Betaalde belasting niet aftrekbaar als periodieke gift

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat betaalde belastingen niet aftrekbaar zijn als periodieke gift.

Bij sommige belastingzaken krab je jezelf in eerste instantie wel even achter de oren waarom het nu tot een procedure is gekomen en zelfs een procedure in hoger beroep. Bij nadere lezing blijkt dan vaak dat men toch nog een hele kluif had om tot een voor de hand liggend oordeel te kunnen komen. In een recente uitspraak gaat het om een belastingplichtige die door hem betaalde belastingen in aftrek brengt als gift aan het Ministerie van Financiën. Het zijn volgens hem ‘verplichte bedragen waar geen directe tegenprestatie staat’ en dat valt volgens hem onder de omschrijving van periodieke giften zoals dat in de Wet IB 2001 staat. De tekst tussen haakjes staat inderdaad in de regeling van de periodieke giftenaftrek.

Het gerechtshof heeft de wetsgeschiedenis erbij moeten pakken om aan te tonen dat onder verplichte bijdragen geen gemeentelijke of rijksbelastingen vallen, maar dat dit vooral zag op kerkelijke belastingen en dergelijke. Het betalen daarvan is een morele verplichting en dus niet uit vrijgevigheid en dan zouden die giften niet aftrekbaar kunnen zijn.

 

Tsja, soms krijg je de vraag als adviseur ‘waar staat dat dan’. Een verwijzing naar de letterlijke tekst van de wet helpt dan dus niet, ook de rechter niet. Tegelijkertijd is deze wetenschap juist de toegevoegde waarde van een goede adviseur. Deze uitspraak kan mooi illustreren dat alleen wetboekenwijsheid nog niet genoeg is.