En weer gaat het mis!

1005156_to_the_dump_1Kabinet, werkgevers- en werknemersorganisaties zijn nu al drie jaar bezig om op allerlei verschillende gebieden de aanvullende pensioenen te hervormen, en dat wil maar niet vlotten. Op 26 juni is daar weer een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd, want het wetsvoorstel om de pensioenopbouw te verlagen naar 1,75% krijgt geen enkele steun van de oppositie. Het kabinet dient de plannen nog wel in bij de Eerste Kamer, maar de kans van slagen is nihil.

Ik blijf mij er steeds over verbazen dat de verschillende partijen er niet uitkomen, want met een beetje fantasie zijn er wel honderd oplossingen denkbaar. En daar zal er zeker één bij zijn waar iedereen zich in kan vinden. Onderstaand ga ik niet in op die mogelijke oplossingen, want als men die wil horen, moet men mij maar inhuren. Waar ik het wel over wil hebben is het feit dat de pensioendiscussie tot op heden vanuit een verkeerd uitgangspunt is gevoerd.

Naast actuaris gespecialiseerd in het onderwerp pensioenen, ben ik namelijk ook mediator gespecialiseerd in arbeidsmediation. En als mediator weet ik dat een conflict niet opgelost wordt door over standpunten te praten, maar over de achterliggende belangen.

Het belang van het kabinet is niet zozeer dat het opbouwpercentage omlaag moet naar 1,75% maar dat de kosten die gemoeid zijn met de opbouw van pensioen gemaximeerd worden op een bepaald niveau. Het opbouwpercentage moet dus niet centraal staan, maar de maximale kosten van de pensioenregeling.

De sociale partners willen voor hun werknemers enerzijds een goed pensioen (en men vindt 1,75% te laag), maar hebben anderzijds ook belang bij een maximaal premieniveau. Dit laatste zien we in steeds meer pensioenregelingen terug, waarbij weliswaar een bepaalde regeling gedefinieerd wordt, maar ook de premie is gemaximeerd. In vaktermen worden dit soort regelingen aangeduid als CDC-regelingen (Collectief Defined Contribution).

Gemeenschappelijk belang is dus in ieder geval de maximale hoogte van de pensioenpremie. Verschil van mening bestaat wel over het niveau van dat maximum. Voor het kabinet ligt dat aanzienlijk lager dan de huidige 20% van het salaris, terwijl deze 20% voor de sociale partners juist het maximum is.

De oplossing van het conflict is in de basis dus heel simpel.

Stel dat het kabinet om haar bezuinigingen te halen de fiscaal aftrekbare premie wil maximeren op 15% van het salaris. Dan is dat de ruimte die de sociale partners hebben om invulling te geven aan de pensioenregeling. Als daarvan het gevolg is dat de pensioenopbouw tot een te laag niveau leidt (bijvoorbeeld een opbouw van 1,75%), dan wordt de mogelijkheid geboden om vanuit het netto salaris een extra kapitaal bijeen te sparen dat buiten box 3 valt.

Het kabinet behaalt op deze wijze haar gewenste bezuinigingen. De sociale partners hebben de handen vrij om op basis van het premiemaximum van 15% een pensioenregeling af te spreken en kunnen ook nog invulling geven aan een vorm van belastingvrij sparen uit het netto loon.

Mijn verwachting is dat op wat langere termijn de rente zal oplopen, en daarmee kan uit die 15% van het salaris dus een hogere pensioenopbouw gerealiseerd worden. Dan neemt de behoefte af om buiten box 3 extra te sparen voor pensioen, en daarmee zijn dat communicerende vaten.