Geen middeling voor Nederlander die in België werkt

Hof Den Bosch heeft op 15 augustus 2019 (publicatie 1 november 2019) uitspraak gedaan of een Nederlander, die in Nederland woont maar in België werkt, recht heeft op middeling.

Belanghebbende woont in Nederland, maar werkt in België. Bij het opleggen van de aanslagen inkomstenbelasting 2011 tot en met 2013 heeft hij met betrekking tot het belastbaar inkomen in box 1 voorkoming van dubbele belasting gekregen voor de in Nederland verschuldigde inkomstenbelasting.

 

Belanghebbende heeft een verzoek om een middelingsteruggaaf ingediend over de jaren 2011 tot en met 2013. Bij de berekening van de hoogte van de middelings-teruggaaf heeft hij de voorkoming van dubbele belasting buiten beschouwing gelaten. 

De inspecteur heeft het verzoek afgewezen. Belanghebbende betoogt dat artikel 3.154 lid 6 Wet IB 2001 strijd oplevert met artikel 45 Verdrag Werking van de Europese Unie (VWEU).

 

Volgens Hof Den Bosch vormt de omstandigheid dat onder het nieuwe Belastingverdrag met België de heffingsbevoegdheid over de door belanghebbende in België genoten inkomsten aan België toekomt, waardoor aan belanghebbende geen teruggaaf op grond van de middelingsregeling wordt verleend, een belemmering. Artikel 45 VWEU staat echter niet in de weg aan deze belemmering, aangezien deze veroorzaakt wordt door dispariteiten tussen het Belgische en Nederlandse belastingsysteem. Het VWEU voorziet niet in het voorkomen van dergelijke dispariteiten.

Verder oordeelt het hof dat artikel 27 paragraaf 2 van het nieuwe Belastingverdrag Nederland niet verplicht om compensatie te verlenen.