Fraudeproces op basis van alleen dossier verzekeraar

Rechtbank Rotterdam oordeelt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in een strafproces alleen gebaseerd op het fraudedossier van de verzekeraar.

Er is een proefproces gedraaid door het Openbaar Ministerie waarbij ze de strafvordering hebben gebaseerd op het dossier dat is opgebouwd door de verzekeraar. Volgens het OM zou er voldoende invloed zijn geweest van de betrokken officier van justitie met het onderzoek en wijze van dossiervorming. Er is een lijst met punten opgesomd op welke punten verzekeraar is aangestuurd en gecorrigeerd. Toch vindt de rechter dat dit niet is aan te merken als een eigen opsporingsonderzoek van het OM.

Ook de rechtbank realiseert zich dat het belang van fraudeopsporing groot is, maar dat in deze wijze van strafvordering niet in de wet is voorzien. Het onderzoek moet dus plaats vinden door opsporingsambtenaren.

Het oordeel van de rechtbank is natuurlijk best te begrijpen. Tegelijkertijd loopt het aantal fraudegevallen kennelijk gierend uit de hand. In dit geval was bijvoorbeeld een aanrijdingsformulier vals opgesteld met een fictieve aanrijding. Een efficiënte opsporing zonder dat daarbij dubbel werk gedaan hoeft te worden, moet dus wel degelijk gerealiseerd te moeten worden.

Het OM kan dan de door verzekeraar aangeleverde bewijzen wegen. Het belang van verzekerbaarheid mag immers ook best een rol spelen.