Fraude bij inbraakschade?

Rechtbank Gelderland oordeelt of de mededelingsplicht bij een schademelding is geschonden of niet.

Een verzekerde doet aangifte van inbraak in haar woning en diefstal van verschillende zaken. Ze meldt de schade ook op haar inboedelverzekering.

Een expert bezoekt de woning en vraagt om aankoopnota’s van onder andere een geclaimde pannenset. Daarop staat een leveringsdatum in 2015 en afwijkende datum van ondertekening van ongeveer twee jaar eerder.

Volgens een emailbericht van de verkopende winkel klopt de ingediende factuur niet. De orders hebben volgnummers en daar rijmen de ingediende nota’s niet mee. Het jaartal van aankoop kan niet kloppen en ook het stamnummer van de verkoper op de bon klopt niet verder ontbreekt een datum van betalingen en een handtekening van de verkoopster en contante betalingen kloppen ook niet . Er is dus sprake van een valse claim aldus de afdeling speciale zaken van verzekeraar.

Verzekerde stelt pannensets op een zogenoemde pannenparty bij haar thuis te hebben gekocht voor haar dochters en zichzelf. Er worden getuigenverklaringen aangeboden als bewijs daarvan.

De reactie van de verzekeraar is afwijzend en geeft meer ongerijmdheden. Er ontbreken nota’s of aankoopbewijzen van andere geclaimde zaken en dat is onwaarschijnlijk van bijvoorbeeld een iPhone. Nota’s kunnen ook opgevraagd worden bij bijvoorbeeld de Media Markt waar spullen vandaag zouden komen en dat gebeurt niet. Geclaimde kleding en schoenen waar wel bonnen van zijn, blijken van verschillende fors verschillende maten te zijn. Zo zijn er sneakers van € 550 met veel kleinere maten, ook met kleding zijn de maten verschillend. Er wordt voor bijna twintigduizend euro aan sieraden uit een kluis nog geclaimd.

Verzekeraar wijst er in de procedure op dat de factuur van de pannenset toch echt vals is. Het factuurnummer is pas veel later door de verkoper uitgegeven dan de datum van de claim. De verkoopster die gemeld staat op de bon is niet bekend. De valse factuur leidt er op grond van de polisvoorwaarde toe dat geen enkele schade vergoed wordt, ook niet voor de andere geclaimde artikelen. Dit is zo geregeld in de polisvoorwaarden.

Rechtbank Gelderland wijst erop dat de wettelijke bepaling in dit geval voorgaat boven de polisvoorwaarden en dus ook het vereiste dat voor verval van uitkering nodig is dat er de opzet was om de verzekeraar te misleiden. Er wordt bij akte in de procedure echter nog een bericht overlegd van de drukkerij van de bonnen met de verklaring dat het bonnummer echt niet al uitgegeven kan zijn op de diefstaldatum. Ook toont verzekeraar aan dat er nu een diefstal geclaimd wordt van een ketting die al enkele jaren eerder bij een gemelde diefstal geclaimd was. Dat de dochter exact dezelfde ketting gekocht zou hebben klopt ook niet nu het niet kan dat zowel in 2014 als 2016 exact dezelfde bon tevoorschijn komt.

Al met al vindt de rechtbank dat verzekeraar terecht op basis van de valse verklaringen over de pannenset en de bon zich beroept op verval van het hele recht op een uitkering.

Tsja, als je de casus zo leest is het toch bijna wonderlijk ook dat verzekerde hiervoor nog durfde te gaan procederen.