Geen loonstamrechtvrijstelling na doorstorten ontslagvergoeding van rekening BV naar privé

Dit bericht betreft een samenvatting van een uitspraak van een rechtbank.

Op 16 januari 2019 heeft Rechtbank Gelderland zich uitgesproken in een zaak (AWB 18/4231) waarbij het volgende speelde. In 2012 heeft X een stamrecht-BV opgericht. X is bestuurder en enig aandeelhouder van deze BV. De ex-werkgever van X heeft de in 2012 ontvangen ontslagvergoeding gestort op de bankrekening van de BV. X heeft de belastinginspecteur vervolgens verzocht om toepassing van de loonstamrechtvrijstelling. Naar aanleiding daarvan heeft de inspecteur per brief van 29 maart 2012 aan X de voorwaarden aan de loonstamrechtvrijstelling meegedeeld. De door X ingediende aangifte VPB 2016 gaf de inspecteur aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Daaruit bleek dat X geen stamrechtovereenkomst met de BV heeft afgesloten, dat hij de bankrekening van de BV heeft opgeheven en dat hij op 15 augustus 2012 het bedrag van de ontslagvergoeding naar zijn privérekening heeft overgeschreven. Omdat de stamrechtvrijstelling ten onrechte is toegepast, heeft de inspecteur een navorderingsaanslag, inclusief boete, opgelegd.

 

De rechtbank is van oordeel dat toen X 15 augustus 2012 de ontvangen ontslagvergoeding van de bankrekening van de BV overmaakte naar zijn privérekening, hij had kunnen en moeten begrijpen dat een dergelijke handelwijze niet in overeenstemming is met de loonstamrechtvrijstellingsvoorwaarden die hem per brief waren meegedeeld. X had zich op dat moment moeten afvragen of hij zich wel aan die voorwaarden hield. Dit geldt volgens de rechtbank ook als een belastingplichtige niet fiscaal deskundig is en sprake is van een redelijk complexe regeling met specifieke voorwaarden. Daarbij komt dat het de rechtbank niet is gebleken dat X op een andere manier een begin heeft gemaakt met het naleven van de stamrechtvrijstellingsvoorwaarden. X heeft namelijk ook geen stamrechtovereenkomst afgesloten met de BV. Daardoor volgt nergens uit dat de BV uiterlijk in het jaar waarin eiser 65 wordt periodieke uitkeringen zal gaan verstrekken. Het gelijk is volgens de rechtbank aan de inspecteur. Het beroep is ongegrond verklaard.

 

De uitspraak is op 21 januari 2019 gepubliceerd.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel