Garantierendement na verlenging lijfrente

Een klant heeft een lijfrenteverzekering afgesloten. De verzekering kent een gegarandeerd rendement van 4%. De klant heeft de lijfrenteverzekering al een paar keer verlengd. Daarna heeft hij de lijfrenteverzekering premievrijgemaakt. De klant wil de lijfrenteverzekering ook daarna nog verlengen en het garantierendement over de opgebouwde waarde behouden. Daar gaat de verzekeraar niet mee akkoord. De klant stapt naar het Kifid om zich daarover te beklagen.

De casus

De klant sluit in 1994 een lijfrenteverzekering met een gegarandeerd rendement van 4% per jaar en een looptijd van 16 jaar.

In 2010 expireert de lijfrenteverzekering dus. In de verzekeringsvoorwaarden staat dat de klant het recht heeft om zijn lijfrenteverzekering te verlengen. De klant kiest er in 2010 voor om de lijfrenteverzekering met drie jaar te verlengen.

 

In de voorwaarden staat ook dat als de klant een dag voor de expiratiedatum nog geen keuze gemaakt heeft voor de uitkeringsvorm, de lijfrente automatisch met een jaar verlengd wordt, uiterlijk tot het jaar waarin de klant de 70-jarige leeftijd bereikt.

 

In 2013 en 2014 gebeurt dit vervolgens: de verzekering wordt verlengd en de verzekeraar vergoedt het garantierendement van 4%. In 2015 maakt de klant de verzekering premievrij. Maar hij wil de verzekering nog niet laten uitkeren. Hij verlengt in 2016 de verzekering opnieuw. Hij heeft inmiddels een nieuw polisblad ontvangen.

In 2017, als deze laatste verlenging met een jaar bijna voorbij is, ontvangt de klant weer zijn jaarlijkse brief met de aankondiging dat de lijfrenteverzekering expireert, maar dat die verlengd kan worden. De klant wil de polis opnieuw met een jaar verlengen.

Verzekeraar past eenzijdig garantierendement aan

In de keuzebrief van de verzekeraar, is echter toegevoegd dat de verzekeraar bij een verlenging niet langer de gegarandeerde rente van 4% vergoedt, maar slechts de actuele rente.

De verzekeraar legt uit dat het garantierendement voor alle verzekeringen wordt verlaagd, omdat de rentestand aanhoudend laag is. De verlaging heeft dus niets te maken met het feit dat de klant de polis premievrij heeft gemaakt of eerder meermaals heeft verlengd, schrijft de verzekeraar.

 

De klant maakt bezwaar tegen het wegvallen van het hoge garantierendement. Daarop reageert de verzekeraar door te stellen dat bij verlenging van de verzekering sprake is van een nieuwe verzekering en dat ze daardoor in hun recht staan om het garantierendement aan te passen.

 

Daarop stapt de klant naar het Kifid en vordert hij 4% rendement vanaf het moment van de verlenging in 2017. Alle voorgaande jaren heeft hij dit garantierendement wel gehad.

Uitleg Kifid

Het Kifid leest de verzekeringsvoorwaarden aandachtig. Er zijn twee belangrijke zinsneden die worden meegewogen in het oordeel:

 

  • Uit de verzekeringsvoorwaarden volgt dat de verzekering automatisch wordt ‘verlengd in dezelfde vorm’ als de klant op de expiratiedatum geen keuze voor een uitkerende lijfrente heeft gemaakt. De term ‘verlengd’ duidt erop dat de verzekering in haar oude vorm in stand blijft. Er is dus geen sprake van een ‘nieuwe verzekering’ zoals de verzekeraar stelt
  • De verzekeraar heeft ook in haar voorwaarden staan, dat ze het recht heeft de tarieven aan te passen. Maar bij de beschrijving van dat recht, heeft de verzekeraar zichzelf ingeperkt. Er staat namelijk bij dat “zo’n aanpassing geen invloed heeft op dat deel van de verzekering waarvoor de premies en/of koopsommen al betaald zijn vóór de ingangsdatum van die aanpassing”. Nu de klant de polis premievrij heeft gemaakt, zijn de premies dus allemaal al betaald en kan de tariefswijziging geen invloed hebben op de verzekering van de klant

Het Kifid stelt de klant op basis van deze twee argumenten in het gelijk. De verzekeraar heeft haar voorwaarden zo opgesteld, dat van aanpassing van het garantierendement geen sprake kan zijn. De nieuwe voorwaarden die zijn bijgevoegd toen de klant een nieuwe polis kreeg, zijn dan ook niet van toepassing. Er was immers nooit sprake van een ‘nieuwe verzekering’.

De verzekeraar moet het rendement van 4% over het saldo dus blijven vergoeden. Dat komt neer op € 1.772,99.