Fiscale eindejaarstips 2019 en tips voor 2020

1  Lijfrente geëxpireerd? Tijd voor actie?

Als de opbouwfase – dit is de periode waarin nog geen uitkeringen plaatsvinden – van een lijfrenteproduct eindigt en de expiratiedatum dient zich aan, dan moet in principe een recht op periodieke lijfrente-uitkeringen moeten worden aangekocht en zal de hoogte van de termijnen moeten worden vastgesteld. Daar bestaat een wettelijke uitvoeringstermijn voor.

Expiratie in 2019 (bij in leven zijn)

Voor lijfrenten die in 2019 zijn geëxpireerd in verband met het op die datum in leven zijn van de verzekeringnemer/verzekerde, eindigt op 31 december 2020 de wettelijke uitvoeringstermijn. Dan heeft u dus nog even de tijd om zich te oriënteren en is nu geen directe actie nodig.

Expiratie in 2018 (bij in leven zijn)

Is uw lijfrente in 2018 geëxpireerd in verband met het op die datum in leven zijn van de verzekeringnemer/verzekerde, dan nadert het einde van de geldende uitvoeringstermijn rap. Deze eindigt namelijk op 31 december 2019. Als de wettelijke termijn wordt overschreden, wordt fiscaal een afkoop aangenomen. Dit kan verstrekkende fiscale gevolgen hebben. Als tot op heden nog geen actie is ondernomen, dan is het nu de hoogste tijd daarvoor. Laat de verzekeraar of bancaire instelling vooral tijdig weten wat er met het lijfrentekapitaal moet gebeuren!

 

De inspecteur kan de wettelijke termijn overigens op verzoek verlengen als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Een verzoek om termijnverlenging moet tijdig worden ingediend. Dat kan dan ook het beste ruim vóór het verstrijken van de wettelijke termijn worden gedaan, dus vóór 1 januari 2020.

 

N.B.: Heeft u door het overlijden van de verzekerde persoon de beschikking gekregen over een (nabestaanden)lijfrentekapitaal, dan eindigt de wettelijke termijn aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar van overlijden. Dat betekent dat wanneer in 2017 een lijfrentekapitaal als gevolg van een overlijden 'beschikbaar is gekomen' ook voor het einde van dit jaar actie moet worden ondernomen. Er zal zo spoedig mogelijk een direct ingaande nabestaandenlijfrente moeten worden vormgegeven.

 

2  Voor lijfrente-aftrek in 2019 kan alleen deze maand nog worden                gestort. Wees er snel bij!

Wilt u voor IB-jaar 2019 nog in aanmerking komen voor aftrek van lijfrentepremies? Dan rest er dit jaar niet heel veel tijd meer.

 

Alleen de uiterlijk op 31 december 2019 betaalde lijfrentepremies kunnen worden opgevoerd in de aangifte IB/PVV 2019. De gelden moet dus uiterlijk op die datum uw ‘vermogen’ hebben verlaten. Daarbij geldt de administratieve afboekingsdatum als uitgangspunt, en niet de valutadatum. 

Aftrek is beperkt

MAAR, betaalde lijfrentepremies zijn niet zonder meer volledig aftrekbaar! De jaar- en reserveringsruimte bepalen immers de werkelijke aftrekruimte van u en/of uw klant!

 

 Met behulp van het hulpmiddel Lijfrentepremie van de Belastingdienst kan de totale aftrekruimte voor 2019 worden bepaald. Het Hulpmiddel Lijfrentepremie is te vinden op de website van de Belastingdienst. Bereken eerst de totale aftrekruimte alvorens tot betaling van lijfrentepremies wordt overgegaan! Het vorenstaande geldt ook voor een (spaar)inleg op een bancaire lijfrente.

Bij de hand houden

Houd bij het invullen van het hulpmiddel voor 2019 de volgende gegevens bij de hand:

  • De aangifte IB/PVV van 2018
  • De inkomensgegevens over 2018
  • (Bij loondienst of vrijwillige betaling van pensioenpremies) de opgaaf van factor A in 2018

N.B.: Wilt u uw aftrekruimte voor oudere jaren (van vóór 2016) berekenen, maak dan gebruik van de Rekenhulp Lijfrentepremie 2015 en eerder.

 

3  Pensioen in eigen beheer omzetten in ODV of afkopen?
    Doe dit vóór 2020

Sinds 1 juli 2017 mag een directeur-grootaandeelhouder (dga) geen pensioen in eigen beheer (PEB) meer opbouwen. Als u dga bent en nog een PEB hebt, dan hebt u nog tot 1 januari 2020 de gelegenheid om uw pensioen af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting. Dat betekent dat u tijdig in actie moet komen!

 

Kiest u voor afkoop in 2019, dan mag u nog gebruikmaken van de korting van 19,5%. Informeer ons hierover binnen 1 maand na de afkoop of omzetting door het informatieformulier in te sturen.

 

Wilt u meer weten over wat u kunt doen met het pensioen dat u hebt opgebouwd? Op de site van de Belastingdienst zijn de volgende twee opties uitgewerkt:

a. Opgebouwd pensioen handhaven en bevriezen

Handhaven en bevriezen van het in eigen beheer opgebouwde pensioen wil zeggen dat u de opbouw in eigen beheer stopzet vanaf uiterlijk 1 juli 2017, maar dat de opgebouwde pensioenrechten blijven staan. Heeft uw bv de pensioenvoorziening op de balans staan, dan moet u nog wel elk jaar de opgebouwde rechten indexeren en de voorziening actuarieel waarderen.

 

 Laat de B.V. de actuariële waardering en indexatie achterwege, dan kan de Belastingdienst dit zien als een vorm van prijsgeven van de rechten. En dat betekent dat de waarde in het economisch verkeer van de gehele pensioenaanspraak belast wordt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Gevolgen voor de vennootschapsbelasting

Als u het in eigen beheer opgebouwde pensioen handhaaft en bevriest, blijft de pensioenvoorziening op de balans van uw B.V. staan. U moet dan actuarieel blijven waarderen en indexeren. 

b. Opgebouwd pensioen prijsgeven tot de fiscale balanswaarde

U kunt er in 2019 nog voor kiezen om het pensioen in eigen beheer deels prijs te geven. Namelijk het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de fiscale balanswaarde van de pensioenvoorziening. Over het bedrag dat u prijsgeeft, hoeft de B.V. geen loonheffingen in te houden en te betalen.

 

U moet bij het prijsgeven vervolgens kiezen:

 

  • U koopt de fiscale balanswaarde van het pensioen af
  • U zet de fiscale balanswaarde van het pensioen om in een zogenaamde oudedagsverplichting

Informatieformulier invullen

Als u ervoor kiest om de fiscale balanswaarde af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting, dan moet u dat aan ons doorgeven. Dat doet u met het ‘Informatieformulier Afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer’.

Invulinstructie

U kunt dit formulier op uw computer invullen. Hiervoor hebt u Adobe Reader versie 9.0 of hoger nodig. Daarna moet u het formulier afdrukken, ondertekenen en versturen. U krijgt van de Belastingdienst binnen een maand een ontvangstbevestiging, althans dat is wat te lezen is op de website van de Belastingdienst.

Retouradres

Stuur het ingevulde en ondertekende formulier naar het adres dat in het formulier staat.

4  Wilt u uw lijfrente afkopen en nadert de lijfrente-ingangsdatum?              Wacht nog even met afkopen. In 2021 kan 10% worden afgekocht              zonder dat revisierente is verschuldigd

Op 18 november 2019 is het wetsvoorstel 'Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen' ter internetconsultatie aangeboden. Dit wetsvoorstel geeft mensen meer keuzes rondom pensioendatum en vormt een nadere uitwerking van een van de items van het pensioenakkoord van 5 juni 2019. Mensen krijgen de keuze om een beperkt deel van het pensioen op te nemen als bedrag ineens (afkoop). Dit gaat ook gelden voor bevroren pensioen in eigen beheer, nettopensioen en oudedagsvoorzieningen opgebouwd in de derde pijler (lijfrenten). Inmiddels is de internetconsultatie gesloten.

 

Medio 2020 zal het wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. De verwachte inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2021. Als u overweegt uw na 1991 afgesloten lijfrente (nieuw regime) af te kopen, geldt nu dat de afkoopsom progressief belast is voor de IB. Daarnaast is 20% revisierente verschuldigd over de afkoopsom. U kunt zich deze revisierente besparen als u niet dringend over de afkoopwaarde hoeft te beschikken en u kunt wachten tot 2021. Hieronder volgt een toelichting op deze optie. De toelichting is gebaseerd op het wetsvoorstel dat ter consultatie was aangeboden.

Oudedagsvoorzieningen in de derde pijler

Het wetsvoorstel bevat de mogelijkheid dat maximaal 10% van de waarde van de lijfrente-aanspraak op de ingangsdatum van deze uitkeringen als bedrag ineens mag worden uitgekeerd. Tevens geldt de voorwaarde dat de waarde van de lijfrente-aanspraak, die na de afkoop resteert, op de ingangsdatum op jaarbasis meer moet bedragen dan het bedrag van de afkoopregeling kleine lijfrenten. Voor 2019 bedraagt die afkoopgrens € 4.404.

Nettolijfrente in box 3

Het recht op gedeeltelijke afkoop wordt ook voorgesteld voor de nettolijfrente in box 3. Dit zijn oudedagsvoorzieningen die kunnen worden opgebouwd over het inkomen boven de zogenoemde aftoppingsgrens en waarvan de waarde is vrijgesteld voor de vermogensrendementsheffing in box 3. Voor deze voorgestelde 10%-afkoopoptie gelden dezelfde voorwaarden als voor de (bruto)lijfrenten in box 1. De enige uitzondering is dat er bij de nettolijfrente in box 3 geen eis geldt omtrent de minimale omvang die moet resteren nadat gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot  gedeeltelijke afkoop. 

5  Wachten op afrekenverplichting in 2020 voor zuivere saldolijfrenten?

Volgens het overgangsrecht van de Invoeringswet Wet IB 2001 zijn uitkeringen uit vóór 2001 gesloten lijfrenten in box 1 belast volgens de saldomethode. Voor ‘zuivere’ saldolijfrenten eindigt dit overgangsrecht per 31 december 2020. Zuivere saldolijfrenten zijn lijfrenten waarvan de betaalde premies op basis van de vormgeving van het contract nooit aftrekbaar zijn geweest. Dergelijke saldolijfrenten gaan per 1 januari 2021 in beginsel over naar box 3, maar dan moet een rechthebbende op zo’n saldolijfrente op 31 december 2020 eerst met de Belastingdienst afrekenen over deze saldolijfrente.

Wat houdt de afrekenverplichting voor een belastingplichtige in?

De afrekenverplichting op 31 december 2020 houdt in dat op dat tijdstip fictief een periodieke uitkering uit een inkomensvoorziening plaatsvindt tot het bedrag van de waarde in het economische verkeer van dat saldolijfrenterecht voor zover de waarde niet ziet op box 3-opbouw. Waar het gaat om zuivere saldolijfrenten van vóór 14 september 1999 tegen koopsom en zuivere saldolijfrenten van vóór die datum tegen een jaarpremiebetaling van niet meer dan € 2.269 is sprake van volledige box 1-opbouw. Houders van een dergelijke zuivere saldolijfrente moeten dan op 31 december 2020 afrekenen over de op dat tijdstip in de betreffende waarde begrepen rentecomponent (= waarde verminderd met het totaalbedrag van de bewezen niet-afgetrokken premies).

 

 Als op 31 december 2020 het totaalbedrag van de voor de saldolijfrente betaalde niet-afgetrokken premies al is opgesoupeerd, moet u op die datum afrekenen over de volledige – dan nog aanwezige – waarde van het recht. Op verzoek kan u afrekenen tegen een tarief van 45%.

 

Na de afrekening in box 1 gaat het saldolijfrenterecht over naar box 3 en moet de verzekeringnemer voor zover het recht niet is afgekocht, over de waarde ervan jaarlijks inkomstenbelasting in box 3 betalen.

