Bevoegdheid Kantonrechter; kan een vordering van ruim € 100.000,–, uit hoofde van onrechtmatige daad, tóch binnen het bereik van de ‘pensioenbevoegdheidsbepaling’ van art. 216 Pensioenwet vallen?

Die vraag werd - bij incidentele vordering - voorgeschoteld aan de Rechtbank te Limburg. Wat lag nu precies aan deze kwestie ten grondslag?

 

Alvorens tot de inhoud van de casus te komen, eerst een tweetal – kort door de bocht – procesrechtelijke uitgangspunten: vorderingen ónder de € 25.000,– worden in beginsel behandeld door de Kantonrechter (een meer eenvoudige procesgang, relatief laag griffierecht), terwijl vorderingen bóven dat bedrag in beginsel ingediend dienen te worden bij de Rechtbank (een meer gecompliceerde procesgang, beduidend hoger griffierecht).

 

In beginsel, want art. 216 Pensioenwet leert:

 

’’Zaken betreffende vorderingen uit hoofde van een pensioenovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst, een uitvoeringsreglement of een pensioenreglement worden door de kantonrechter behandeld en beslist’’

 

Voorgaande in ogenschouw nemende gaan we terug naar de casus: eiser in de hoofdzaak (tevens verweerder in voornoemd incident, hierna te noemen: ‘pensioendeelnemer’) vordert in de hoofdzaak, bij de Kantonrechter, een schadevergoeding van ruim € 100.000,–, uit hoofde van onrechtmatige daad; maar – conform art. 216 Pensioenwet – dus wél ingediend bij de Kantonrechter omdat een en ander terug te voeren zou zijn op het onderwerp pensioen.

 

Verweerder in de hoofdzaak (hierna te noemen: ‘AZL N.V.’) werpt in incident echter op dat de Kantonrechter zich onbevoegd dient te verklaren. De vordering overschrijdt immers de ‘kantongrens’, en is bovendien géén zogenoemde aardvordering (een procedure waarin de Kantonrechter krachtens de wet, vanwege de aard van de vordering, bevoegd is), aldus AZL N.V.

 

De pensioendeelnemer stelt daarentegen dat AZL N.V., als zijnde administrateur van de Stichting Pensioenfonds Acordis en Stichting Diolen Pensioenfonds, heeft verzaakt in de op haar geldende zorg- en informatieplicht ten aanzien van de pensioendeelnemer. Het geschil in de hoofdzaak stoelt derhalve wel degelijk op het thema ‘pensioen’ en de Kantonrechter is zodoende – gezien art. 216 Pensioenwet – bevoegd het geschil in behandeling te nemen.

 

Maar is dit wel zo?

 

Om uitsluitsel te verkrijgen pakt de rechter de memorie van toelichting inzake art. 216 Pensioenwet erbij. Mede gezien de memorie wordt geconstateerd dat van doorslaggevende betekenis zou moeten zijn de uitleg van de zinsnede ‘vorderingen uit hoofde van’ in het betreffende artikel.

 

Deze zinsnede dient, zo beredeneert de rechter verder, ruimer uitgelegd te worden dan dat de vordering is gebaseerd op een pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, uitvoeringsreglement danwel een pensioenreglement. De arm van art. 216 Pensioenwet kan derhalve in specifieke gevallen verder reiken dan voornoemde limitatieve opsomming.

 

De rechter hakt de knoop in casu vervolgens door en besluit dat de vordering in de hoofdzaak, naast een vordering uit onrechtmatige daad, eveneens indirect gekwalificeerd kan worden als een vordering die uit hoofde van een uitvoeringsovereenkomst – zoals bedoeld in art. 216 Pensioenwet – is ontstaan.

 

De incidentele vordering wordt derhalve terzijde geschoven; de Kantonrechter is bevoegd.

 

De rechter rekt met deze uitspraak de bevoegdheid van de Kantonrechter ten aanzien van pensioengeschillen steeds meer op. Dit neemt overigens niet weg dat indien bij dergelijke geschillen de gang naar de rechter wordt gemaakt – gezien kostenbesparing en onnodige vertraging – altijd even goed stilgestaan dient te worden bij de forumkeuze; en deze keuze bovendien al in de inleidende dagvaarding afdoende met argumenten dicht moet worden getimmerd.

 

Rechtbank Limburg, 24 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:9931

Matthijs Reek
Over Matthijs

Vanaf medio 2008 is Matthijs als jurist werkzaam geweest bij verschillende advocatenkantoren en (semi-)overheidsorganisaties. In het kader daarvan heeft hij zich onder meer nader gespecialiseerd in juridische vraagstukken op het grensvlak van het arbeids-, contracten- en bestuursrecht. [...]

Bekijk profiel