114.932), afhankelijk van de leeftijd op het moment van staken, dan wel de mate van arbeidsongeschiktheid of het direct laten ingaan van de uitkeringen.

Lijfrentepremie valt niet onder tariefmaatregel

Ondanks de tariefmaatregel, waarbij een beperking wordt opgelegd in het maximale aftrektarief van diverse aftrekposten, geldt deze maatregel niet voor lijfrenten. Indien iemand met de top van zijn inkomen in de hoogste IB-schijf zit (49,5% in 2020), dan kan de premie ook tegen dat tarief afgetrokken worden (mits de hele storting in het toptarief valt en valt binnen de jaar- en reserveringsruimte).

Saldolijfrenten

Op 31 december 2020 vervalt het overgangsrecht voor saldolijfrenten. Dit geldt echter niet voor hybride saldolijfrenten: dat zijn lijfrenten waarvan de premie deels voor aftrek in aanmerking kwam.

 

Zuivere saldolijfrenten die na 31 december 2020 nog bestaan, vallen vanaf dat moment als ‘gewoon’ vermogen in box 3 en worden daar ook belast. Over de waarde op 31 december 2020 moet afgerekend worden in box 1.

 

Over het vervallen van het overgangsrecht van zuivere saldolijfrenten bent u ook al geïnformeerd via het bericht kort na Prinsjesdag voor Vermogen. Ook deze toen voorgestelde wetgeving is inmiddels definitief.

Besluit overbruggingslijfrenten

Voor lijfrentekapitaal dat is opgebouwd vóór 2006, kan nog altijd een overbruggingslijfrente worden aangekocht. De overbruggingslijfrente heeft als kenmerk dat deze moet eindigen – naar keuze van de gerechtigde – in het jaar waarin de gerechtigde tot de lijfrente 65 jaar wordt of in het jaar waarin hij een uitkering op grond van een pensioenregeling gaat genieten. De wetgeving daarover is nooit aangepast, ondanks de verhoogde AOW-leeftijd.

In een besluit van 24 december 2019 is nu goedgekeurd dat een overbruggingslijfrente ook mag lopen tot de AOW-leeftijd is bereikt, zonder dat dit tot een onzuivere lijfrente-uitkering leidt.

 

Een vergelijkbare goedkeuring geldt voor VUT-regelingen, overbruggingspensioenen, nabestaandenoverbruggingspensioenen en prepensioenen. Die regeling ligt echter iets ingewikkelder. Het gaat voor de adviseur Vermogen te ver daarover uit te weiden.

Kapitaalverzekeringen Eigen Woning (KEW)

Onder dit kopje wordt onder een KEW mede verstaan de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) of het Beleggingsrecht Eigen Woning (BEW).

 

De KEW-vrijstelling van 2020 is € 168.500 (2019: € 166.000) per belastingplichtige.

Schenkbelasting

De tariefschijf en vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting wijzigen op 1 januari 2020.

De eerste tariefschijf voor de schenk- en erfbelasting gaat omhoog naar € 126.723 (2019: € 124.727).

 

De vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting worden allen geïndexeerd.

 

  • De vrijstellingen voor de schenkbelasting bedragen in 2020:
    • Kinderen (jaarlijks): € 5.515 (2019: € 5.428)
    • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig): € 26.457 (2019: € 26.040)
    • Kinderen 18-40 jaar (eenmalig) indien schenking wordt aangewend voor een dure studie: € 55.114 (2019: € 54.246)
    • Extra verhoogde vrijstelling ten behoeve van de eigen woning: € 103.643 (2019: € 102.010)
    • Overige verkrijgers: € 2.208 (2019: € 2.173)

Erfbelasting

De vrijstellingen voor de erfbelasting bedragen in 2020:

 

  • Partners: € 661.328 (2019: € 650.913)
  • Kinderen en kleinkinderen: € 20.946 (2019: € 20.616)
  • Bepaalde zieke en gehandicapte kinderen: € 62.830 (2019: € 61.840)
  • Ouders: € 49.603 (2019: € 48.821)
  • Overige verkrijgers: € 2.208 (2019: € 2.173)
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships