Geen revisierente bij uitkering nagekomen lijfrentebedrag van niet meer dan € 1.000

Dit bericht beschrijft een van de goedkeuringen uit het op 31 mei 2019 gepubliceerde lijfrentebesluit.

Op 31 mei 2019 is het verzamelbesluit lijfrenten in geactualiseerde vorm gepubliceerd in de Staatscourant. Het nieuwe lijfrentebesluit van 16 mei 2019, nr. 2019-115021, bevat een aantal nieuwe beleidsstandpunten en zit boordevol goedkeuringen. Een van de nieuwe goedkeuringen omvat het volgende.

 

Als een bestaande lijfrente is omgezet in een (andere) lijfrente kan zich de situatie voordoen dat de nieuwe aanbieder na berekening van de uitkeringen nog een nagekomen bedrag aan rendement ontvangt van de vorige aanbieder. Dit kan zich ook voordoen bij ter zake van de lijfrente door de verzekeraar toegekende schadevergoedingen. Een dergelijk nagekomen bedrag moet in beginsel leiden tot herrekening van de uitkeringen. Als een dergelijk nagekomen bedrag zo gering ten opzichte van het (overgeboekte) lijfrentekapitaal is dat de financiële instelling het in een keer uitbetaalt, kan sprake zijn van gedeeltelijke afkoop. Naast de inhouding van loonheffing moet over dit bedrag dan ook revisierente worden berekend. In het beleidsbesluit is nu goedgekeurd dat er geen revisierente verschuldigd is als een financiële instelling herrekening van de uitkeringen achterwege laat als het nagekomen bedrag ten hoogste € 1.000 bedraagt.

 

De voorwaarden aan de goedkeuring zijn opgenomen in paragraaf 2.2.5 van het besluit.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel