Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

Op 5 oktober 2020 heeft staatssecretaris Vijlbrief de tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. In deze nota van wijziging stelt het kabinet per 1 januari 2021 een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) voor. Deze nota van wijziging was al op 15 september 2020 bij de indiening van het Belastingplan 2021 aangekondigd.

Tijdelijke stimuleringsmaatregel

De BIK is een tijdelijke (tot en met 31 december 2022) aanvulling op al bestaande meer specifieke stimuleringsmaatregelen zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (VAMIL). Het zal voor ondernemers mogelijk zijn om verschillende investeringsregelingen tegelijkertijd te benutten, indien deze van toepassing zijn op een investering. Dit is derhalve anders dan eerder in de bijlagen bij de Miljoenennota is vermeld. De BIK is volgens de staatssecretaris nadrukkelijk gericht op het mkb.

Afdrachtvermindering loonheffing

Het voorstel van het kabinet is om de BIK vorm te geven als een afdrachtvermindering op de loonheffing. Dit heeft het voordeel dat de tegemoetkoming bij een gelijke investering ook voor alle bedrijven met werknemers gelijk is, en niet alleen ten gunste komt van bedrijven die winst maken. Omdat de BIK is gekoppeld aan de loonheffing kunnen bedrijven de korting alleen innen als zij voldoende werknemers (loonsom) in dienst hebben om de investeringskorting via de loonheffing te verzilveren. Hiermee wordt volgens de staatssecretaris ook misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen, omdat een onderneming voor de verzilvering van de BIK loonheffing voor personeel moet afdragen.

Hoogte van de BIK(-afdrachtvermindering)

De hoogte van de afdrachtvermindering in het kader van de BIK bedraagt 3% tot een investeringsbedrag van € 5 miljoen per kalenderjaar per BIK-inhoudingsplichtige en 2,44% over de investeringen voor het meerdere. Een BIK-inhoudingsplichtige is een inhoudingsplichtige voor de heffing van de loonbelasting voor zover die tevens wordt aangemerkt als een belastingplichtige voor de toepassing van de Wet IB 2001, dan wel van de Wet Vpb 1969, dan wel daarvan deel uitmaakt, en voor zover deze belastingplichtige met betrekking tot de BIK-investeringen gebruik kan of zou kunnen maken van de KIA.

Met het oog op doelmatigheid en administratieve lasten stelt het kabinet het minimaal te behalen financieel voordeel van € 600 voor. In combinatie met het percentage van 3% leidt dat tot een minimale investering per aanvraag van € 20.000. Als minimale investering per bedrijfsmiddel, die onderdeel kan uitmaken van een aanvraag, is het voorstel om uit te gaan van een bedrag van € 1.500.

Om te voorkomen dat de BIK-afdrachtvermindering voor de toepassing van de inkomsten- en vennootschapsbelasting als een soort objectgebonden subsidie wordt aangemerkt, die de kostprijs van een bedrijfsmiddel vermindert, wordt geregeld dat de BIK-afdrachtvermindering niet wordt gerekend tot de aanschaffingskosten van een bedrijfsmiddel en niet tot het investeringsbedrag ter zake van een bedrijfsmiddel.

Over welke investeringen

De BIK is alleen van toepassing op de aanschaf van een niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel, waarbij dit vanuit het bedrijfsmiddel moet worden beoordeeld. Het moet derhalve gaan om een door niets of niemand eerder gebruikt bedrijfsmiddel. Er komt nog een besluit met een nadere invulling van het begrip ‘niet eerder gebruikt’.

De investeringsverplichting in het nieuwe bedrijfsmiddel moet zijn aangegaan op of na

1 oktober 2020. Deze investeringen moeten in 2021 of 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na die betaling in gebruik zijn genomen. Zeer omvangrijke en meerjarige investeringen worden in veel gevallen hiermee in feite van de regeling uitgesloten.

Als investering voor de BIK worden investeringen aangemerkt die naar hun aard ook als investering zouden kwalificeren voor de KIA. Alle in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting naar hun aard uitgesloten investeringen zijn daardoor geen investeringen voor de BIK.

Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel en voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel komen niet voor de BIK in aanmerking.

Uitvoering

De BIK-regeling wordt grotendeels uitgevoerd door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Dat wil zeggen dat aanvragen tot toekenning van de BIK moeten worden ingediend bij RVO en dat RVO ook de beoordeling van de aanvraag zal uitvoeren. Indien de aanvraag kan worden goedgekeurd, zal RVO een zogenoemde BIK-verklaring afgeven op basis waarvan de inhoudingsplichtige in de loonaangifte de afdrachtvermindering kan toepassen. De Belastingdienst kan aan de hand van de door RVO afgegeven BIK-verklaringen beoordelen of de inhoudingsplichtige het bedrag van de afdrachtvermindering terecht en tot het juiste bedrag in de loonaangifte heeft toegepast.

Een aanvraag kan gelijktijdig voor meerdere investeringen in bedrijfsmiddelen worden gedaan. Een bedrijf kan maximaal een keer per kwartaal een aanvraag doen.

Sancties

In de BIK-regeling zijn sanctiebepalingen opgenomen indien ten onrechte gebruik wordt gemaakt van de regeling. Door (of namens) de Minister van Economische Zaken en Klimaat kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd die kunnen oplopen tot
€ 100.000 en hoger.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships