Fiscale behandeling aan een beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie

Op 11 december 2019 heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) een V&A gepubliceerd dat ingaat op de vraag hoe de door een werknemer betaalde premie aan een beroepspensioenfonds in de aangifte inkomstenbelasting moet worden opgenomen.

 

Werknemers

In de regel worden pensioenpremies door de werkgever op het loon van de deelnemers aan een pensioenregeling ingehouden en afgedragen aan de pensioenuitvoerder. Die premies blijven dan buiten de loonheffing, zodat direct rekening wordt gehouden met de aftrekbaarheid van de pensioenpremies overeenkomstig artikel 11, eerste lid onderdeel j sub 1o Wet LB 1964.

 

Het kan echter ook voorkomen dat werknemers die deelnemen aan de pensioenregeling van een beroepspensioenfonds zelf de pensioenpremie aan het desbetreffende pensioenfonds betalen, zonder dat inhouding op het loon heeft plaatsgevonden. Hierdoor wordt de loonheffing over een hoger loon berekend. Bovendien ontvangen deze werknemers geen vergoeding van de werkgever voor de door hen betaalde pensioenpremies.

De vraag is nu of de werknemer de aldus aan een beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie in zijn aangifte inkomstenbelasting als negatief loon kan opvoeren?

 

Het CAP geeft aan dat de werknemer zijn aan het beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie in de aangifte inkomstenbelasting als negatief loon in mindering mag brengen op het inkomen uit werk en woning, onder de voorwaarde dat de pensioenregeling waarvoor de premie is betaald, blijft binnen de grenzen die zijn opgenomen in hoofdstuk IIB (Pensioenregelingen) en hoofdstuk VIII (Overgangsrecht) van de Wet LB 1964 en de daarop gebaseerde regelgeving.

 

Ontvangt de werknemer wel een tegemoetkoming in de pensioenpremie van zijn werkgever dan is  die tegemoetkoming belast als loon. Daar staat dan tegenover dat de van de werkgever ontvangen tegemoetkoming weer als negatief loon in zijn aangifte inkomsten belasting kan opvoeren.

 

IB-Ondernemers

Voor IB-ondernemers die deelnemen aan een beroepspensioenregeling geldt dat zij de betaalde pensioenpremie op grond van artikel 3.18 Wet IB 2001 en met inachtneming van de aldaar gestelde regels in aftrek kunnen brengen bij het bepalen van de winst uit onderneming.