BEM-clausule bij schadevergoeding na overlijden ouder door auto-ongeval

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat een BEM-clausule terecht geëist voor een uitkering uit een WAM-verzekering

Een vader komt om bij een verkeersongeval. De veroorzakende automobilist cq diens WAM-verzekeraar worden met succes voor de schade aansprakelijk gesteld. Er komt vervolgens een concept vaststellingsovereenkomst tot stand voor de vergoeding van overlijdensschade aan de echtgenote/moeder en het kind.

 

De Kantonrechter had in eerste aanleg een machtiging verleend aan de moeder om namens het kind mee te werken aan de vaststellingsovereenkomst. Daarbij bepaalt de kantonrechter dat het bedrag dat toekomt aan de het kind wordt gestort op een bankrekening op naam van het kind. De bankrekening moet voorzien worden van een BEM-clausule (BEM = Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen; overigens zou Blokkering tot einde minderjarigheid toch mooier zijn). De minderjarige kan dan niet aan het geld komen en de ouders kunnen alleen met toestemming van de kantonrechter er handelingen mee verrichten.

 

De moeder vindt dat de kantonrechter ten onrechte aanneemt dat er een bedrag aan alleen het kind is toegekomen in plaats van aan het gezin. Het bedrag wordt gebruikt voor de opvoeding en verzorging van het kind.

 

Het gerechtshof vindt echter dat de kantonrechter de BEM-clausule als voorwaarde mocht stellen. Wel wijst het gerechtshof het machtigingsverzoek af omdat uit de schadevaststelling niet blijkt dat voldoende rekening is gehouden met schade na leeftijd 18 van het kind. Het kind zit op het VWO, haalt goede cijfers en zal naar verwachting gaan studeren. Het kan zijn dat de automobilist dan wel de WAM-verzekeraar daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden.

 

Een nuttige uitspraak voor de schadebehandelingspraktijk, maar ook voor adviseurs die een beeld willen schetsen hoe de dekking van een verzekering kan uitwerken.