Beperking vrije keuze rechtshulpverlener rechtsbijstandsverzekering niet aangetoond

Een consument heeft een rechtsbijstandsverzekering bij een verzekeringsmaatschappij, welke wordt uitgevoerd door DAS. In het kader van een conflict met het UWV doet de consument een beroep op zijn rechtsbijstandsverzekering.

Aanvankelijk heeft DAS de consument bijgestaan, maar op verzoek van de consument heeft is voor het beroep tegen de beslissing van het UWV gebruik gemaakt van een externe rechtshulpverlener. DAS heeft vervolgens aangegeven dat de keuze voor een eigen rechtshulpverlener financiële gevolgen voor de consument kan hebben. DAS geeft aan dat zij de gekozen externe rechtshulpverlener namens de consument de opdracht geven om de procedure te voeren en dat daarbij de kosten van deze procedure volgens de polisvoorwaarden worden vergoed. Dit impliceert dat uitsluitend de redelijke en noodzakelijke kosten van rechtsbijstand worden vergoed met een bepaald maximum, terwijl de consument ook nog een eigen risico van € 250 heeft.

 

De consument beklaagt zich erover dat als hij de zaak door DAS laat behandelen een bedrag van

€ 60.000 “te besteden heeft”, terwijl als hij gebruik maakt van zijn recht op vrije keuze verdediging slechts € 3.000 beschikbaar is én eerst een eigen bijdrage van € 250 betaald moet worden.

 

De consument vordert: “Gaarne terugbetaling eigen bijdrage en de betaling van alle kosten van de zaak ook nu de verdediging door iemand anders wordt gedaan. En de mogelijkheid voor andere lopende en/of nieuwe zaken ook gebruik te kunnen maken van vrije keuze verdediging zonder eigen bijdrage en met de kosten tot € 60.000.”

 

De Geschillencommissie stelt vast dat de consument er niet in is geslaagd om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan volgen dat het kostenmaximum tot gevolg heeft dat er geen redelijke keuzemogelijkheid voor een externe rechtshulpverlener is. Voor wat betreft de eigen bijdrage van € 250 merkt de Commissie op dat hiervan een beperkende werking zou kunnen uitgaan, maar dat in onderhavig geval niets is gesteld en niets concreets aangevoerd, waaruit blijkt dat sprake was van een daadwerkelijk een beperking bij de keuze van consument.

 

De vordering wordt afgewezen.

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel