Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Duidelijkheid (on)bepaald verzekerd deel bij pensioen in eigen beheer

Ondanks het feit dat in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer uitvoerig aandacht is besteed aan pensioen in eigen beheer in combinatie met een elders verzekerd (on)bepaald deel, blijkt dat er nog veel onduidelijkheid is. In een brief aan de Eerste Kamer van 13 april 2017 probeert staatssecretaris Wiebes deze onduidelijkheid weg te nemen.

 


Op 7 maart 2017 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen. Op 27 maart 2017 werd de wet gepubliceerd in het Staatsblad, zodat deze van af 1 april 2017 van kracht is, waarbij een coulancetermijn van 3 maanden in acht wordt genomen. Uiterlijk 30 juni 2017 is pensioenopbouw in eigen beheer in de huidige vorm verleden tijd.

Ondanks het feit dat de wet sinds 1 april 2017 van kracht is,  zijn er al vragen gesteld over  de behandeling van een onbepaald verzekerd deel van het opgebouwde pensioen en over het terughalen van dat onbepaald verzekerde deel naar eigen beheer binnen en na het verstrijken van de coulanceperiode van drie maanden.

Op 13 april 2017 heeft de staatssecretaris die vragen beantwoord. Hierbij maakt hij in eerste instantie onderscheid tussen de situatie van een dekkingspolis en de situatie van gesplitste uitvoering van de pensioenregeling.

Dekkingspolis
Bij een dekkingspolis is de werkgever-B.V. verzekeringnemer en begunstigde van de uitkering uit de verzekering. De uitkering heeft geen verplichte pensioenbestemming. Als zodanig heeft de dekkingspolis geen invloed op de hoogte van de pensioenverplichting op de passiefzijde van de balans van het eigenbeheerlichaam. De dekkingspolis zelf vormt een vermogensbestanddeel op de actiefzijde van de balans. 

Gesplitste uitvoering van de pensioenregeling
Bij een gesplitste uitvoering van de pensioenregeling is niet het eigenbeheerlichaam de begunstigde tot de uitkering uit de verzekering, maar de dga als pensioengerechtigde. In dat geval moet de waarde van de polis wel worden verrekend met de pensioenverplichting op de passiefzijde van de balans van het eigenbeheerlichaam. Vervolgens worden drie situaties onderscheiden. 

1. De premiebetaling wordt voortgezet.

2. De premiebetaling wordt stopgezet en de verzekering blijft premievrij bestaan.

3. De premiebetaling wordt stopgezet en de waarde wordt teruggehaald naar eigen beheer. 

In alle drie de situaties moet de pensioenbrief zo worden aangepast dat uiterlijk vanaf 1 juli 2017 (na het verstrijken van de coulanceperiode) geen verdere pensioenopbouw in het eigenbeheerlichaam meer plaatsvindt.  

Dat impliceert niet, dat na de aanpassing geen sprake meer is van een eindloon- of middelloonregeling. Als de constructie zodanig is vormgegeven dat het (uit hoofde van het verzekerde kapitaal) van de verzekeraar te ontvangen pensioen door het eigenbeheerlichaam  verplicht moet worden aangevuld tot het door de werkgever-B.V. toegezegde eindloon- of middelloonpensioen, is nog steeds sprake van een eindloon- of middelloonregeling.

In de pensioenbrief moet worden aangegeven dat de aanvulling door het eigenbeheerlichaam nooit meer mag zijn dan de verplichting die het eigenbeheerlichaam op 1 juli 2017 had. 

Voortgezette premiebetaling
Als voortgezette premiebetaling niet leidt tot voortgezette pensioenopbouw blijft de oorspronkelijke eindloon- of middelloontoezegging in stand. De toename van de waarde van de verzekering kan dan leiden tot een verlaging van de pensioenverplichting van het eigenbeheerlichaam (communicerende vaten). Op pensioendatum zal uiteindelijk blijken hoe groot de aanvulling van het eigenbeheerlichaam zal zijn. Die aanvulling mag echter nooit meer zijn dan de op 1 juli 2017 bestaande verplichting.

Als de voortgezette premiebetaling wel leidt tot voortgezette pensioenopbouw, zal dat duidelijk uit de pensioenbrief moeten blijken. 

Waardeoverdracht vóór het verstrijken van de coulanceperiode
Het onbepaald verzekerd deel kan worden teruggehaald naar het eigenbeheerlichaam. De procedure hiertoe moet vóór het verstrijken van de coulanceperiode in gang zijn gezet. Dat wil zeggen dat het verzoek tot waardeoverdracht vóór 1 juli 2017 door de externe verzekeraar moet zijn ontvangen én de afhandeling van de overgang binnen de gebruikelijke termijnen plaatsvindt. Het is niet mogelijk om de verzekeraar te verzoeken om het pensioenkapitaal ná het einde van de coulanceperiode over te dragen naar het eigenbeheerlichaam.

Dat de feitelijke waardeoverdracht na het verstrijken van de coulanceperiode plaatsvindt, ontmoet echter geen bezwaar, als het verzoek maar vóór het verstrijken van de  coulanceperiode bij de verzekeraar is ingediend.   

Waardeoverdracht na verstrijken van de coulanceperiode
Daarnaast wordt specifiek gevraagd waarom na afloop van de coulanceperiode waardeoverdracht van het onbepaald verzekerde deel naar eigen beheer als een oneigenlijke handeling kwalificeert.

Na het verstrijken van de coulanceperiode is het eigenbeheerlichaam geen toegelaten verzekeraar meer. Overdracht van een externe verzekeraar naar een eigenbeheerlichaam wordt dan als overdracht naar een niet toegelaten verzekeraar beschouwd. Na het verstrijken van de coulanceperiode is een eigenbeheerlichaam uitsluitend een toegelaten verzekeraar voor de pensioenaanspraken die tot het einde van de coulanceperiode zijn opgebouwd.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships