Bewijs van inbraakschade

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt over een door een verzekeraar afgewezen inbraakschade.

Een verzekerde claimt bij de rechtbank uitbetaling van een inbraakschade. De verzekeraar had deze afgewezen nadat een ingeschakelde expert had geconstateerd dat glasscherven buiten lagen met de stenen die mogelijk voor het ingooien van het raam gebruikt werden. Ook is het rolgordijn dat gesloten was volgens verzekerde onbeschadigd gebleven. Braakschade aan deuren die gesloten zouden zijn is niet aangetroffen en ook kleine minuscule gaatjes naast het deurbeslag kunnen geen relatie met de inbraak hebben.

De buurvrouw was thuis ten tijde van de inbraak en gelet op de geluidsoverdracht die mogelijk is tussen de huizen is het onwaarschijnlijk dat het geluid van het inslaan van een thermopane ruit niet gehoord word.

Opvallend is ook dat alle kamers zijn doorzocht behalve de ruimte waar verzekerde en diens kinderen verbleef. Er zijn wisselende verklaringen afgelegd en een steeds wisselende goederenlijst die gestolen zou zijn. Verzekerde levert aan verzekeraar verder een groot aantal wel gevraagde gegevens niet aan.

De rechtbank vindt verzekerde moet bewijzen dat een verzekerd voorval zich heeft voorgedaan. Juist bij een inbraakclaim die gewoonlijk ongezien gebeurt kan dat lastig zijn en kan onder omstandigheden de enkele aangifte daarvan voldoende zijn. Er worden echter wel hoge eisen gesteld aan de volledigheid en consistentie van de verklaring van verzekerde. De verklaring van verzekerde voldoet hier niet aan tegenover het onderzoek van verzekeraar en de wisselende verklaringen. Verzekeraar wijst de schade dan ook terecht af.