 

N.B.: Als sprake is van een zuivere saldolijfrente van vóór 14 september 1999 tegen een jaarpremiebetaling van meer dan € 2.269, dan werkt de afrekening op 31 december 2020 anders uit. Het is aan te raden hierover advies in te winnen bij een adviseur. 

Alternatieven

Iedere houder van een zuivere saldolijfrente kan afwachten totdat het fiscale afrekenmoment zich voor hem of haar aandient. Is het raadzaam hierop te wachten? Dat is mede afhankelijk van de individuele omstandigheden en wensen. Wellicht is het het overwegen waard de alternatieve opties met een adviseur te bespreken.

Afkoop?

Als u toch overweegt de zuivere saldolijfrente af te kopen, is het misschien handig dit vóór het afrekenmoment per 31 december 2020 te doen. De houder van een saldolijfrente kan dan weliswaar geen gebruik maken van het bijzondere tarief van 45%, maar dit is nauwelijks bezwarend. Heel veel voordeel heeft dat bijzondere tarief in 2020 namelijk niet meer.

 

Het hoogste IB-tarief op basis van Belastingplan 2020 voor volgend jaar wordt vastgezet op 49,5%. En de waarde waarover dan IB moet worden betaald zal in het algemeen een stuk lager liggen dan de waarde waarover op 31 december 2020 moet worden afgerekend. Bestaat echter de behoefte het saldolijfrenterecht te behouden, dan is afkoop geen wenselijke optie.

Prijsgeven?

Als de zuivere saldolijfrente is ondergebracht bij een eigen B.V., dan is afzien, oftewel prijsgeven, van het lijfrenterecht wellicht een aardige optie voor de verzekeringnemer. Het prijsgeven zelf leidt niet tot fiscale sancties.

 

Het afzien/prijsgeven van een saldolijfrente leidt tot een belaste vrijval van dat lijfrente recht in de winst van de B.V. 

6  IB-tarief omlaag in 2020. Koop nu uw alimentatieplicht nog af

In 2020 wordt het belastingvoordeel voor bepaalde aftrekposten in de IB lager. In het jaar 2020 zijn die aftrekposten nog maar aftrekbaar tegen maximaal 46%. Het ‘aftrekpercentage’ wordt vervolgens jaarlijks met 3% teruggebracht tot uiteindelijk circa 37% in het jaar 2023.

Tariefmaatregel raakt alimentatieplichtigen

Deze tariefmaatregel ziet onder meer op de aftrek van partneralimentatie en raakt daarmee in beginsel alleen alimentatieplichtigen.

Alleen bij belastbaar box 1-inkomen in hoogste IB-schijf

De tariefmaatregel is alleen van toepassing op belastingplichtigen die als geen rekening zou worden gehouden met de IB-grondslagverminderende post waar de maatregel op ziet een belastbaar inkomen uit werk en woning hebben of zouden hebben dat wordt belast in de hoogste IB-schijf.

 

Als dat laatste het geval is voor een alimentatieplichtige, is het wellicht het overwegen waard de alimentatieplicht nog voor het einde van 2019 (geheel of gedeeltelijk) af te kopen. Die eenmalige afkoopsom kan dan nu nog worden ‘verzilverd’ tegen het hoogste tarief van 51,75%. 

7  Sparen binnen de oudedagsreserve. Toevoeging nog in 2019                        realiseren?

Bent u ondernemer? En voldoet u aan het zogenoemde ‘urencriterium’? En had u aan het begin van dit jaar nog niet de AOW-leeftijd (66 jaar en 4 maanden)? Dan kan u mogelijkerwijze nog geld opzij leggen voor uw oude dag door gebruik te maken van de (fiscale) oudedagsreserve. In dat geval kan u een deel van de in 2019 behaalde winst toevoegen aan uw oudedagsreserve. U mag dan een bepaald bedrag van de behaalde winst aftrekken.

Maximale toevoeging FOR 2019

De toevoeging aan de oudedagsreserve van u over 2019 is 9,44% van de behaalde winst, met in 2019 een maximum van € 8.999. De toevoeging moet worden verminderd met de pensioenpremie die al van de winst is afgetrokken.

