Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Dubbele woonplaats: met welk land het nauwst verbonden?

In artikel 4 lid 1 AWR is bepaald dat naar de omstandigheden wordt beoordeeld waar iemand woont. Er is sprake van een woonplaats in Nederland als alle feitelijke omstandigheden erop wijzen dat er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat met Nederland. Die band hoeft niet sterker te zijn dan met enig ander land. Maar wat als dit tot een dubbele woonplaats leidt?

Op 15 augustus 2019 heeft Hof Den Bosch uitspraak gedaan over de wijze waarop kan worden bepaald met welk land de band het nauwst is.

De casus

Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij staat tot 2016 in Nederland in de Basisregistratie Personen ingeschreven. Belanghebbende is sinds 1995 eigenaar en enige gebruiker van de woning op dit adres.

Belanghebbende is in 2004 gehuwd. Zijn vrouw heeft de Roemeense nationaliteit en heeft in Roemenië een eigen woning, die deels eigendom van en gefinancierd is door belanghebbende.

 

Andere relevante feiten zijn:

  • Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren in Nederland een vijftal bankrekeningen. Hij heeft - deels gewitte - afschriften van zijn bankrekening overgelegd, waaruit kan worden afgeleid waar en op welke dagen en tijdstippen door belanghebbende respectievelijk zijn echtgenote gebruik is gemaakt van de pinpassen die behoren bij deze bankrekeningen. Voorts zijn excel-overzichten verstrekt waarop is aangegeven op welke dagen en in welke landen door belanghebbende en zijn echtgenote gebruik is gemaakt van de pinpassen. Belanghebbende heeft ook een Roemeense bankrekening, maar hiermee heeft hij geen transacties verricht
  • De auto van belanghebbende staat in Nederland ingeschreven. Belanghebbende betaalt in Nederland motorrijtuigenbelasting en de auto is in Nederland verzekerd
  • Een groot deel van de familie en vrienden van belanghebbende woont in deze jaren in de regio waarin belanghebbende zijn Nederlandse woning heeft
  • Belanghebbende werkt in deze jaren voor een Nederlandse werkgever aan boord van een schip onder Nederlandse vlag. Keuringen, cursussen en trainingen voor zijn werk vinden in Nederland plaats. Belanghebbende heeft afschriften verstrekt van het monsterboekje waarin de aanvang en de beëindiging van de diensten aan boord van de schepen waarop belanghebbende heeft gewerkt, zijn vermeld
  • Belanghebbende is in Nederland sociaal verzekerd en had hier twee kapitaalverzekeringen en een lijfrenteverzekering
  • Uit informatie van de Roemeense belastingdienst blijkt dat belanghebbende in deze jaren geen fiscaal inwoner van Roemenië was

Het geschil

Belanghebbende heeft voor de jaren 2011 tot en met 2015 als binnenlands belastingplichtige aangiften inkomstenbelasting gedaan. Deze aangiften zijn door de inspecteur gevolgd. Vervolgens heeft belanghebbende verzocht om ambtshalve verminderingen van de aanslagen, omdat hij meent niet in Nederland maar in Roemenië te wonen.

De inspecteur heeft - oordelend dat de woonplaats van belanghebbende niet is gewijzigd - de verzoeken, ook na bezwaar, afgewezen.

De rechtbank heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld.

Overwegingen en oordeel Hof Den Bosch

Hof Den Bosch is op grond van de feiten en omstandigheden, mede in onderlinge samenhang beschouwd, van oordeel dat aannemelijk is dat belanghebbende in de onderhavige jaren een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland heeft gehad.

Belanghebbende had een eigen woning in Nederland en een auto. Zijn familie en vrienden wonen in Nederland. Hij beschikte over Nederlandse bankrekeningen en werkte voor een Nederlandse werkgever. Verder heeft belanghebbende verklaard dat hij meestal alleen of samen met zijn vrouw aan het begin en het einde van zijn verlof in Nederland verbleef. Ook de keuringen, trainingen en cursussen vonden in Nederland plaats.

Ook de door belanghebbende in hoger beroep overgelegde kopieën van bankafschriften tonen aan dat belanghebbende regelmatig verblijft in Nederland, al dan niet tezamen met zijn echtgenote. Het enkele feit dat hij meer dagen in Roemenië doorbrengt dan in Nederland is voor de beantwoording van deze vraag niet doorslaggevend.

 

Het hof is echter bovendien van oordeel dat op basis van het feit dat de echtgenote van belanghebbende inwoner is van Roemenië en aldaar de beschikking heeft over een vaste verblijfplaats en gelet op het aantal dagen dat belanghebbende tezamen met zijn echtgenote in Roemenië verblijft, zoals blijkt uit het gebruik door belanghebbende van zijn pinpas van de bankrekening, belanghebbende naar Roemeens recht inwoner is van Roemenië.

Het enkele feit dat belanghebbende zich pas in 2016 heeft gemeld bij de Roemeense autoriteiten, doet hier niet aan af.

 

Dit betekent, dat belanghebbende op basis van artikel 4 lid 1 van het Verdrag tussen Nederland en Roemenië (zie externe link) inwoner is van zowel Nederland als Roemenië zodat op basis van artikel 4 lid 2 van dat verdrag moet worden vastgesteld van welke staat hij voor het betreffende verdrag inwoner is.

Het hof acht in dit geval doorslaggevend dat belanghebbende is gehuwd, dat zijn echtgenote Roemeense is en ook in Roemenië woonachtig is en dat over een langere periode bezien hij duidelijk meer dagen verblijft in Roemenië dan in Nederland. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat het middelpunt van de levensbelangen met Roemenië het nauwst is. Voor de toepassing van het Verdrag tussen Nederland en Roemenië wordt belanghebbende daarom geacht inwoner van Roemenië te zijn.

 

Het gelijk is derhalve aan belanghebbende. De inspecteur mag derhalve alleen belasting heffen over de inkomsten uit de in Nederland gelegen woning. De overige inkomsten mogen in Roemenië worden belast.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships