Claim op transportverzekering

Rechtbank Amsterdam oordeelt bij een claim op een goederentransportverzekering of sprake is van bereddingskosten of niet.

Een internationale onderneming in productie en verkoop van diervoeder heeft een transportgoederenverzekering. Volgens de polis worden de bereddingskosten boven de verzekerde som vergoed.

Op enig moment wordt een Extra Kostenclausule toegevoegd voor situaties waarin er kosten moeten worden gemaakt voor doorzending van verzekerde zaken als dat noodzakelijk wordt door oorzaken buiten de wil en macht van verzekeringnemer.

Verzekeringnemer moet extra kosten maken als vanwege opnieuw oplaaiende onlusten in Jemen havens sluiten. Zendingen die daarnaar op weg waren moeten worden opgeslagen en verscheept naar andere bestemmingen. Er ontstaat discussie of die kosten gedekt zijn en tot welke limiet. Volgens verzekeraar maar tot € 25.000 zoals zou blijken uit het polisblad met daarop de speciale ‘Extra kostendekking’ en volgens verzekeringnemer voor het volledige bedrag van de schade van meer dan een half miljoen.

Verzekeringnemer beroept zich daarbij op de dekking voor bereddingskosten. Verzekeraar stelt daartegenover dat de verzekerde goederen zelf nooit in gevaar zijn geweest. Uitwijken naar een andere haven is nog geen beredding.

De rechtbank vindt van belang welke betekenis in de maritieme sector worden toegekend aan ‘nood- of vluchthaven of daarmede gelijk te stellen plaats’.  Volgens verzekeringnemer is ‘of daarmede gelijk te stellen plaats’ een kennelijke verruiming van ‘nood- of vluchthaven’ en daarom vallen de alternatieve bestemmingen daar ook onder. De rechtbank geeft aan dat voor de uitleg van verzekeringnemer geen stukken of verklaringen worden voorgelegd die onderbouwen dat haar uitleg breed in de verzekeringssector gedragen wordt. De uitleg van verzekeraar wordt daarom gevolgd en slechts het bedrag aan 'Extra kostendekking' hoeft verzekeraar uit te keren.