Maximum toevoeging verlaagt in 2020!

Volgend jaar neemt het maximumpercentage waarmee de toevoeging aan de oudedagsreserve kan plaatsvinden af, zo ook het getalsmatige maximum. Het fiscale voordeel dat kan worden bereikt met de toevoeging aan de oudedagsreserve is dus in het algemeen in 2019 groter dan in 2020.

 

De toevoeging is maximaal het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van 2019 uitkomt boven de oudedagsreserve aan het begin van 2019 (toename). 

8  Vergroot uw belastingteruggaaf 2019 en betaal nog dit jaar extra              pensioenpremies aan uw pensioenfonds!

Wilt u voor IB-jaar 2019 nog in aanmerking komen voor een extra aftrekpost ter zake van pensioenpremies die u zelf aan uw beroepspensioenfonds betaalt? Dan moet u zich haasten, want er rest dit jaar niet veel tijd meer.

 

De door een werknemer zelf aan zijn een beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie kan in de IB-aangifte als negatief loon in mindering komen op het inkomen uit werk en woning in box 1.

Voorwaarde

De beperkende voorwaarde voor zo’n aftrek is wel dat de pensioenregeling waarvoor de premie is betaald, blijft binnen de grenzen die zijn opgenomen in hoofdstuk IIB en VIII van de Wet LB 1964 en de daarop gebaseerde regelgeving. Neem daarom eerst contact op met uw beroepspensioenfonds of er nog ‘ruimte’ is om bij te storten. Wacht hier niet te lang mee.

Vergoeding pensioenpremie door werkgever

Ingeval u als werknemer ter zake van de aan het beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie een vergoeding van de werkgever heeft ontvangen, behoort deze vergoeding tot het (belaste) loon uit de dienstbetrekking. In dat geval kunt u als werknemer de betaalde pensioenpremie vervolgens als negatief loon opnemen in de IB-aangifte IB.

 

 Als u als ondernemer voor de deelname aan een beroepspensioenregeling de pensioenpremies heeft betaald aan het beroepspensioenfonds kan die pensioenpremie met inachtneming van de regels van artikel 3.18 van de Wet IB 2001 in aftrek worden gebracht bij het bepalen van de winst uit onderneming.  

9  Verlaging zelfstandigenaftrek in 2020. Claimen voor 2019? Zorg dat u        nog dit jaar aan het urencriterium voldoet

Bent u ondernemer, voldoet u aan het urencriterium en hebt u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan is de zelfstandigenaftrek in 2019
€ 7.280. Die aftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd.

De zelfstandigenaftrek bedraagt niet meer dan het bedrag van de winst vóór ondernemersaftrek. Deze beperking geldt niet als u in aanmerking komt voor de startersaftrek. Als u in aanmerking komt voor de startersaftrek, hebt u recht op het volledige bedrag van de zelfstandigenaftrek.

Wanneer voldoet u aan het urencriterium?

U voldoet aan het urencriterium als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

 

  • U besteedt in een kalenderjaar 1.225 uur of meer aan uw bedrijf
  • U moet óók aan deze voorwaarde voldoen als u uw bedrijf in de loop van het jaar start of stopt
  • U besteedt meer tijd aan uw bedrijf dan aan ander werk

Startersaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt verhoogd met een startersaftrek van € 2.123 in de volgende situatie:

 

  • U was in 1 of meer van de 5 voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer
  • U paste in die periode niet meer dan 2 keer zelfstandigenaftrek toe

AOW-leeftijd

Hebt u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd? Dan is de zelfstandigenaftrek 50% van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers die aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.

Afbouw bedrag zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt in negen jaarlijkse stappen afgebouwd tot uiteindelijk
€ 5.000 in 2028. Dat gebeurt in acht stappen van € 250 euro en één van € 280.

 

Daarmee komt de zelfstandigenaftrek van € 7.280 (2019) in 2020 uit op € 7.030. Om voor 2019 nog voor de hogere aftrek in aanmerking te kunnen komen, zorgt u er dan voor dat u nog dit jaar voldoende uren werkt.