Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Einde dienstverband bij bereiken pensioengerechtigde leeftijd

De AOW-leeftijd is vaak niet gelijk aan de pensioenleeftijd in het pensioenreglement van een werknemer. In arbeidsovereenkomsten is regelmatig opgenomen dat het dienstverband in ieder geval eindigt van rechtswege, zonder dat er opzegging of dat er mededeling nodig is, als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Maar wordt dan met de pensioengerechtigde leeftijd de AOW-leeftijd of de pensioenrichtleeftijd vermeld in het pensioenreglement bedoeld? Hof Amsterdam heeft hierover een uitspraak gedaan op 10 september 2019.   

Casus

Een werkneemster heeft een dienstverband voor onbepaalde tijd. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst van deze werkneemster staat dat haar dienstverband eindigt in ieder geval van rechtswege, zonder dat hiertoe enige opzegging of mededeling is vereist, op de eerste van de kalendermaand samenvallend met of volgend op de datum waarop werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De pensioenleeftijd volgens het pensioenreglement van deze werkneemster is 68 jaar. De werkneemster wordt 68 jaar in mei 2020.

 

De werkneemster bereikt op 17 mei 2018 haar AOW-leeftijd. Vanaf 31 mei 2018 verricht de werkneemster geen werkzaamheden meer nadat de werkgever zich op het standpunt stelde dat de arbeidsovereenkomst met ingang van die datum van rechtswege is geëindigd in verband met het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd op 17 mei 2018.

Het geschil

De werkneemster is van mening dat - gezien het pensioenreglement - haar pensioengerechtigde leeftijd niet haar AOW-leeftijd maar de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar is.

Overwegingen en oordeel kantonrechter

De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk. Volgens de rechter wordt namelijk met de pensioengerechtigde leeftijd uit de arbeidsovereenkomst de (objectieve bepaalbare) AOW-leeftijd bedoeld.

 

De overwegingen van de rechter zijn hierbij dat niet uit de overlegde correspondentie blijkt dat er een toezegging was op doorwerken tot de 68-jarige leeftijd en er een flexibele pensioenleeftijd is. De werkgever verhoogde de pensioenrichtleeftijd van 67 naar 68 jaar op 1 januari 2018. Volgens de rechter kan het hierbij niet de bedoeling zijn geweest dat werknemers die nog maar kort te gaan hadden tot hun 67ste verjaardag, van het ene op het andere moment het recht zouden krijgen een jaar later met pensioen te gaan. Het gaat hierbij namelijk niet alleen om de zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen in het contract, maar om wat partijen redelijkerwijs bij de bepaling van de pensioenrichtleeftijd van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van hen kan worden verwacht.

Overwegingen en oordeel Hof Amsterdam

Anders dan de kantonrechter oordeelt Hof Amsterdam dat met de pensioengerechtigde leeftijd in de arbeidsovereenkomst van de werkneemster niet de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bedoeld. Partijen hebben bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst in 2003 niet expliciet afgesproken op welke datum de overeenkomst zou beëindigen bij pensionering. In de arbeidsovereenkomst staat namelijk niet vermeld dat de arbeidsovereenkomst eindigt op ‘AOW-leeftijd’ of op ‘65-jarige leeftijd’.  Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst was de pensioenrichtleeftijd 62 jaar, waarbij de mogelijkheid bestond het dienstverband te verlengen in overleg met de werkgever. Later in 2013 was de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar. Partijen zijn het erover eens dat de pensioenrichtleeftijd omhoog is gegaan in de loop van de tijd.

 

Het pensioenreglement voorziet in de mogelijkheid dat de werknemer voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd de arbeidsovereenkomst opzegt en het pensioen vervroegd laat ingaan. Bij een vervroegd pensioen eindigt de arbeidsovereenkomst dus niet van rechtswege. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege als de werknemer zijn arbeidsovereenkomst niet opzegt en doorwerkt tot de pensioengerechtigde leeftijd. De pensioengerechtigde leeftijd kan de werknemer dan niet zelf kiezen en is dus momenteel 68 jaar.

 

De werkgever heeft er zelf voor gekozen dat de pensioenleeftijd is verhoogd van 67 naar 68 jaar op 1 januari 2018, waarbij werknemers het recht hadden en hielden om eerder te stoppen met werken. Door de verhoging van de pensioenleeftijd door de werkgever kregen werknemers het recht om langer door te werken, ook al hebben zijn een leeftijd dicht bij de pensioenleeftijd.

 

Het hof is van oordeel dat met de pensioengerechtigde leeftijd de leeftijd wordt bedoeld die genoemd is in het pensioenreglement. Volgens het hof eindigt de arbeidsovereenkomst dan ook van rechtswege eindigt op 1 juni 2020. De werkgever moet derhalve het loon doorbetalen vanaf 1 juni 2018 tot 1 juni 2020 verhoogd met de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships