Geboren in 2019 dan AOW op 75-jarige leeftijd

Wie in 2019 wordt geboren zal naar berekeningen van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi) pas op 75-jarige leeftijd in aanmerking komen voor een AOW-uitkeringen, althans als de huidige regels worden toegepast. Vraag is of dat noodzakelijk is.

Volgens de berekeningen van het Nidi stijgt de AOW-leeftijd vanaf 2022 in hetzelfde tempo als de levensverwachting van een 65-jarige. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft becijferd dat de levensverwachting tussen 2022 en 2060 (lineair) met ruim vier jaar zal stijgen. Dat is dus ongeveer met 1 jaar per decennium, resulterend in een AOW-leeftijd van 71 jaar in 2060.

 

Hoe de AOW-leeftijd zich nadien zal ontwikkelen is onbekend, aangezien de CBS-prognose niet verder gaat dan het jaar 2060. Met andere woorden, voor generaties die nu jonger dan 30 jaar zijn, is onbekend hoe hun AOW-leeftijd zich zal ontwikkelen. Onder de veronderstelling dat de stijging van de levensverwachting zich na 2060 op dezelfde wijze voortzet, betekent dit dat de generatie geboren in 2000 pas op 73-jarige leeftijd AOW krijgen. Voor wie geboren is in 2019 zal dit volgens de berekening (2 decennia 2 jaar extra) resulteren in een AOW-leeftijd van 75 jaar in 2094.

 

In de periode 1957 (invoering van de AOW) tot en met 2012 is de AOW-leeftijd niet gestegen, zodat gegeven de stijgende levensverwachting men steeds langer van de AOW kon genieten. Vanaf 2013 is de AOW-leeftijd jaarlijks verhoogd. De eerste drie jaar met 1 maand per jaar en de daaropvolgende jaren met 3 maanden per jaar tot 66 jaar in 2018. Voor 2019 t/m 2021 is een stijging met 4 maanden per jaar voorzien, resulterend in een AOW-leeftijd van 67 jaar in 2021. Daarna, vanaf 2022 bedraagt de stijging weer 3 maanden per jaar, afhankelijk van de stijging van de levensverwachting.

 

Volgens het huidige systeem stijgt de AOW-leeftijd al een aantal jaren sneller dan de levensverwachting. Hierdoor neemt het aantal jaren dat men van de AOW kan genieten dus af.  Als vanaf 2022 de AOW-leeftijd net zo hard zal toeneemt als de levensverwachting, dan zal vanaf dat moment, zo is becijferd, de gemiddelde duur dat men van de AOW kan genieten constant ongeveer 18,5 jaar bedragen.

Dit betekent echter wel dat de jongere generaties steeds langer moeten doorwerken, terwijl daar geen compensatie in AOW-duur tegenover staat. Als de AOW-leeftijd minder snel zou toenemen dan de levensverwachting, dan zou levensverwachting rechtvaardiger verdeeld kunnen worden tussen AOW- en werkjaren voor de jongere generaties.

 

Het Nidi heeft becijferd dat als de AOW-leeftijd met een maand per jaar zou stijgen de toename van de levensverwachting zou resulteren in 75% meer werkjaren en 25% langere AOW-duur. De gemiddelde AOW-duur zou dan geleidelijk toenemen van ruim 19 jaar nu tot bijna 21 jaar aan het eind van deze eeuw.

 

Navraag heeft uitgewezen dat in de berekeningen geen rekening is gehouden met of en zo ja in hoeverre het langer moeten doorwerken een feitelijk negatief effect heeft op de levensverwachting. Met andere woorden, het is niet bekend of en in hoeverre het langer moeten doorwerken de levensverwachting verlaagd.

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel