Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Erven op basis van een concept-testament?

Bij een erfenis zijn er soms teleurstellingen doordat verwachtingen niet uitkomen. Dat speelt vooral als bekend is dat de overledene bezig is geweest met een testament ten voordele van iemand, maar dat hij is overleden voor dat het testament bij de notaris is getekend.

De vraag is dan of een concept-testament een basis kan zijn om bij de rechter met succes een aanspraak op de erfenis te krijgen. Hof Den Haag heeft hier op 6 augustus 2019 een uitspraak over gedaan.

De casus

Op 15 april 2015 is erflater overleden. Hij was van 21 juli 1978 tot 21 november 1980 gehuwd met de moeder van een kind, dat hij in 1978 als dochter heeft erkend. Erflater is overleden aan de gevolgen van asbest gerelateerde longkanker. Bij brief van 16 juni 2015 heeft het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) aan erflater een schadebedrag toegekend van € 62.748. Van dit bedrag is in februari 2015 al een voorschot uitgekeerd van € 19.417, zodat op 16 juni 2015 nog een uit te betalen bedrag resteert van

€ 43.331.

 

Erflater heeft op 26 maart 2015 een bezoek gebracht aan de notaris. In vervolg op deze bespreking heeft de notaris bij brief van 30 maart 2015 een concept-testament alsmede een volmacht verstuurd aan erflater. Op 2 april 2015 heeft erflater telefonisch contact opgenomen met de notaris, waarna de notaris op 7 april 2015 een bezoek heeft gebracht aan erflater thuis.

Op 10 april 2015 heeft de notaris een brief aan erflater gestuurd met het verzoek om onder meer het concept-testament te tekenen. Hierin is een vriend van de erflater als enig erfgenaam opgenomen.

De vriend heeft de begrafenis van erflater op een Islamitische begraafplaats te Rotterdam geregeld. Voorts heeft hij zorggedragen voor opzegging van de huur van de woning van erflater en het opleveren van deze woning aan de woningbouwvereniging. De vriend heeft in deze periode beschikt over de gelden op de bankrekening van erflater.

 

Op 10 juni 2016 heeft de notaris een verklaring van erfrecht opgesteld. In deze verklaring is onder meer opgenomen:

 

Afstammelingen

De erflater heeft één kind achtergelaten, welk kind nog in leven is, te weten:

mevrouw (de dochter), wonende te [adres] ,...


Geen uiterste wilsbeschikkingen

De erflater heeft, volgens opgave van het Centraal Testamentenregister te ’s-Gravenhage, niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt...


Erfgenaam

Volgens de Nederlandse wet heeft de erflater als zijn enig erfgenaam achtergelaten:

voornoemde mevrouw (de dochter) , voor het geheel van zijn nalatenschap.”.

Het geschil

In geschil is wie enig erfgenaam is in de nalatenschap van erflater. De vriend is van mening dat op grond van de redelijkheid en billijkheid kan worden afgeweken van het wettelijk vormvoorschrift van artikel 4:109 BW en dat hij de enig erfgenaam is. De vriend vordert dat wordt bepaald dat hij recht heeft op het nog van het IAS te ontvangen bedrag van € 43.331, dan wel dat in goede justitie op grond van redelijkheid en billijkheid een bedrag wordt bepaald.

De dochter is van mening dat zij, bij gebreke van een rechtsgeldig testament, ingevolge het wettelijk erfrecht de enig erfgenaam is.

Overwegingen en oordeel Hof Den Haag

Hof Den Haag overweegt dat erfopvolging op twee manieren kan plaatsvinden:

  • Erfopvolging bij versterf (ofwel het wettelijk stelsel van erfopvolging)
  • Dan wel erfopvolging krachtens uiterste wilsbeschikking.

Het wettelijk stelsel van erfopvolging kan alleen (deels) opzij worden gezet door een uiterste wilsbeschikking (artikel 4:1 BW).

Ingevolge artikel 4:94 BW kan een uiterste wil, behoudens de in de wet aangegeven noodgevallen (artikel 4:97 BW tot en met 4:107 BW), alleen worden gemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte. Een uiterste wil is nietig, indien aan de akte van uiterste wil of aan de akte van bewaargeving, zo deze voorgeschreven is, de vereiste ondertekening door de erflater ontbreekt (artikel 4:109 lid 1 BW). Voorts bepaalt artikel 4:109 lid 2 BW dat een uiterste wil, die ten overstaan van een notaris moet worden gemaakt, nietig is, indien de akte van uiterste wil niet door de notaris is ondertekend.

 

In het onderhavige geval staat vast dat er geen sprake is van een notariële akte noch van een aan de notaris in bewaring gegeven onderhandse akte. Er is slechts door de notaris een concept-testament opgesteld na een gesprek met erflater. Volgens de vriend is dit concept-testament in overeenstemming met de wil van erflater.

Het kan in het onderhavige geval volgens het hof op het moment van het opstellen van het concept-testament de wil van erflater zijn geweest om de vriend tot zijn enig erfgenaam te benoemen. Daarmee is echter nog niet gegeven dat ook op het moment dat de akte daadwerkelijk zou zijn gepasseerd – en daarmee in dit geval laatstelijk kort vóór het moment van overlijden van erflater – de wil van erflater nog steeds zou luiden overeenkomstig hetgeen is vastgelegd in het concept-testament.

Het toetsingsmoment daarvoor met toepassing van de in de wet geregelde waarborgen is nu juist het verlijden van de notariële akte. Op dat moment zou de notaris alleen met erflater zijn geweest, in tegenstelling tot de eerdere gesprekken van de notaris met erflater waar steeds de vriend bij aanwezig was. Er kunnen allerlei redenen zijn geweest op grond waarvan erflater zijn laatste wil nog zou hebben willen veranderen. De notaris heeft aangegeven dat het hem in het telefoongesprek met erflater op 2 april 2015 niet gelukt is om duidelijkheid te krijgen omtrent de wil van erflater.

Naar het oordeel van het hof is er daarom geen volstrekte zekerheid dat hetgeen is vastgelegd in het concept-testament overeenstemt met de uiterste wil van erflater op het moment van diens overlijden. De door de vriend aangevoerde omstandigheden met betrekking tot de hechte vriendschap tussen hem en erflater en het ontbreken van iedere band tussen de dochter en erflater kunnen - wat daar ook van zij - niet tot een ander oordeel leiden.

 

Het hof ziet geen grond om te oordelen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de dochter zich jegens de vriend op haar aanwijzing als enig erfgenaam krachtens het wettelijk versterferfrecht kan beroepen.

Het hof zal ook niet, bij gebreke van enige (andere) rechtsgrond daarvoor, bepalen dat de vriend recht heeft op het nog uit te keren geldbedrag van het IAS.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships