BV drijft geen onderneming, BOR niet van toepassing

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 augustus 2019 uitspraak gedaan of een bv een onderneming drijft waardoor de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet van toepassing is.

Erflater is enig houder van de certificaten van aandelen in een bv. De bv bezit een vastgoedportefeuille. Belanghebbende en haar kinderen zijn de enige erfgenamen en erven onder meer de certificaten van aandelen.

 

In geschil is of de inspecteur terecht het beroep van belanghebbende op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet heeft afgewezen.

 

Rechtbank Noord-Nederland is van oordeel dat de bv een relatief beperkte vastgoedportefeuille bezit, waarbij slechts in één geval sprake is van projectontwikkeling. Om die reden en vanwege de absolute omvang kan dit naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf bezien niet als het drijven van een onderneming worden aangemerkt.

De rechtbank overweegt verder dat belanghebbende weliswaar heeft gesteld dat zij samen met erflater 30 à 40 uur in de week werkzaam was voor de bv, maar dat zij deze omvang en de nut en noodzaak daarvan niet aannemelijk heeft gemaakt. Dat erflater zich intensief bemoeide met de exploitatie van de onroerende zaken van de bv, maakt dit niet anders. De rechtbank concludeert dat de arbeid niet meer omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is. Volgens de rechtbank is evenmin onderbouwd dat voldaan wordt aan de plus-rendements-toets.

Belanghebbende heeft derhalve geen recht op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel