Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Geen proceskostenvergoeding

Een Rijnvarende heeft geen recht op integrale proceskostenvergoeding. De later herziene vaststelling van de verzekeringsplicht maakt niet de Belastingdienst die de eerdere vaststelling volgde laakbaar heeft gehandeld.

Rijnvarende X heeft in de aangifte IB/PVV 2013 aangegeven aanspraak te maken op vrijstelling van premieheffing volksverzekeringen. De vrijstelling is niet verleend. X heeft beroep en hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 24 juni 2014 heeft de SVB aan X een A1 verklaring afgegeven die ertoe strekt dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing is voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014.

 

Na een uitspraak van de CRvB van 28 februari 2019, heeft de SVB bij besluit van 24 juni 2019 de ten aanzien van X afgegeven A1 verklaring ingetrokken en beslist dat over de periode van 3 januari 2013 tot en met 28 februari 2014 de Belgische sociale zekerheidswetgeving van toepassing is.

 

De Belastingdienst heeft de aanslag IB/PVV 2013 vervolgens ambtshalve verminderd. Daarbij is de verschuldigde premie volksverzekeringen op nihil gesteld.

 

In hoger beroep speelt de vraag of de Belastingdienst moet worden veroordeeld tot vergoeding van de werkelijk door X gemaakte proceskosten. Dat is volgens Hof Den Haag niet het geval. Naar het oordeel van het Hof kan niet worden gezegd dat de belastingdienst tegen beter weten in een besluit heeft genomen en/of daaraan in bezwaar en beroep heeft vastgehouden.

 

Pas op 24 juni 2019 heeft de SVB ten aanzien van X beslist dat niet de Nederlandse, maar de Belgische sociale verzekeringswetgeving van toepassing was en de tot dan geldende A1 verklaring ingetrokken. Tot dat moment stond het de Belastingdienst niet vrij aan de bezwaren van X m.b.t. de premieplicht tegemoet te komen.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships