Geen privaatrechtelijke of fictieve dienstbetrekkingen; geen verzekeringsplicht

image_pdf

X is op 4 oktober 2001 opgericht. Enig aandeelhouder is een holding. A, B en C zijn middels hun personal holdings middellijk aandeelhouder in de holding, sinds 26 januari 2012 voor respectievelijk 50%, 25% en 25%. Tot 1 januari 2009 waren A, B en C bestuurder van X. Sinds 1 januari 2009 is de holding bestuurder van X. De holding is sinds die datum belast met het management van X. Zij stelt daartoe haar directeur ter beschikking. De personal holdings van A, B en C zijn met ingang van 1 januari 2009 belast met het management van de holding. Elke personal holding stelt hiertoe haar directeur ter beschikking. De Belastingdienst heeft aan X naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd voor tijdvakken vanaf 1 oktober 2012. De vraag is of de Belastingdienst B en C terecht verzekeringsplichtig voor de premies werknemersverzekeringen acht. De Belastingdienst stelt dat nadat B en C managementwerkzaamheden via hun personal holdings zijn gaan verrichten feitelijk niets is veranderd ten opzichte van de tijd dat zij nog statutair bestuurder waren van X. Rechtbank Den Haag is het niet met de Belastingdienst eens. De Belastingdienst miskent dat er reële wijzigingen hebben plaatsgevonden. De Belastingdienst maakt niet aannemelijk dat tussen X en B en C sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Van een fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden als bedoeld in de Wet LB 1964 acht de Rechtbank, anders dan de Belastingdienst (pas ter zitting heeft gesteld), evenmin sprake.
 

Ellen van Waaijen
Over Ellen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, [...]

Bekijk profiel