Een APF voor pensioenfondsen

Het Algemeen Pensioenfonds (APF) is op 1-1- 2016 in werking getreden. Het APF is, na de PPI en het Multi OPF, een nieuw pensioenfonds dat (gedeeltelijk) een plek krijgt in de Pensioenwet.

De verwachtingen in de pensioensector waren hooggespannen: gaat het APF voor de nodige innovatie in pensioenland zorgen?

Het APF kan wellicht een goede uitkomst bieden voor werkgevers die een pensioenregeling hebben ondergebracht bij een verzekeraar, dan wel (volledig) herverzekerde pensioenfondsen. Deze staan, net zoals bijna alle fondsen overigens, er slecht voor. Premieniveaus bij verlengingen zijn per 1 januari fors hoger (40% tot soms wel 80%) en overstap naar zachte rechten zoals in een APF kan dit probleem verhelpen. De oplossing is dan dus eigenlijk gelegen in wijziging van de regeling en niet zozeer onderbrenging in een ander vehikel

Verzekeraars voeren met een Apf potentieel een regeling van een pensioenfonds uit, maar ook potentieel een zogenaamde verzekerde regeling, dat wil zeggen een door Solvency II beheerste regeling met een zekerheidsmaatstaf van 99,5%. Met een gegarandeerde uitkomst dus. Hiermee kan het APF een middel zijn om onder de ‘dure’ eisen van Solvency II vandaan te komen. Echter, staat voldoende op het netvlies dat een verandering van het zekerheidsmechanisme (van 99,5 onder Solvency II naar het FTK met 97,5%) mogelijk een vorm van ‘invaren’ van pensioenrechten is, waarmee een deelnemer moet instemmen? Zijn pensioen wordt bij een Apf immers onzekerder.

Na de inwerkingtreding van de wet volgt de vergunningsverlening door DNB. Uit ervaring met de PPI weten we dat dit moeizaam en kostbaar kan zijn. Niet alleen de complexiteit van het nieuwe vehikel valt te noemen, ook is nog volop discussie met betrekking tot (de hoogte van) het eigen vermogen van het APF.

Maar wat geldt voor de ‘echte’ pensioenfondsen? Ook deze willen samenwerken maar zijn nogal huiverig om in een APF te stappen. Niet alleen omdat de eerste APF-en door verzekeraars worden opgericht, maar meer omdat zij binnen de huidige kaders al voldoende mogelijkheden zien. Zo kunnen zijn door onder andere door de introductie van zogenaamde indexatiedepots feitelijk verschillende vermogens en pensioenregelingen aanhouden. Voorts zijn aan de huidige APF behoorlijke nadelen verbonden zoals extra weerstandsvermogen en een lastige exit-strategie.

De huidige wetgeving biedt al een zeer interessant alternatief, de zogenaamde APF mimic. Een APF mimic is een bijzondere samenwerkingsvariant voor alle pensioeninstellingen.

Een APF mimic laat de bestaande fondsen intact en ‘poolt’ de gewenste werkzaamheden, zoals bestuur en administratie. Het vernieuwende van deze oplossing ligt vooral in de toevoeging van een nieuwe entiteit die zich richt op een effectief en kostenefficiënt bestuur. Deze nieuwe entiteit kan in beginsel elke gewenste rechtsvorm hebben.

De voordelen van een APF mimic zijn talrijk. Zo is mogelijk de BTW-vrijstelling voor collectief vermogensbeheer van toepassing (in tegenstelling tot bij het APF waar de toepassing van deze vrijstelling onduidelijk is). Er vindt bovendien een meer zuivere vorm van ringfencing plaats dan bij het APF, omdat de onderliggende fondsen niet geliquideerd worden en de vermogens dus volledig afgescheiden worden aangehouden. Last but not least, een pensioenfonds kan gemakkelijker de samenwerking beëindigen en naar de oude situatie terugkeren. Zulks kan in een APF niet. Eenmaal het pensioenfonds opgeheven, is er geen weg meer terug.

Pascal Borsjé (Clifford Chance)

Tim Burggraaf (Mercer)

Hans Van Meerten (Universiteit Utrecht)