Box 3-heffing in stand

Een belastingplichtige heeft een vermogen boven de box 3-vrijstelling. Met drie kinderen krijgt belastingplichtige ook nog eens de bank- en spaartegoeden van kinderen als belastbare bezitting toegerekend. De belastingplichtige gaat na afwerking van zijn belastingaangifte in bezwaar en vervolgens in beroep met als argumenten dat voor het box 3-vermogen geen bron van inkomen sprake is, dat de vermogensrendementsheffing van box 3 in strijd is met mensenrechtenverdragen zoals het recht van eigendom en dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie, vanwege de toerekening van het vermogen van het minderjarige kind. 

De rechtbank oordeelt door de keuze van de wetgever voor een forfaitair systeem de vraag of sprake is van een bron van inkomen niet meer relevant is, nu elk tot box 3 horend bestanddeel geacht wordt inkomsten op te leveren. De Hoge Raad heeft de vermogensrendementsheffing voor 2011 goedgekeurd en de rechtbank vindt dat er geen aanleiding is om dat voor 2013 ook niet te doen. Nog niet voldoende is dat het rendement op bank- en spaartegoeden structureel beneden de vier procent blijft, ook niet als de bezittingen in box 3 van de belastingplichtige voor circa 80% uit bank- en spaartegoeden bestaan Niet aannemelijk is dat over het gehele spectrum van mogelijke beleggingsvormen een rendement van 4% onhaalbaar is. Er is ook geen sprake van een buitensporige individuele last omdat belastingplichtige een redelijk inkomen en vermogen heeft. Dat het vermogen aan het einde van het jaar (beduidend) lager was dan aan het begin van het jaar is onvoldoende om enkel op grond daarvan te concluderen dat het forfaitaire stelsel ten aanzien van belanghebbende tot een buitensporige last leidt. Het onderscheid naar leeftijd voor de toerekening van box 3-vermogensbestanddelen valt nog binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever, omdat het niet is gebaseerd is op aangeboren kenmerken van een persoon zoals geslacht, ras of etnische afkomst. De keuze van toerekening van passief inkomen zonder algemene heffingskorting, is mede vanwege het voorkomen van misbruik niet van redelijke grond ontbloot.

Tsja, zo blijft de fiscale schandvlek van box 3 voor de rechtbank in stand. Laakbaar is natuurlijk vooral dat de zuinige spaarder bij wiens profiel absoluut geen beleggingen horen, zelfs van de rechtbank kennelijk toch geacht wordt tot beleggen over te kunnen gaan. Met zo’n, zelfs niet verkapt, advies zou een financiële planner toch echt niet wegkomen van toezichthouder en rechter. Of die arme spaarzame en voorzichtige belastingplichtige moet maar accepteren dat diens vermogen jaar in jaar uit hard inteert. En wat doet die spaarder, die blijft zuinig, gaat nog minder uitgeven en zorgt in ieder geval niet voor het aanzwengelen van de economie, dus ook niet voor hogere loon- en inkomstenbelasting en BTW-opbrengsten.

Marco Rijsdijk
Over Marco

Marco Rijsdijk is jurist en fiscalist. Hij is managing partner bij MR legal & tax VoF (legal, tax & compliance consultants, product- en projectmanagement). Samen met het team adviseert, begeleidt, audit en onderhandelt onder andere voor verzekeraars, banken, multinationals, [...]

Bekijk profiel