Beroep of financieringsvoorbehoud slaagt niet

Rechtbank Oost-Brabant moet beoordelen of een koper een geslaagd beroep doet op een financieringsvoorbehoud in de koopovereenkomst.

Er komt een koopovereenkomst tot stand voor een woning en de bijbehorende gebouwen. De overeenkomst is conform het standaard NVM-koopcontract uitgewerkt met daarin een financieringsvoorbehoud.

Nadat de koper aan de verkopende makelaar doorgeeft de koop te willen annuleren vraagt deze om 2 afwijzingen van 2 verschillende geldverstrekkende instellingen om aan te tonen dat aan het financieringsvoorbehoud is voldaan.

De koper stuurt daarop verschillende berichten van drie tussenpersonen. Twee geven daarin aan dat ze moeite hebben de financiering rond te krijgen bij de financiers waarmee ze samenwerken en dat daar in ieder geval aanvullende informatie voor nodig is.  Een derde geeft aan dat er geen standaard acceptatiebeleid voor de klant is en een bewerkelijke procedure. Wel zien ze nog een kans van slagen. De makelaar vindt dat niet voldoende en wil de boete van maar liefst € 79.000 blijven vorderen. Hierna stuurt de koper aanvullende afwijzende e-mails toe van geldverstrekkers. De koper vindt dat hij vijf afwijzingen van intermediairs dan wel hypotheekverstrekkers heeft gestuurd. De verkoper vindt dat er tenminste twee afwijzingen van erkende hypotheekverstrekkers hadden moeten worden overlegd.

De rechtbank vindt dat partijen het erover eens zijn dat er tenminste één schriftelijke afwijzing van een erkende geldverstrekker vereist was. Het moet dan wel gaan om een afwijzing voor een aanvraag voor het in het financieringsvoorbehoud genoemde bedrag. De afwijzingen van de hypotheekadviseurs cq bemiddelaars in hypotheken voldoen niet, omdat het geen erkende financiële instellingen zijn. De afwijzing van een geldverstrekker die wel in het dossier zit voldoet dus niet, omdat die zit op een veel hoger bedrag dan het bedrag wat in het financieringsvoorbehoud wordt genoemd. Dat geldt ook voor een tijdens de zitting nog overlegde tweede afwijzing van een bank. De afwijzingen zijn gebaseerd geweest op een niet reële aanvraag wat het financieringsvoorbehoud wel vereist.

De documentatieplicht uit het financieringsvoorbehoud ziet volgens de rechtbank vooral op het kunnen beoordelen of er voldoende inspanningen zijn gepleegd. Als daar niet aan kan worden voldaan, kunnen andere bewijzen geleverd worden. Er blijkt niet dat de concrete situatie van koper is voorgelegd en dat extra pogingen sowieso geen zin zouden hebben. Uit de aanvragen voor een hoger bedrag dan vereist in het financieringsvoorbehoud blijkt niet dat aanvragen voor een lager passend bedrag niet mogelijk zouden zijn geweest. De rechtbank houdt de boete daarom in stand en ziet ook geen reden om de boete te matigen.

Tsja, op zich mooi dat mensen niet te lichtvaardig een woning kopen en goed hun best doen voor een aanvraag, maar deze boete is hier wel erg fors. De koper had toch aardig wat partijen benaderd, maar niet concreet genoeg en er zal in ieder geval direct naar concrete afwijzingen gevraagd moeten worden voor het in het financieringsvoorbehoud genoemde bedrag.