Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

De reserveringsruimte nader beschouwd

Met ingang van 2019 hanteert de belastingdienst een andere methodiek om te bepalen of een belastingplichtige in aanmerking komt voor de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte. 

De lijfrentepremieaftrek in de reserveringsruimte is geregeld in artikel 3.127, tweede lid Wet IB 2001.


Dit artikel luidt: 

 

Indien de belastingplichtige in de aan het kalenderjaar voorafgaande periode van zeven jaar minder premies voor lijfrenten in aanmerking heeft genomen dan mogelijk was op grond van het eerste lid kan hij, op bij zijn aangifte gedaan verzoek, het niet aangewende bedrag, voorzover dit niet in een eerder jaar op grond van dit lid in aanmerking is genomen, te beginnen met het in het oudste jaar niet aangewende bedrag, in het kalenderjaar alsnog in aanmerking nemen. Het alsnog in aanmerking te nemen bedrag bedraagt ten hoogste 17% van de premiegrondslag, met een maximum van € 7.254. Voor de belastingplichtige die bij het begin van het kalenderjaar een leeftijd heeft bereikt die ten hoogste tien jaar lager is dan de in dat kalenderjaar geldende pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wordt het in de vorige volzin genoemde bedrag van

€ 7.254 verhoogd tot € 14.322.

Visie belastingdienst

Om in aanmerking te komen voor de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte moest in de visie van de belastingdienst de belastingplichtige op 31 december van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van lijfrentepremieaftrek de AOW-gerechtigde leeftijd - 10 jaar hebben bereikt. In dat geval zou die belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar van lijfrentepremieaftrek een leeftijd hebben bereikt die minder dan 10 jaar lager is dan de op dat tijdstip geldende AOW-leeftijd.

 

Op zich een plausibele interpretatie.

Is de belastingplichtige, rekening houdend met de “buffer” van 10 jaar, op 31 december van het aan het kalenderjaar van premieaftrek voorafgaande kalenderjaar reeds AOW-gerechtigd, dan bestaat recht op de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte.

 

Voor 2019 impliceert dit dat dat een belastingplichtige geboren op of vóór 31-12-2018 bij aanvang van 2019 al AOW gerechtigd is en dus een leeftijd heeft bereikt die minder dan 10 jaar verwijderd is van zijn AOW-leeftijd en dus recht heeft op de hoge premieaftrek van € 14.322.

 

Bovenstaande visie werd tot voor kort jaar voor jaar in de rekenhulpen voor de lijfrentepremieaftrek van de belastingdienst toegepast. Voor het kalenderjaar 2019 is ‘opeens’ overgestapt op een andere systematiek (zie hierna).

Visie ministerie van Financiën

Een andere interpretatie is dat volgens de letterlijke wettekst van artikel 3.127, tweede lid Wet IB 2001 uitgegaan moet worden van de in het kalenderjaar van de premieaftrek AOW-gerechtigde leeftijd verminderd met 10 jaar.

 

Ook dit is een plausibele interpretatie.

Heeft de belastingplichtige op 1 januari van het kalenderjaar van premieaftrek een leeftijd bereikt die hoger of gelijk is aan de voor dat kalenderjaar geldende AOW-leeftijd – 10 jaar, dan geldt de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte van € 14.322.

 

Voor 2019 impliceert dit dat als de belastingplichtige op 1 januari 2019 de leeftijd van 56 jaar en 4 maanden heeft bereikt hij of zij recht heeft op de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte.

 

Dit blijkt ook uit onderstaande tabel die ontleend is aan Belangrijkste wijzigingen belastingen 2019 van het Ministerie van Financiën (blz. 20)

 

Uit de tabel komt niet tot uitdrukking welke maximale reserveringsruimte geldt als de belastingplichtige op 1 januari 2019 exact 56 jaar en 4 maanden oud is.

De wettekst spreekt van een leeftijd die ten hoogste 10 jaar lager is dan de geldende AOW-leeftijd.

 

De belastingdienst is voor het jaar 2019 overgestapt op de visie van het Ministerie van Financiën, waarbij de grens wordt gelegd bij een geboortedatum van 31-08-1962. Belastingplichtigen geboren op of vóór deze datum komen in aanmerking voor de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte.

Vergelijking van beide visies

Bekijken we de interpretatie van het Ministerie van Financiën dan kan het volgende overzicht worden opgesteld voor de vaststelling van de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte.

 

Jaar premieaftrek

AOW-leeftijd

Leeftijd per 1/1

Geboortedatum

 op/vóór Nieuw

Geboortedatum

op/vóór Oud

2012

65

55

31-12-1956

31-12-1956

2013

65 1/12

55 1/12

30-11-1957

31-12-1957

2014

65 2/12

55 2/12

31-10-1958

30-11-1958

2015

65 3/12

55 3/12

30-09-1959

31-10-1959

2016

65 6/12

55 6/12

30-06-1960

30-09-1960

2017

65 9/12

55 9/12

31-03-1961

30-06-1961

2018

66

56

31-12-1961

31-03-1962

2019

66 4/12

56 4/12

31-08-1962

31-12-1962

2020

66 4/12

56 4/12

31-08-1963

31-08-1963

2021

66 4/12

56 4/12

31-08-1964

31-08-1964

2022

66 7/12

56 7/12

31-05-1965

31-08-1965

2023

66 10/12

56 10/12

28-02-1966

31-05-1966

2024

67

57

31-12-1966

28-02-1967

2025

67

57

31-12-1967

31-12-1967

 

De geboortedata in de laatste kolom werden tot en met 2018 door de belastingdienst toegepast om te beoordelen of de belastingplichtige in aanmerking kwam voor de hoge premieaftrek in de reserveringsruimte. Vanaf 2019 worden de geboortedata in de een na laatste kolom toegepast.  

 

Vergelijken we de geboortedata in beide kolommen dan valt op dat men in de visie van het ministerie bij aanvang van het kalenderjaar ouder moet zijn om in aanmerking te komen voor de hoge premieaftrek dan in de visie van de belastingdienst.

3 maxima

Tot slot zij opgemerkt dat de reserveringsruimte 3 maxima kent:

  • Niet benutte jaarruimte afgelopen 7 jaar
  • 17% van de premiegrondslag
  • € 7.254 (2019) geboren op/na 01-09-1962 en € 14.322 (2019) geboren op/vóór 31-08-1962

Het laagste van deze drie bedragen bedrag geldt als premieaftrek.

Voorbeeld

Een belastingplichtige met een inkomen van € 100.000 in 2018 heeft een premiegrondslag (2019) van € 100.000 - € 12.275 = € 87.725.

Stel de niet benutte jaarruimte in de afgelopen 7 jaar bedraagt € 15.000.

 

De aftrek in de reserveringsruimte bedraagt:

 

Geboren op/vóór 31-08-1962: het laagste bedrag van:


€ 15.000

€ 14.914 (17% van € 87.725)

€ 14.322


Dus € 14.322

 

Geboren op/na 01-09-1962: het laagste bedrag van:

€ 15.000

€ 14.914 (17% van € 87.725)

€   7.254


Dus € 7.254

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships