Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Geen gezagsverhouding? Geen WW-uitkering

Werknemers die onvrijwillig werkloos worden, hebben in beginsel recht op een uitkering uit hoofde van de Werkloosheidswet (WW). Die moet bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) worden aangevraagd. Het UWV controleert dan wel of er sprake was van ‘werknemerschap’. Soms constateert het UWV dat dit niet het geval was. De WW-aanvrager kan hiertegen in beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). In een recente uitspraak  geeft de CRvB het UWV gelijk. Er is geen sprake van een dienstverband. Daardoor is er ook geen recht op een WW-uitkering.

De casus
Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering moet er sprake zijn van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Er is moet dan aan drie kernvoorwaarden zijn voldaan (BW art. 7: 610):

  1. Betalen van loon door de werkgever.
  2. Het leveren van werk door de werknemer zelf.
  3. De aantoonbare gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer

 Belanghebbende moet het in beginsel aan de hand van objectieve en controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij een dienstbetrekking heeft en daardoor recht heeft op uitkering. Hij moet dus aannemelijk maken dat zijn arbeidsverhouding aan bovenstaande drie eisen voldoet. 

Een medewerker van een pizzeria (belanghebbende) vraagt bij het UWV een WW-uitkering aan, nadat de pizzeria failliet gaat. Het UWV weigert de uitkering, omdat de man geen werknemer zou zijn. De man gaat in beroep bij de CRvB. Volgens de CRvB is in zijn geval aan de eerste twee voorwaarden voldaan. Het UWV heeft echter, op basis van een onderzoek, vastgesteld dat er geen sprake is van een gezagsverhouding (kernvoorwaarde 3). Het UWW stelde vast dat:

  • De juridische eigenaar een vriendin van belanghebbende was en pas 19 jaar was.
  • Deze vriendin geen ervaring met het runnen van een pizzeria heeft en niet in het bezit was van de, voor een horecaonderneming, benodigde papieren.
  • Belanghebbende deed de onderhandelingen voor de aankoop van de pizzeria zelf en nam verder ook alle ondernemingsbeslissingen.
  • In de loonadministratie waren verschillende onduidelijkheden over de hoogte van het loon aan belanghebbende en sinds wanneer het werd betaald.

Conclusie CRvB
De CRvB kwam, met deze feiten tezamen genomen, tot de conclusie dat er geen gezagsverhouding tussen belanghebbende en de vriendin was. Daarmee is er niet voldaan aan de derde eis. Er is geen dienstbetrekking. Belanghebbende heeft geen recht op een  WW-uitkering. 

Deze uitspraak geeft een goede leidraad voor de bepaling of er sprake is van een dienstbetrekking . Om te spreken van een dienstbetrekking geldt het volgende.

  1. Een contract bij een arbeidsverhouding moet voldoen aan de drie kernvoorwaarden uit het BW om vast te stelen dat er sprake is van een dienstbetrekking.
  2. De feiten voor de invulling van de kernvoorwaarden moeten aantoonbaar zijn en daarmee het werkgever-werknemerschap (dienstbetrekking) bevestigen. Denk daarbij aan o.a. de loongegevens die terug te vinden zijn in de (loon-) administratie en door een schriftelijke weerslag van de (dagelijkse) werkactiviteiten en -afspraken.
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships