Dienstbetrekking

Rechtbank Gelderland acht een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig. De grondslag voor de premieheffing werknemersverzekeringen is te hoog vastgesteld.

X exploiteert een Aziatisch restaurant. De Belastingdienst heeft de arbeidsverhouding van X met A, een van de middellijk aandeelhouders, aangemerkt als een privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks een met de persoonlijke houdstermaatschappij van A afgesloten managementovereenkomst. A is tevens in persoon benoemd als statutair directeur van X.

De Belastingdienst heeft aannemelijk gemaakt dat tussen X en A in wezen een arbeidsovereenkomst is afgesloten, aldus de Rechtbank. De managementovereenkomst heeft geen reële betekenis. De Rechtbank beslist verder dat A en kok F verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het beroep van X op de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder slaagt niet. De Rechtbank verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslagen over 2012 en 2013 ongegrond. Het beroep tegen de naheffingsaanslag over 2014 is gegrond omdat de Belastingdienst voor dat jaar is uitgegaan van een te hoge grondslag voor de premieheffing. Aannemelijk is dat A tot 1 maart 2014 als bedrijfsleider in dienstbetrekking werkzaam was bij X. Hij heeft in die periode € 8.200 aan vergoedingen ontvangen. Vanaf 1 maart 2014 verricht X alleen nog bestuurderswerkzaamheden. De Rechtbank acht aannemelijk dat hij inhoudelijk niet veel werkzaamheden als bestuurder verrichtte. Hij heeft hiervoor ook geen vergoedingen ontvangen. Volgens de Rechtbank is voor de bestuurderswerkzaamheden geen gebruikelijk loon als bedoeld in artikel 12a Wet LB 1964 van toepassing. De grondslag voor de premie werknemersverzekeringen in 2014 voor A is daarom € 8.200.