Executoriaal beslag en verjaring achterstand hypotheekschuld

Rechtbank Amsterdam oordeelt in een kort geding over een verjaring van een vordering van honderdduizenden euro’s aan restschuld op een hypothecaire geldlening.

Door financiële problemen kunnen consumenten hun woonlasten niet meer voldoen. De geldverstrekker eist de lening op en schakelt daar een incasso- en deurwaarderskantoor in. Er wordt executoriaal derdenbeslag gelegd op vorderingen en uiteindelijk is het pand paraat geëxecuteerd. De nog openstaande restschuld wordt bij het BKR geregistreerd en de derdenbeslagen uiteindelijk geïnd tot en met 2019. Er staat nog een fors bedrag open als namens consument gemeld wordt dat de vordering verjaard is en de BKR-registratie er af moet. Volgens de bank heeft het executoriale beslag voortdurende stuitende werking. Bovendien zou die verjaringstermijn geen vijf maar twintig jaar zijn.

De rechtbank wijst erop dat de Hoge Raad heeft bepaald dat een executoriaal derdenbeslag niet gelijk staat aan stuiting van een rechtsvordering en dus geen voortdurende stuitende werking heeft. Ook redelijkheid en billijkheid verzetten zich niet hiertegen. De bank had eenvoudig jaarlijkse overzichten kunnen sturen van aflossingen en resterende schuld hiervoor. Al betaalde bedragen hoeven echter niet terugbetaald te worden.

Tsja, formeel juridisch best verdedigbaar, maar natuurlijk wel onbevredigend. Zo is het ook wel logisch dat andere hypotheken risico-opslagen krijgen en duurder zijn vanwege de batterij aan mensen om alle formaliteiten in de gaten te houden. Hier was het immers toch wel heel duidelijk voor de klant dat de schuld nog bestond en toch kan die niet verder geïnd worden.