DGA heeft pand voor een zakelijke prijs van gelieerde bv gekocht

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 15 oktober 2019 uitspraak gedaan of er door een transactie met een pand sprake is van een winstuitdeling met een naheffingsaanslag dividendbelasting als gevolg.

Belanghebbende is een bv die een 50%-belang in C BV heeft. Deze bv bezit 100% van de certificaten in een vastgoed-bv. Deze vastgoed-bv heeft een pand voor € 510.000 aan de DGA van belanghebbende verkocht. Nadat sloop- en verbouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd heeft de DGA het pand voor € 1.237.500 aan een derde verkocht.

 

De inspecteur heeft op basis van taxatierapporten geconcludeerd dat de verkoop aan de DGA tegen een prijs van € 911.600 had moeten plaatsvinden. Hij constateert daarom een verkapte nettowinstuitdeling en legt een naheffingsaanslag dividendbelasting op.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt vast, dat niet gesteld of gebleken is dat de andere aandeelhouders van C BV redenen zouden hebben gehad de DGA van belanghebbende te bevoordelen. Het hof stelt verder vast dat de bestuurder van de vastgoed-bv betrokken was bij de verkoop en dat de prijsbepaling in goed overleg is gegaan. Verder acht het hof de door de inspecteur gebruikte taxaties geen goede weergave van de waarde op het moment van verkoop aan de DGA. Dit gezien de verschillende op dat moment bestaande waardedrukkende factoren, zoals de onzekere aanzienlijke sloop- en verbouwkosten.

Het hof oordeelt dat er ten onrechte een winstuitdeling is geconstateerd. De naheffingsaanslag dient te worden vernietigd.