Geen schending zorgplicht bij advies eigenrisicodragerschap

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een assurantietussenpersoon bij diens advies om eigenrisicodrager voor de Ziektewet te worden zijn zorgplicht niet schond.

Een assurantietussenpersoon is een uitzendonderneming.

 

Een assurantietussenpersoon ontwikkelt met enkele andere partijen een alles-in-een-verzuimproduct wat aantrekkelijk kan zijn voor ondernemingen met een sector 52 indeling van de belastingdienst.Die zijn dan hoge Ziektewetpremies verschuldigd, terwijl het feitelijke verzuim veel lager kan zijn. De onderneming gaat echter over naar sector 20 en ziet daarom alsnog af van het eigenrisicodragerschap.

 

Dat is echter te laat voor het intrekken van het verzoek aan de belastingdienst om als eigenrisicodrager aangemerkt te worden. Het verwijt aan de tussenpersoon is dat het advies volstrekt onjuist is geweest omdat het verzekeringsproduct geen dekking bood voor het uitlooprisico voor het grootste deel van de uitzendkrachten.

 

Het gerechtshof vindt echter dat het voor de assurantietussenpersoon op het moment van diens advies niet kenbaar was dat besloten zou worden al weer op korte termijn terug te keren naar het publieke bestel vanwege de sectorwijziging. Bovendien maakt de klant niet duidelijk waarom ze redelijkerwijs heeft kunnen afleiden dat de geoffreerde eigen risicodragersverzekering met een stop loss variant overeen zou zijn gekomen met de dekking in het publieke bestel.

 

De assurantietussenpersoon heeft zijn zorgplicht niet geschonden.