Fraude bij inbraakschade

Gerechtshof Amsterdam oordeelt over een wegens fraude afgewezen vordering tot vergoeding van een inbraakschade.

Een verzekerde meldt een inbraakschade. Op het meldingsformulier worden een aantal gestolen zaken gemeld zoals een net gekochte laptop en ook twee bedragen van respectievelijk € 100 en € 900 aan contant geld. Verzekerde stuurt daarvoor speciaal nog een email dat het wellicht ongeloofwaardig is, maar echt waar is dat die bedragen voor diens moeder gepind waren. Verder zou verzekerde nooit meer dan € 100 contant geld in huis hebben.

De expert constateert van de aankoopbon dat de laptop bij een beveiligingsbedrijf zou zijn gekocht en deels getypt en deels met de hand uitgeschreven. Het type laptop blijkt ook pas bijna een jaar later op de markt te zijn gekomen. Het beveiligingsbedrijf was van de huidige vriend van verzekerde, maar is al enige tijd opgeheven.

De kantonrechter wijst de schade af.

In hoger beroep stelt verzekerde dat geen sprake is van bedrog, omdat ze niet wist dat ze via het beveiligingsbedrijf van de toenmalige vriend een gestolen laptop had aangeschaft. Ze erkent wel de foutieve datum op de factuur en de laptop pas in 2017 te hebben gekocht.

Het gerechtshof wijst op het vertrouwen dat een verzekeraar moet kunnen hebben op mededeling van een verzekerde. Bij opzet tot misleiding hoeft alleen in bijzondere omstandigheden aangenomen te worden dat het recht op een uitkering niet geheel hoeft te vervallen. Vast staat dat een factuur vervalst is en er zijn geen verklaringen gegeven hoe ze van een niet meer bestaand bedrijf een laptop geleverd kan krijgen. De laptop is ook met contant geld aangeschaft terwijl ze verklaarde over het gestolen geld dat ze verder nooit contant geld in huis zou hebben. Ook als de verkeerde opgave van verzekerde slechts een gering gedeelte van de schade betreft valt uit jurisprudentie af te leiden dat het recht op een schade-uitkering volledig kan vervallen.

Verzekeraar krijgt dus volledig gelijk van het gerechtshof.