Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Beleggingsfraude met binaire opties en zorgplicht

Op zoek naar rendement laten sommige beleggers zich verleiden tot zogenoemde alternatieve beleggingsvormen zoals binaire opties. Dat gaat echter helaas door onder andere fraude nog wel eens mis. De belegger probeert vervolgens zijn verlies te verhalen met een beroep op het schenden van de zorgplicht.

Het Kifid heeft op 10 augustus 2020 uitspraak gedaan of een dergelijk beroep mogelijk is.

Binaire opties

Met een binaire optie kan een belegger inspelen op een verwachte koersontwikkeling met twee mogelijke uitkomsten: goed of fout.

De belegger kan kiezen uit verschillende onderliggende waarden, zoals indices, aandelen, grondstoffen en valuta, de lengte van de looptijd variërend van 1 minuut tot einde maand, de richting van de koersbewegingen en de hoogte van de inzet. Afhankelijk van de gemaakte keuzes wordt bij verval van de optie een vooraf vastgesteld (vast) rendement ontvangen dan wel gaat bij een ongunstige uitkomst de volledige inleg verloren. Beleggen in binaire opties heeft derhalve een hoog speculatief karakter.

Belangrijk verschil tussen gewone opties en binaire opties is dat binaire opties nooit eigendom worden van de belegger. De belegger kan slechts speculeren op de koers van een onderliggende waarde.

De casus

Belanghebbende heeft in 2018 met zijn creditcard 8 betalingen gedaan van in totaal
€ 41.335 aan een in het buitenland gevestigd bedrijf. Belanghebbende is in de veronderstelling dat dit bedrijf daarmee als online broker voor hem zou gaan handelen in binaire opties. Later ontdekt belanghebbende dat de buitenlandse partij hem heeft misleid en een frauduleuze partij is. De buitenlandse partij blijkt geen toegang tot of vergunning voor financiële markten te hebben. Belanghebbende heeft uiteindelijk nog € 13.220 terugontvangen van het buitenlandse bedrijf.

Op 12 november 2019 heeft belanghebbende de bank verzocht om een chargeback te starten ten aanzien van de in 2018 gedane betalingen, om daarmee de transacties terug te draaien en het geld aan belanghebbende terug te betalen. De bank heeft dit verzoek afgewezen, waarna belanghebbende het registratieformulier betwiste transacties aan de bank heeft toegezonden. In een brief van 11 december 2019 heeft de bank belanghebbende bericht de betwisting niet verder te behandelen, omdat het verzoek te laat is ingediend.

Belanghebbende vordert dat de bank alsnog een chargeback van de betalingen in gang zet, of dat de bank hem compenseert voor zijn schade van € 28.115. Volgens belanghebbende heeft de bank haar zorgplicht geschonden, door belanghebbende niet te beschermen tegen fraude door de buitenlandse partij.

Overwegingen en oordeel Kifid

Belanghebbende stelt dat hij op grond van de ‘Visa Product and Service Rules’ (artikel 13.1) recht heeft op terugbetaling na een chargeback door de bank, omdat de buitenlandse partij niet de diensten geleverd heeft die aan belanghebbende beloofd zijn. Het Kifid is echter van oordeel dat de ‘Visa Product and Services Rules’ niet van toepassing zijn op de verhouding tussen de bank en belanghebbende.

Voor wat betreft het schenden van de zorgplicht stelt het Kifid, in lijn met de uitspraak 2019-531, voorop dat de maatschappelijke functie van de bank een bijzondere zorgplicht meebrengt tegenover cliënten die in een contractuele relatie tot de bank staan. Die maatschappelijke functie hangt ermee samen dat banken een centrale rol spelen in het betalings- en effectenverkeer en de dienstverlening ter zake, op die gebieden bij uitstek deskundig zijn en ter zake beschikken over informatie die anderen missen. Die functie rechtvaardigt dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter bescherming tegen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde.

De reikwijdte van de zorgplicht hangt af van alle omstandigheden van het geval, waaronder ook de van toepassing zijnde publiekrechtelijke regels in de Wet op het financieel toezicht en de daarop gegronde nadere regelgeving. De bijzondere zorgplicht omvat een aantal aan meer specifieke verplichtingen om in bepaalde gevallen dan wel onder bepaalde omstandigheden een bepaald soort gedrag te vertonen, bijvoorbeeld iets te onderzoeken, iemand informeren of waarschuwen, of zelfs weigeren om een opdracht uit te voeren.

Het Kifid volgt de bank in haar verweer dat zij slechts heeft opgetreden als betaaldienstverlener en de door belanghebbende geaccordeerde betalingen correct heeft uitgevoerd. Dat de buitenlandse partij in casu een andere hoedanigheid heeft dan waarin zij zich aanvankelijk gepresenteerd had, is een kwestie tussen belanghebbende en de buitenlandse partij. Op de bank rust volgens het Kifid geen verplichting om de transacties nader te onderzoeken.

Het Kifid ziet in de klacht van belanghebbende geen aanleiding om volgens andere uitgangspunten te oordelen dan in eerder gedane uitspraken in vergelijkbare klachten. Zie hiertoe onder meer de uitspraken 2019-531 en 2019-771.

Het Kifid wijst de vordering van belanghebbende dan ook af.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships