Geen inzicht in terugstortingen door pensioenfondsen

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft verzocht om een overzicht van het aantal pensioenfondsen dat in de periode 1985 tot 2005 middelen heeft teruggestort aan hun sponsor. Naar aanleiding van dit verzoek heeft Minister Kamp De Nederlandsche Bank (DNB) verzocht aan te geven welke gegevens in de bedoelde periode door de toezichthouder werden geregistreerd en of op basis van die gegevens een betrouwbaar overzicht van terugstortingen kan worden opgesteld.

In zijn reactie heeft DNB aangegeven dat pensioenfondsen destijds niet verplicht waren om terugstortingen (of bijstortingen) apart in de jaarstaten te vermelden. Op basis van de jaarstaten kan niet altijd onderscheid worden gemaakt tussen premiekortingen, premieverrekeningen, terug- en bijstortingen.

DNB is nagegaan of langs een andere weg kan worden achterhaald of pensioenfondsen gelden aan hun sponsor hebben teruggestort. DNB concludeert dat dit alleen mogelijk is door middel van een handmatige analyse van diverse posten van de jaarstaten.

Uit de reactie van DNB trekt Kamp nu de conclusie dat het niet mogelijk is een voldoende betrouwbaar overzicht op te stellen van het aantal pensioenfondsen dat in de periode 1985 tot 2005 middelen aan hun sponsor heeft teruggestort.